Waar waren we ook
alweer gebleven? Oh ja, Tangier Island. Als we binnenvaren lijkt de helft van
de gebouwtjes in het water te staan. Dat blijkt te kloppen, bij hoog water
staan veel schuren van de krabbenvissers net onder water (het tijverschil is
nauwelijks 2 ft). De bewoning vindt iets hoger plaats zodat de bewoners droge
voeten houden. Als we aan komen varen komt een oude man op een bromscooter de
steiger opgereden en beschouwd ons.
“Can we dock
here?” roept Monique vanaf het voordek. Geen reactie, de oude man blijft ons
beschouwelijk bekijken.“CAN WE DOCK HERE??” probeert Monique het, nog luider nu, nog eens.
Tangier is
ongeveer een mijl lang en een halve mijl breed. 500 inwoners die leven van
crabs (hoewel je in hun restaurants geen verse crab kunt krijgen; zijn allemaal
bestemd voor het vaste land) en van toerisme, er komen cruise boats van het vasteland. Maar wel met een vliegveldje waarop
de dokter invliegt als dat nodig is. En om pa op te zoeken.
Indianen visten
en jaagden hier, de eerste Europese bewoners vestigden zich er eind 17e
eeuw. Het waren zeer godvruchtige mensen, met de beste dominees, wordt hier
trots verteld. (Wij arriveerden zondagavond; vanwege de kerkdiensten waren de
restaurants dicht.) In de onafhankelijkheidsoorlog waren de bewoners pro-Engels
en in de War of 1812 bouwden de
Engelsen er Fort Albion op het eilandje, met een leger van 12.000 man (moet
dringen geweest zijn) om van daaruit Washington en Baltimore te bestoken.
Weggelopen slaven (zo’n 500) kregen er “vrijheid” - en training - om in het
Engelse leger mee te vechten. Washington, inclusief het Witte Huis, werd
platgebrand. De dominee die voor de aanval op Baltimore voor de troepen
preekte, voorspelde ze verdoemenis. De aanval op Baltimore mislukte.
Naast de vele
golf carts zijn er nog meer katten op het eiland. Goed verzorgd, niet schuw,
heel veel. De havenmeester vertelt dat ze (hopefully) allemaal treated zijn.
“How can you
tell?” vraagt hij. Hij wijst op een afgeknipt linkeroortopje. Zodra er een
gespot wordt zonder knipje, moet die naar de vet, anders worden het er
snel tien.“My mother made it to 102!” antwoordt hij, “it was hard loosing her, mothers are very special in your life. In the sermon last Sunday the parson said that because God couldn’t be everywhere all the time, he created mothers”.
Iets om over na te denken als we de weer de Bay invaren.
Monique wil graag
kleine hortjes, maar havens en ankerplaatsen liggen ver uit elkaar (het is
tenslotte Amerika, alles is groter, ook de afstanden). 10M verderop ligt Smith
Island, waar we om 11 uur “voor de deur” liggen. Het is mooi weer, we zeilen
lekker en varen door, nog 30 M naar de ingang van de Patuxent River aan de
Western Shore. Daar zijn we om 5 pm en
om 6 pm maken we vast in het Zahniser Yacht Center op Solomo’s Island.
Wat een verschil
met Tangier! Oorspronkelijk een centrum van en oyster shucking en oyster
canning nu een verzameling van luxe yachthavens en dure restaurants. We
eten voortreffelijk in de Dry Dock, genieten van local oysters op Solomons Pier
en luieren met witte wijn aan het zwembad van de marina.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten