donderdag 29 augustus 2013

zoek de verschillen

 
voor

                                         na

zaterdag 24 augustus 2013

THE STICK IS UP


Hij staat, Selena is bijna weer compleet! Mast van Hunter op Cumulant (beide 33 voet) vereist toch de nodige aanpassing. LED-driekleurenoplicht, antennekabel, stagen inkorten, 2e voorstag.
De rolfokinstallatie was beschadigd, maar Deaton had een mooie Furlex met een kleine beschadiging achter op het erf liggen. "Can Bas have it?" "Absolutely" zei John Deaton.
De Hunter-giek is te kort, dus ging ik op zoek naar een langere, om te beginnen aan de overkant bij Sailcraft, de "concurrent" waar de Irwin zijn mast had achtergelaten (zie vorige aflevering).
"We've got the mast, but they gave the boom to the French boat in the harbor. Do you know them?"
I know of them, that's enough. Wat ze er mee moeten begrepen ze bij Sailcraft ook niet, "they said all they need to sail is 5 gallons of diesel and some twine".
Uiteindelijk is de giek samengesteld uit die van de Hunter en de halve mast van een Catalina 25 die gescrapt werd. En we hebben een bimini, Harold gaf ons het frame cadeau bij de mast.
(Harold had ook zo zijn gedachten over zeilende Fransen: "they steal your fenders and your girlfriend, but for the rest they're OK").
Nu nog de dodger (die klaarligt maar die Elizabeth pas wil plaatsen als er geen gereedschap uit de mast op en doorheen kan vallen) en zien of de rolfok past.
En dan: eindelijk weer ZEILEN.

Intussen hebben we de jaarlijkse Dragon Boat races in Oriental gehad, een verschrikkelijk onweer. waardoor het hele huis stond te schudden, zelfs bij het narommelen, is Merlijn acht geworden en hebben we Martin en Kyle vorig weekeinde op bezoek gehad.

Monique:
Om ze een idee van de Outer Banks te geven zijn we naar Crab Shack on Indian Beach gereden.
Bij de snow crabs willen Kyle en ik (Monique) natuurlijk wijn. Martin bestelt een hele fles Chablis (een Californische, Franse hebben ze niet). “A whole bottle?” vraagt de serveerster vol ongeloof. Kyle en ik kijken elkaar nog eens aan en knikken beiden van ja, met een blik van een-fles-met-z’n-tweeen-dat-gaat-lukken. “One bottle Shabllie?” herhaalt de serveerster (65+, oranje foundation op haar gezicht, maar oren, hals en decollete vergeten dus afstekend wit, ogen heel zwart opgemaakt, hardblauwe oogschaduw) alsof ze nogmaals zeker wil weten dat we ons niet vergissen.
Tja, hoe konden we nu weten dat bij hen een fles witte wijn er een is van 1,5 liter! Nou ja, wat overblijft nemen we gewoon mee, dachten we; maar de fles ging, met wat hulp van Martin, geheel op. Errug, he!?
Daarna nog even naar het strand, de andere drie een stukje wandelen, ik lekker in de wind op een muurtje doezelend.

 
Zaterdagmorgen staan Martin en Bas vroeg op om Fish Flushing in Arapahoe te zien. Daarna gaan we naar Aurora - waar Martie vis ophaalt die hij met zijn dochter naar New York gaat brengen - voor  een smakelijke American breakfast at the Wayside Restaurant met z’n allen (=  Martie, Marie, Natasha, Martin, Kyle, Bas en ik).

Aurora is een spookstadje waar de meest prachtige colonial huizen staan te vergaan. In Main Street, met bakstenen gebouwen, staan bijna alle winkels je leeg aan te staren. Waarom het stadje verlaten is,is ons niet duidelijk; iets verderop is een grote fosfaatmijn, dus je zou verwachten dat mensen zich hier best zouden willen vestigen. Maar nee.
 

 



 

donderdag 15 augustus 2013

Monique's achterstallige bijpraat


Woensdag 24 juli
Gisteren was Bas jarig dus, na een dikke verjaardagskus, mijn beurt om de ochtendkoffie te zetten en met een stuk cherry pie op bed te brengen.
Mijn verjaarskado aan hem was al bekend: een nieuwe dodger/buiskap.
Bas toog weer naar Selena om hier en daar wat likjes verf te smeren en ik heb lekker zitten lezen. Selena nog steeds niet in het water..... ze zeggen misschien vrijdag, maar dat zeggen ze al drie weken dus ik heb er weinig feducie in.

Tegen vijven was Bas weer terug en dronken we een glaasje bubbly op zijn verjaardag.
’s Avonds fietsten we naar de “Slaînte”, de Taiwan-klipper van Ross, om op haar “splash” te drinken, maar daar bleek niemand te zijn. Ross had ons wel uitgenodigd maar had verzuimd te zeggen waar. We hebben onze fles champagne in hun kuip achtergelaten met een kaartje erbij “Goede Vaart!” (Bas en ik moesten gniffelen over hoe ze dat zouden lezen/uitspreken: Good Fart?)
We fietsten nog even langs Ray en Peggy om te kijken of het feest daar misschien gevierd werd, maar daar was het ook stil dus fietsten we door naar M&M’s Bar om daar een glaasje te drinken.
Inmiddels was het etenstijd maar bij gebrek aan grote eetlust nav de lunch bij de Trawl Door, namen we samen een  portie Peel & Eat Shrimps bij ons drankje.
Bij ons tweede glaasje horen we ineens iemand verrast “Hey, Bas and Monique!” zeggen en staat Michele achter ons. Zij zit, samen met Barry, in een apart zaaltje en ze doen mee aan een soort quiz “Music Trivia” (o.i.d.) die daar blijkbaar iedere dinsdagavond plaats vindt. Vooraan zit een mevrouw met haar zoon (ofzo) die via haar computer op een groot scherm gebeamt een soort rad van fortuin laat draaien. Het rad stopt op een van de onderwerpen, alle te maken met popmuziek, zoals b.v. Original Band Names of Famous Covers, One Name Artists, Armegeddon (metal? Hard rock?), Staying Cool (uitvoerende(n) of muziekstuk moeten iets te maken hebben met kou!), Instrumental Covers (raad het vocale origineel), Foreign Artists, etc.
Het publiek, per groep aan een tafel, krijgt om beurten per tafel de kans om naam van nummer en band te noemen, als ze het niet raden of maar deels, mag de volgende tafel raden.
Bas en ik worden aan de tafel van Barry en Michele uitgenodigd. We zijn helaas niet erg behulpzaam, zelfs ronduit slecht; hebben de meeste nummers zelfs nog nooit gehoord! Wel herkennen we Beyoncé, CTA (Chicago), Prince en Neunundneunzig Luftballone. Gelukkig sluit de bar, en daarmee het spel, om 22 uur.
Als we langs het huis van Ray en Peggie naar huis fietsen, staan ze net mensen uit te zwaaien. Als ze ons zien moeten we meteen omhoog komen voor een borrel. Bas weer een bel whisky, ik een bel wijn.
Ray heeft een grappige manier van doen, wisselt gespeelde barsigheid af met direct daarna een ontwapenende glimlach. Na ons glaasje gaan we, eindelijk verstandig, weg voordat we nog zo’n bel krijgen. Thuis ontdek ik dat ik Ray’s leesbril nog op mijn hoofd heb (Penny liet me foto’s van haar ouderlijk huis, in the mountains (van NC), in de sneeuw zien met daartussen per ongeluk eentje van Ray geheel nakend in een sneeuwstorm; kleumend met alleen een heel lange gebreide das om zijn nek en vóór de edele delen gekruist. Ze fluistert“Can you imagine!? It was freeeeeezing cold!”. Op ons gegiechel vraagt Ray met zorgelijke achterdocht wat Peggy me precies laat zien. “My mum’s house....” en ik knik ernstig ja).

De volgende morgen, vanmorgen dus, heeft Bas de bril al vroeg weer terug gebracht op zijn weg naar Selena. Rond elf uur sta ik in de supermarkt te kijken naar groente, buldert een donkere stem achter me  “You bring your own glasses? Woman!?”...... maar voordat ik kan schrikken of omdraaien weet ik het al en inderdaad, daar staat een greinsende Ray.  

Donderdag 25 juli
Bas en ik zijn ’s morgens naar Selena gaan kijken (nog steeds op de kant en we denken dat ze morgen nog wel niet in het water zal komen) en plannen daarna een stukje te gaan rijden, maar op dat moment komt Marie aanrijden “eleven o’clock, coffee time!”.
We stellen ons ritje uit tot daarna en rijden over mooie wegen naar een levenloos Aurora en weer terug.
We worden uitgenodigd om vrijdag bij Martie&Marie steaks te komen eten en Marie vraagt of ik zin heb zaterdagmorgen met haar naar de Farmer’s Market in New Bern te gaan. Ik nodig haar uit om zaterdagavond bij ons te eten omdat Martie dan met zijn zonen naar OshKosh gaat (een jaarlijks vliegtuigevenement/beurs) en daar een paar dagen blijft.
We vertellen dat we het huisje nogmaals voor een maand te huur hebben maar dat we ons voor kunnen stellen dat ze haar auto nu wel weer terug wil hebben. O nee, helemaal niet nodig, voorlopig kunnen we hem blijven gebruiken, ze gilt wel als ze hem nodig mocht hebben en dan kan ze altijd een andere meegeven.... Ook de crockpot komt weer even terug!
Pat en Joe zijn inmiddels ook op de hoogte dat we nog zeker tot 17 augustus in hun huisje blijven. Ook OK.

Vrijdag 26 juli
Rond 9 uur worden we gebeld door Eric met de vraag waar de key van de schroef (?) ligt. Nou, dat betekent dat er vorderingen gemaakt worden. Rond tien uur rijden we naar de werf en daar zijn de singels al rond Selena’s buik gelegd. De laatste hand wordt gelegd en ..... het is niet te geloven..... ze wordt gesplasht!
’s Middags zorgen we bij de theepauze voor een varia aan cheesecake-punten voor het personeel (de champagne bewaren we voor als haar stick gerigd is!).
Ze ligt nu dus in het water, maar de motor heeft nog niet gedraaid, nog niet alles is aangesloten; dat komt allemaal na het weekend.... spannend!

’s Avonds eten we bij Martie&Marie, eerst weer aperitief buiten voor de Grote Ventilator. Het worden geen steaks, want zoon Marco en dochter Natasha met vriend Damon komen ook eten en die houden van porc. Toe eten we cupcakes van een door tv-competitie beroemd geworden cupcakebakkerij. De cupcake is goed, niet bijzonder, de gigantische toef zoete creme erbovenop (boter en suiker?) een maaltijd op zich.
Marie vraagt of ik wel eens naar een pedicure geweest ben. Ja, één keer, en dat viel me zo tegen dat ik daarna nooit meer gegaan ben. O, nou, dan moet ik morgen maar meegaan naar hun pedicure, samen met haar en Martie (die toch pas zondag gaat vertrekken).

Zaterdag 27 juli
En zo zit ik om 9.30 in de Beamer(/Beemer/Bimmer, slang voor BMW) op weg naar Martie&Marie in Arapahoe.  Gezamelijk rijden we naar New Bern.
Eerst naar de Farmer’s Market. Groter dan die in Oriental maar ook weer veel kraampjes met eigengemaakte juwelen, beschilderd glas, gehaakte poppen en pannenlappen, keramiek, en natuurlijk zelf gekweekte groenten en fruit.
Daarna koffie in een koffietent die gerund wordt door een 60-plus oude hippie uit Los Angeles; grijze snor en baard met staartje in de nek. Zijn koffiehuis doet me een beetje denken aan het jongerencentrum uit mijn middelbare schooltijd waar je in het weekend naar toe ging om, met een jointje (heette toen nog “stickie” en was nog onschuldig spul), naar Pink Floyd te luisteren, bier te drinken en tegen elkaar aan te hangen: een groot en donker hol met betonnen vloer.
Erg snel werkt hij niet; het duurt bijna een kwartier voordat ik mijn milkshake krijg (chocoladeijs moet ergens van achter gehaald worden, vanilleijs ergens een eind naar links van zijn balie, melk ergens een eind naar rechts van zijn balie, een stukje chocola dat tot slot wordt meegemalen, uit de koelkast aan weer de andere kant, etc. en tussendoor helpt hij andere klanten die gewone koffie bestellen, maar.... lekker is-ie wel!
Dan naar de pedicure, ergens in het zoveelste grote winkelcentrum, gerund door Koreanen. Reserveren doen ze niet aan en zelfs met zijn drieen hoeven we niet lang te wachten tot we aan de beurt zijn. Totaal staan er zo’n 8 pedicurestoelen op een rij, bij ieder een meisje. Wij kunnen in drie stoelen naast elkaar  plaatsnemen. Elders in de zaak worden handen gemanicuurd of van nepnagels voorzien, al dan niet met speciale ontwerpen. De clientele is veelal zwart, maar toch ook redelijk wat witte dames; Martie is de enige man. Wat me wel verbaasd is dat de meeste dames niet mooi, zelfs ronduit lelijk zijn, bijna zonder uitzondering heeeeel dik en veelal slonzig gekleed; wat zouden ze denken dat mooie handen of voeten kunnen bijdragen?
Wat het kost weet ik niet, want Marie tracteert. Ik tracteer op mijn beurt op een lunch bij “Annabel”: fried pickles en crab dip met een broodje.
Daarna nog even naar Harris Teeter, de supermarkt, voor vlees en mie voor vanavond want Martie wil (sinds hij van Marie weet dat ik dat lekker kan maken) “bamie en saté met satesaus en komkommerzoetzuur”.
Toen naar huis waar ik net genoeg tijd had om vlees in de marinade te zetten, katjangsaus, komkommerzoetzuur en bami goreng te maken voordat M&M met de Lexus arriveerden.
 
Dinsdag 30 juli
Gisteren heeft de motor voor het eerst gedraaid!!!!! En is voor dat deel goedgekeurd.
Om dat te vieren zijn we gaan eten in Sea Shanty. Daar hadden we tot nog toe alleen geluncht maar hun dinerkaart en hun eten zijn ons goed bevallen: grilled lobstertails en mixed fries of clams, scallops, flounder (maar dan goed gefrituurd met niet al te dikke deeglagen erom).
Zondag zijn Elizabeth en Erin geweest om de dodger/buiskap op te meten en vanmiddag zag ik dat Tracey er al druk mee in de weer is.....
Vandaag hebben we een proefvaart gemaakt met een van de Deaton-boys aan boord. Het smalle vaargeultje door naar de Neuse River waar toch nog behoorlijk wat golfslag stond en ik, op het voordek tegen de kajuitpunt geleund, de nodige plenzen water over me heen kreeg en ik me ook stevig moest vasthouden aan twee landvasten, alsof ik een paard bij de teugels had, om niet overboord te kieperen.
Maar het was heerlijk weer, dus wat water kon geen kwaad. Eenmaal op het diepe water motorde Selena een stukje op volle kracht; ook dit weer tot volle tevredenheid. Terug in de haven nam de monteur met een hand afscheid van ons, zijn werk zit erop. Eric kwam met zijn fototoestel, want die kan nu in zijn logboek zetten dat hij ook kennis van BMC-motoren heeft! In het kantoortje constateerde Karen Deaton “You’re wet!” waarop ik zei “yes, I’ve been riding the boat!” Ha-ha-ha.

Bas is druk met klusjes aan boord, verven, wc repareren (misschien dat we overgaan op een composttoilet), etc. dus van binnen is Selena nog een grote bende. Ik ga pas schoonmaken als dat allemaal weer opgeborgen is. Heb wel de maten genomen van de twee luiken zodat Elizabeth die voor ons, zoals beloofd, kan stikken.
De hitte op de boot valt me nog mee, maar dat is dan wel met een flinke ventilator draaiende. Maar wie weet proberen we volgende week wel een nachtje.

Uit NL het bericht dat Merlijn deze week op zeilkamp is; ons verjaarskado voor zijn 8e verjaardag. We kregen een mail dat hij er heel veel zin in had, dat hij erg veel van ons houdt. Lief. Toen Reina een touwtje aan zijn zonnebril maakte zij hij “Nu ben ik echt net opa” en op weg naar het kamp was hij blijkbaar ook heel tevreden over ons: “Echt een goed verjaarskado van “opanunoma”!

Woensdag 31juli
Als we aan het eind van de middag terugkomen uit New Bern, staat Barry voor ons huis. Hij heeft bijzonder nieuws: Deaton krijgt volgende week een zeiljacht binnen waarvan de (bejaarde?) eigenaars de mast en toebehoren eraf willen hebben om voortaan als motorjacht verder te gaan. Vreemd plan, maar wie zijn wij om daar commentaar op te leveren, vooral als ze de mast met alles erop en eraan voor niks willen achterlaten bij Deaton’s.....
Barry en Bas kijken op internet naar het zeilplan van de boot. De mast maakt niet veel verschil met die van Harold, maar de giek zou beter passen omdat die langer is. Maar, zeggen we tegen Barry, we hebben een deal gesloten met Harold en het is niet netjes nu ineens te zeggen dat we zijn spullen niet meer willen hebben. Barry, toch echt een keurige, ethisch denkende jongen, zegt dat dat in theorie wel zo is maar dat dat hier in de praktijk toch heel anders gaat:  we zijn het handgeld kwijt (en Harold zal niet blij zijn).
Gek eigenlijk, maar ik bedenk me dat ik liever helemaal niet had geweten van die gratis mast; het plaatst ons voor een groot dilemma.
Met Harold was afgesproken dat we morgen, donderdag, naar Duck Creek zullen varen om zijn mast te komen halen. Die andere boot komt pas dinsdag bij Deaton en we hebben geen idee hoe goed voorzien en/of in welke staat hun zeilgerei is. Wat nu? Tijd rekken! Bas belt Harold en legt uit dat we “a situation” hebben en dat morgen niet gaat lukken; Harold kan vrijdag niet, dus “Monday then”. Dat geeft ons even respijt, maar net niet lang genoeg, want die andere boot komt pas dinsdag bij Deaton; nou ja, we verzinnen dit weekend wel hoe we eventueel de afspraak wederom kunnen verzetten.....
Uiteindelijk besluiten we dat we Harold eerlijk zullen vertellen hoe de vork in de steel zit en zien hoe hij reageert.

Donderdag 1augustus regent het  de hele dag pijpenstelen dus alleen daarom al blij dat we niet op de boot zitten!
We informeren bij Deaton “about an orphaned mast of which we would love to be foster parents! en iedereen, en belangrijker, ook John de eigenaar bevestigt het verhaal en het wordt duidelijk dat men er bij Deaton geen slaatje uit wil slaan door ons ervoor te laten betalen. Wij stellen voor dat als wij de hele handel mogen hebben we zullen zorgen dat die binnen twee weken van hun terrein af zal zijn, wetend dat Martie geen bezwaar zal hebben als wij tijdelijk spullen bij hem willen opslaan.
Wat nog mooier is, we horen dat de bewuste “te ontzeilen” boot in Oriental Marina ligt; we kunnen hem dus stiekem gaan bekijken! ’s Avonds lopen Bas en ik onopvallend even langs. We  zien dat de giek in het gangboord ligt en dat het schip alle tekenen vertoont van al lang niet meer te hebben gezeild; dus ook minder toeters en bellen (o.a. rolfok) aan de mast.
Na lang delibereren vinden we dat we de deal met Harold moeten nakomen en dat we de andere mast, mits die inderdaad gratis is, kunnen gebruiken om daar, naast de giek, vanaf te halen wat we handig vinden.

Zaterdag 3 augustus
Geskypt met Reina en Merlijn om te horen hoe het zeilkamp was geweest.
Reina vertelde ons van de week al dat ze Merlijn best miste maar dat hij contact blijkbaar niet nodig vond want hij belde maar niet terug. Toen ze hem kwam ophalen zei ze dat ze hem erg gemist had, waarop hij haar even met een diepe frons had aangekeken om tot de slotsom te komen: “O, nou ik jullie eigenlijk helemaal niet...”.
We hadden ook al twee foto’s ontvangen, maar van grote afstand was niet duidelijk welk bootje nu van Merlijn was. Wat wel opviel was dat er steeds één bootje met zijn punt de andere kant opwees dan de rest van de vloot ..... ja, bevestigde de zeilleraar, dat was Merlijn.
Bij de start van het zeilkamp had de leiding in het welkomstwoord gemeld dat “wekelijks 1 verdrinkingsgeval werd toegestaan, maar omdat er vorige week niemand verdronken was, mochten het er deze week 2 zijn” (slik!). Slimme aanpak!

’s Avonds eten Barry en Michele bij ons. Zij gaan morgen eindelijk, met een schip volgepakt met allerlei bootaccessoires die ze in het noorden hopen te verkopen, zeilen.
(Barry's schip, zie hiernaast, zo'n 30 ft, heeft hij overgenomen van een 90+er die de laatste 20 jaar van zijn leven weinig aan onderhoud heeft gedaan, maar hij is er wel twee maal mee rond de wereld gezeild.)

Zondag 4 augustus
We drinken ’s morgens nog een kop koffie met Barry en Michele in The Bean alvorens zij van wal zullen steken. Bas neemt een roer voor de Aries-zelfstuurinrichting van Barry over; altijd handig een reserve-exemplaar te hebben voor het geval een haai er een stuk uit bijt (dat gebeurt echt)!

’s Avonds nodigt Martie Bas uit om a.s. vrijdag met hem op de Eels-on-Wheels-truck de tocht naar New York te maken, vissen afleveren, stappen, slapen en de volgende morgen weer terug.

Maandag 5 augustus.
Een stralende dag en om 8 uur gaan we met Selena op weg naar Duck Creek (20 mijl, 4,5 uur) waar wij de mast van Harold zullen ophalen.


Duck Creek is een schitterend, verlaten en onbedorven groen kreekje. Een smal vaargeultje leidt ons naar de Duck Creek Small Boat Harbor waar we aanleggen. De oude man in kaki overall zit weer aan zijn buro, de beagle ligt nog steeds uitgeteld op zijn stoel, en aan het andere buro zit nu een andere oude, goedlachse man (ik schat beiden op 80+) met een keurig gestreken, uniformachtig overhemd aan met op de linkerborstzak een fikse applicatie met zijn naam en op de rechter de naam van de werf. Op zijn buro, over zijn papieren heen, ligt een flinke chihuahua op zijn rug, vragend om aandacht en aangehaald te worden. Elders in een hoek ligt een fors uitgevallen zwarte labradorkruising met droevige ogen.


Harold haalt met hulp van de oude man die de hijskraan bestuurt en twee helpers de mast met tuigage en al van van de “Sanddollar”. Bimini-skelet en een stuk zeildoek volgen; Harold die daar 150 dollar voor vroeg (is al weinig), toen 50 dollar indien we de mast kochten, schenkt hem ons nu.

Doordat het afnemen en op Selena leggen van de mast langer in beslag nam dan verwacht, besluiten we morgenochtend terug te gaan. De oude mannen vinden ook dat we lekker nog een nachtje moeten in Duck Creek Harbor blijven en dat we vooral nog eens terug moeten komen. Ik beloof dat we dat zeker zullen doen maar dat ik me afvraag waarom het hier Duck Creek heet en niet Turtle Creek? Nou, dat vinden ze een goeie! Ha-ha-ha

Er is n.l. in de hele kreek geen ‘duck’ te bekennen (we ontwaarden aan het begin van de kreek een jagers-wachttorentje; is dat de reden?) maar wel waterschildpadden! En net als eenden komen die, zodra ze mensen ontwaren of geluid horen, rond je boot zwemmen om om een lekker hapje te bedelen. Grappig, je ziet eerst alleen een soort donker puntmutsje boven het water uitsteken: hun wipneus tot en met oogjes. Als ze zien dat er inderdaad misschien iets te halen valt, duiken ze onder, zwemmen zo hard ze kunnen naar de boot (ze gebruiken hun zwempootjes diagonaal, dus zwemmen wat waggelend) en steken daar hun koppie weer boven water. Ik dacht “lekker vers gras” maar dat was te min; crackers en kleine stukjes wortel gaan er beter in.
Harold halen we over een biertje te komen drinken in de kuip; Selena kan zijn goedkeuring wegdragen. Bas en hij praten over boten en zeewardigheid. Hij laat weten evt. nog ergens een langere giek te hebben voor het geval we die zouden kunnen gebruiken.
We eten de meegebrachte sausage-quiche van Kip, drinken een glaasje en hebben, dankzij twee ventilatoren, een goede nachtrust.

De volgende ochtend rond 8 uur zijn we klaar (inclusief schildpadden voeren) om weer te vertrekken. Ik pluk ter ontbijt, met toestemming, nog wat verse vijgen van de vijgenstruik.
Het personeel van de werf komt net aan en helpt ons, lang als we zijn door voor en achter uitstekende mast, te keren in het nauwe watertje. Voorzichtig en genietend van alle natuurschoon stomen we het mooie kreekje weer uit.

‘s Middags rond 13.00 uur zijn we weer terug bij Deaton, met mast!
Tot ieders stomme verbazing is de boot die “ontzeild” zou worden vanmorgen niet bij Deaton aangekomen. Wel hebben mensen de boot al vroeg het vaargeultje in zien varen, maar vervolgens bij de concurrent aan de overkant zien aanleggen. Daar is direct de mast met toebehoren van het schip gehaald en is de boot weer spoorslags weggevaren!!!!!!!
Stel je nou eens voor dat we Harold hadden afgezegd!!!! Dan hadden we nu met onze handen in het haar gezeten, want dan hadden we in plaats van twee ineens geenéén mast gehad!!!! Zo zie je maar weer, wie goed doet, goed ontmoet!!! Wederom Serendipity of zo je wilt Destiny.

Woensdag 7 augustus
’s Morgens wordt de mast van Selena getild. Wag zal het rigwerk op zich nemen.
Bas gaat kijken of we de alternatieve giek van Harold kunnen gebruiken en hij wil nog wat ‘blokjes’ van hem overnemen.

Donderdag 8 augustus
Gisteren waren we, op weg naar New Bern, net te laat om de oude mannen van Duck Creek nog te treffen (Harold blijkt een factuur voor het eraf halen van de mast te hebben gekregen die wij zouden moeten betalen) maar we zien wel Harold zelf. Bas bespreekt welke onderdelen hij nog graag zou hebben indien beschikbaar en Harold is allerbehulpzaamst. Hij houdt er volgend jaar mee op en hij wil van alles af, dus hopelijk hoeven we niet teveel te betalen. Terwijl we staan te praten zie ik in het water weer een paar donkere puntmutsjes omhoog komen en moet ik even lachen. Harold draait zich om om te kijken waarom ik lach en ik wijs op de schildpadden in het water. O yeah, turtles! There’s lots of them, some of them quite big (hij wijst minstens een halve meter aan). Ook aan hem vraag ik waarom het hier Duck Creek heet terwijl er geen eend te zien is maar wel schildpadden. Why do you think? Because the turtles eat the little baby ducks! They found the right spot allright, these turtles! O nee, en ik maar denken dat waterschildpadden vegetarisch zijn! Dat werpt even een ander licht op mijn kleine schatjes......

Toen we, half juni, net terug waren uit NL vertelde een van de Deaton-mannen dat een man met een hond in een rubberbootje was langsgeweest bij Selena en dat hij zijn groeten moest overbrengen: Pascal sends you his greetings! Wij hadden geen idee wie dat was of waar we hem moesten zoeken en ook de Deaton-man kende hem niet; we gingen er maar van uit dat hij zich wel weer zou melden als hij daar zin in had.
Van de week kwamen we erachter wie Pascal is en waar hij zich bevindt!
Er zijn n.l. drie zaken die de gemoederen in Oriental bezighouden: het al dan niet betalen voor de ferry over deNeuse River, het kiezen van een nieuwe burgemeester en drie boten die al maanden voor anker liggen in de village harbor.
Pascal, een Fransman, bewoont een van die boten met zijn vriendin Monique (!); beiden van onze leeftijd, schat ik, en aan de foto’s te zien beide “wino’s” op een heel smerig schip.
In een interview voor de plaatselijke web-krant (www.towndock.net/shippingnews)  houdt hij hele verhalen over waarom hij hier is en waarom hij niet weg kan. Aanvankelijk kregen ze, net als wij, veel hulp van de mensen hier, daarna van de kerk, maar inmiddels heeft ook de kerk haar handen van hen afgetrokken omdat men vindt dat ze uitbuiters zijn. De vrouw is inmiddels voor de rechter geweest omdat ze een pot Nutella en een pak koffie pikte uit de supermarkt. De reden dat men zich hier opwindt over het feit dat ze hier al maanden liggen, is dat zij, met die twee andere boten, ankerplaatsen bezet houden in de niet al te grote haven die anders door andere boten gebruikt zouden kunnen worden, met de verwachting dat daarvan mensen aan wal komen die geld te besteden hebben ipv daarom te bedelen. Ook heeft men het idee dat de 3 boten hun “zwarte water” (de wc dus) gewoon maar in de haven lozen wat men niet erg hygienisch vindt (en ook strafbaar is).
Bas en ik vinden het niet heel erg spijtig dat we de kennismaking destijds gemist hebben......

Vrijdag 9 augustus
Gistermiddag Marie en Martie onverwacht op de thee gehad. Truckrit naar New York die voor vandaag en morgen gepland stond kan niet doorgaan. Bas kan nu de rigging van de mast in de gaten houden.

Gisteravond Ray en Peggie te eten gehad; buitengewoon leuk en veel plezier gehad. Blijkbaar zeggen Bas en ik heel vaak “ja-ja” als ons iets gevraagd wordt en dat apen ze na en gooien het te pas en te onpas in het gesprek; het krijgt iets van een Zweedse klucht.
Wat ons wel verbaasde is dat ze met de auto kwamen terwijl ze echt nog geen 5 minuten lopen hier vandaan wonen en bovendien later op de avond met een flinke slok op toch ook weer in de auto terug moesten....
Ze vinden het maar niks dat we binnenkort gaan vertrekken “we’ll miss you” en ze zouden ons in maart graag een keer mee hebben genomen naar de bergen (waar het zo koud is in .... zie verhaal met de das in een eerder verhaal). En ze komen vast en zeker naar Holland (met 875 mensen, zegt Ray, dat is heel Oriental).
Nou ja, volgend jaar komen we waarschijnlijk weer terug en zullen we ze zeker bezoeken.

vrijdag 2 augustus 2013

Serendipity


Sinds de vorige upload ben ik bejaard geworden. Alles valt me daarom zwaarder, zoals het bijhouden van het blog. Voor Monique blijkbaar ook reden om een week over te slaan, hoewel ze altijd veel te vertellen heeft.
Er is ook wat te vertellen. Zo kreeg ik op de afgelopen 23e koffie met cherry pie op bed! Verjaarskado: een dodger, maar dat wist ik al, die komt over een of twee weken.
Er werd - eindelijk - hard gewerkt aan Selena en ik droeg, ook op mijn 1e dag als 65+er ook mijn steentje bij met likjes verf en lak om haar weer mooi te maken. s' Avonds Goose Creek IPA en Peel & Eat Shrimps bij M&M's waar we door Michelle naar de Music Trivia werden getrokken, en daarna nog een bel whisky bij Ray & Peggy, Monique zal de details nog wel geven.

Vrijdag belt Eric me bij de ochtendkoffie (nu weer, zoals altijd door mij gezet en Monique op bed gebracht) met de vraag waar de key van de propellor is.
????
Ik fiets naar de werf, het gaat om de spie die de schroef fixeert in de schroefas. Eric heeft al een nieuwe op maat gemaakt, ik vis de oude uit een vet doosje dat twee maanden geleden met boutjes en moertjes gevuld is bij het demonteren van eea.
"I won't charge for the new one" zegt Eric, maar who cares: Selena hangt in de singles: voor de lunch splasht ze! In de middagpauze serveren we splash cake.  
Wat een fantastisch gevoel, schip wiegend in water. Varen kan nog niet, dat wordt dinsdag, er moeten nog de laatste leidinkjes, schroefjes en pijpjes bevestigd worden.
's Avonds eten we tevreden bij Martie & Marie.

Dinsdagochtend (30/7 intussen) gaan we, na 112 dagen, Whittaker Creek uit, met een van de Deaton-boys met een koffer met meetapparatuur. Er staat wat wind en een behoorlijke deining. Monique, als een Amazone op het voordek zich vasthoudend aan twee landvasten als ware het teugels, wordt zijknat. De motor loopt mooi, soepel, vooruit, achteruit, als vanouds. De metertjes gaan alle op groen (= goed). Al duurt het minder dan een uur en komen we weer terug in Oriental, het is een blij tochtje.

Merlijn gaat deze week naar zeilkamp, waar hij captain wordt van een Optimistje. We zijn zeer benieuwd, naar zijn zeilkunsten  - en een week van huis in een vreemde omgeving. Monique en ik proberen de gevoelens boven te halen die wij hadden toen we rond die leeftijd op "kinderkamp" gingen.

Woensdag 31/7: laatste schroefjes in stootrand, zeereling vast en Selena is nu op een mast-met-toebehoren na klaar!
Er is een 41' ft mast in Bridgeton, 20M van Oriental. We maken een afspraak om ernaar toe te gaan. Na boodschappen zien we Barry net bij ons huisje aankomen.
"Have you heard? An Irwin 34 is coming to Deaton's to leave its mast, 41' ft, maybe just what you're looking for!"
Dus nu is er vooruitzicht op (een keuze uit) twee masten - als ze goed zijn, passen, te betalen zijn.
Serendipity, zei Stephan, die vorige week weer eens kwam kijken en een dag later over de Bridgeton-mast hoorde.
I don't believe in coincidence, everything has a reason, zei de verder zeer nuchtere mechanic Gary
God is good, zei Wes.
Hiermee zal ds. Sneef het eens zijn. Ik ook.

dinsdag 23 juli 2013

Dagje Stuyvesant, not splashed yet, maybe a stick


Dinsdag 16 juli

Afgelopen zaterdag kregen we Marie en Martie op de koffie die hun Lexus weer kwamen inruilen voor hun rode BMW, met de mededeling dat we zondag of maandag zouden gaan vliegen!
Martie wilde desgevraagd niets weten van een geldelijke bijdrage voor de lekke BMW-band of het transport naar New Bern, maar gaf na een stukje zelfgemaakte appeltaart aan dat dat nou iets was waar we hem heel blij mee zouden maken...... Zo groot, zei hij terwijl hij zijn armen wijd uitspreidde.
Zondag was het weer niet goed genoeg om te vliegen en hebben we de dag wat zompig doorgebracht (Bas beetje lakken op de boot, maar dat is heeeeel warm). Gelukkig was het weer gisteren stralend, dus belde Martie ’s morgens dat we om half 11 bij hem moesten zijn.

Iets daarvoor kwamen we aan, met een door Bas gebakken appeltaart.
Met zijn drietjes – vanwege het totaalgewicht i.v.m. de korte lengte van de start- en landingsbaan op Ocracoke moest Marie thuisblijven (niet alleen vanwege Marie, maar daarbij het gewicht van de extra benzine) – naar het vliegveld van New Bern waar Martie zijn 4-persoons Cesna heeft staan. Checklist afwerken (dat doet Martie heel wat sneller dan Bas bij Selena, maar zeilen gaat ook langzamer, repliceert hij), brandstof aanvullen en daar gingen we de lucht in!
Bas naast Martie voorin – boys with toys, metertjes en lampjes - ik koninklijk alleen op de achterbank met weidse uitzichten naar beide kanten.

Van New Bern naar de Atlantische kust en over een magnifiek prachtige kustlijn (onvoorstelbaar zoveel mooie kleuren en vormen als wetlands, duinen en kust in hun palet hebben!) vliegend naar Ocracoke; een eilandje a la Vlieland (ook dit is een seizoenstrekpleister). Daar parkeerden we op het parkeerveldje van het vliegveld (en bonden de vleugels vast aan “landvasten” tegen omwaaien van het vliegtuig), belden Howard’s Pub zodat er 3 minuten later een dik meisje in een golfkarretje aan kwam om ons op te halen. Howard’s Pub is een leuke tent en we hebben er lekker geluncht. Na een wandeling langs een lintweg, snikheet, stoffig en erg toeristisch, weer terug naar de Cesna en een-twee-drie weer de lucht in naar Kitty Hawk (door vliegers aangeduid als First Flight).

Ook een eiland, iets noordelijker, beroemd omdat hier de gebroeders Wright, Willbur en Orvil, hun vliegexperimenten uitvoerden om tenslotte als eersten een vliegend, bestuurbaar vliegtuig te hebben ontwikkeld. Dat was in 1903, nog maar 110 jaar geleden! Zie wat nu het luchtruim doorkruist, tot aan mensen op de maan aan toe!
Op deze plek staan naast de heuvel waar vanaf ze hun “gliders” lieten vliegen, met nu een groot granieten monument erop, ook een aantal musea en twee kleine houten huisjes: eentje de werkplaats en eentje hun eenvoudige onderkomen.
Om vijf uur, we hadden net alles gezien toen ze gingen sluiten, beklommen wij tot slot nog de heuvel.

Toen hup het vliegtuig in en 3 kwartier later weer geland op New Bern.
Zo deden we in een kleine 6 uur, inclusief lunch en wandelingen, waar je met een auto en veerboten zeker twee warme dagen over had gedaan. Het blijft een wonder zo’n vliegmachine en dat realiseer je je pas goed als je in zo’n kleintje zit. En, hoewel ik geen moment bang was, bedacht ik me ook dat een boot toch heel wat minder riskant is: een mast verliezen is heeeeeel vervelend, maar meestal niet levensbedreigend.... een vleugel verliezen, en dat gebeurt, is gegarandeerd einde oefening. Als de motor uitvalt, zegt Martie, is dat niet direct een ramp, je kunt zwevend gecontroleerd naar beneden. Er moet natuurlijk wel een plek zijn waar je zonder ongelukken kunt landen.

 Marie, die dit ritje al vaker gemaakt heeft en dus niet sip was dat ze niet mee kon, zat thuis met een tahoe-curry en een trifle (van angel cake, jello en custard) al op ons te wachten.
Maar eerst nog een drankje buiten. Omdat M&M in een kreek, naast een bos wonen hebben ze daar, nog meer dan in Oriental, last van prikbeesten. Zij hebben geen “closed porch” (met muggengaas insectendicht afgetimmerde porch) maar gaan buiten op hun “deck” voor een gigantische ventilator zitten (zoals wij ’s winters voor de open haard kruipen) die ze op volle kracht aanzetten: dat waait koelte toe en muggen weg! Maar het is een RrraarrR gezicht!

M&M hebben ons overigens aangeboden dat we bij hen kunnen logeren indien nodig. Ook heeft Martie Bas aangeboden een mast op zijn visoplegger te kunnen en willen transporteren als Bas er eentje vindt die op zijn route van Florida of Texas of New York naar New Bern ligt. Op Ebay had Bas er een gevonden in Defuniak Springs, FA, aan de Gulf Coast, 1300km van Oriental. “We rijden erlangs, zeg het maar”.
Zelden zulke onzelfzuchtige lieverds meegemaakt!

De vissersvloot, die weken aan de wal lag, is opeens weg. Er mag ge-shrimpd worden! Vanmiddag dus  Fresh Shrimp gehaald bij een huis midden in het dorp. Bas en ik volgden de bordjes maar aangekomen bij een grasveldje hield de bewegwijzering op en was niet duidelijk of we nou het huis links, rechts, tegenover of achter ons moesten hebben. Wat schuurtjes gecheckt, oehoe geroepen, maar geen kip te bekennen. Bij een huis verderop zagen we een man die ons desgevraagd aanwees welk huis we moesten zijn en voor ons de trap naar de voordeur opliep om ons te melden. Er kwam een wat sikkeneurige vrouw van een jaar of 50 naar buiten die met ons naar een aantal koelboxen liep en de verse, onthoofde shrimps (grootte gamba) afwoog. Halverwege kwam er een oude man aansloffen die, toen we zeiden dat we anderhalf pound wilden hebben, zijn dochter (?) instrueerde dat ze nog 4 garnalen extra in de weegschaal moest leggen. Dat deed ze braaf, waarop hij “HO!” riep en er weer 3 garnalen afhaalde. Het berekenen van de prijs was, voor anderhalf pound, blijkbaar ook een probleem voor zowel vader als dochter. De prijs van 1 pound wisten ze, die voor 2 pound ook, maar iets er tussenin ging te ver. Na een tijdje nadenken, dochter ging weer naar binnen, zei vader: “make it 10 dollars”. ’s Avonds, gebakken, met knoflook en bestrooid met Old Bay Seasoning (een kruidenmengsel met o.a. zout, peper en cayenne dat ze hier zo’n beetje over alles heenstrooien) heerlijk van gesmuld.

 Daarna was het tijd om onze “Dutch goodies” (een Edammer, stroopwafels en een kruikje met molen erop en Oud-Hollandse kruidenbitter erin) af te geven bij Ray en Peggie (als dank voor het al 3 maanden uitlenen van hun fietsen) want vanaf morgen hebben we geen koelkast meer om de goodies good in te houden..
A.s. zaterdag zijn we bij ze uitgenodigd voor een hapje eten.
Tot nu toe kenden we Ray alleen van e-mails en van korte groeten als we toevallig een keertje langs fietsten. Zijn e-mails zijn grappig, kort maar krachtig en op de een of andere manier denk ik dat Ray een oud-marineman is. Dat blijkt te kloppen, sterker nog, hij is marinier geweest!

Howel we zaterdag dus bij ze gaan eten en we nu, 19.00 uur, alleen even wat wilden afgeven, krijgen we natuurlijk toch weer een glas wijn ingeschonken en blijkt Ray crostini gemaakt te hebben. Het is gezellig. Peggie (rond 60), een leuke meid met pretogen, en Ray (rond 70), een gezellige teddybeer, wonen pas een jaar samen maar hebben het blijkbaar leuk met elkaar, hond Biscuit en twee dikke kitten.
Hij is, na zijn mariniersverleden, forester geworden en heeft als hobby houten boten (hij heeft er eentje uit 1929 en eentje uit 1932, met alle onderhoud die dat met zich meebrengt!).
Zij heeft een zoon van 28, single parent van een zoontje waar de moeder verder geen zin in had en Ray heeft ook een volwassen zoon van 23.
Na anderhalf uur stappen we weer op.

 Woensdag 17 juli
Motorsteunrubbers blijken net niet te passen, moeten omgeruild of, in het ergste geval, moeten de motorsteunen  toch speciaal gemaakt worden. Selena deze week het water in gaat zeker niet meer lukken......
Bas belt met Pat dat - “... we’re good, and you? We have a problem ...”  - het een paar dagen later zal moeten worden... No problem, zegt Pat, stay as long necessary en matst ons met de dagprijs. Ook worden we uitgenodigd om donderdag bij ze te komen eten.

Na Deaton besluiten we om maar weer eens een kopje koffie te drinken bij The Bean. Ik ga er vast naar binnen terwijl Bas thuis even een portemonnee haalt. In de rij staat een ouder dametje, ik schat rond de 80, voor me dat zich omdraait en zegt “You look hot”. “Yes”, zeg ik “but it IS hot! And I came by bicycle”. Ze beaamt dat het warm is en vraagt direct waar ik vandaan kom “Europe? Germany?”. “Yes, Europe, I’m Dutch. How come you figured that out so quickly!?, “’cause I’m British”.
Ze gaat met haar milkshake aan een tafeltje zitten. Ik zeg tegen de waitress dat ik nog even wil wachten met bestellen tot mijn man er is. OK, have a seat dus pak ik de dichtstbijzijnde stoel om te gaan zitten, maar zie dan even verderop het dametje naar mij wenken om bij haar te komen zitten.
Bas komt binnen, voegt zich bij ons en stelt zich voor. “Boss?” “No, Bas, from Sebastian” “O, at Sebastian I always think of tall, dark and handsome men” (nou, behalve het “tall” klopt dat wel vind ik).
Ze heet Tina en woont sinds 1995 in Oriental, is getrouwd met een oud Navy-man die de hele dag thuis zit en nooit de deur uit wil, omdat hij haar al na een paar uur mist. (“But how can I miss him when he never leaves!!!!!”, zegt ze misprijzend). Ze heeft in Oriental gedurende een jaar of zeven een Bed & Breakfast gehad die zeer goed liep. Maar op een gegeven moment werd dat teveel dus heeft ze dat verkocht. Nu beleeft ze veel plezier aan haar tuin (ze staat dan om 5.30 op om de ergste hitte te vermijden) en gaat er dagjes op uit met haar vriendinnen om haar man een beetje te ontlopen. “Actually” zit ze nu te wachten op een vriendin die er om 11 uur had moeten zijn (het is 11.30: “I’ll call her....she probably forgot again”..... “Hi dear….. o, was it noon? OK, then I’ll see you shortly”). Na onze mokka shake nemen we afscheid en gaan Bas en ik naar New Bern voor een lunch bij MJ’s Raw Bar & Grill.

Maar eerst melden we ons maar weer bij Deaton, want anders gaat de vaart er weer uit. Als we binnenkomen zegt John, de Deaton-baas, dat hij ons net moest hebben want dat er voor ons gebeld is dat er misschien een mast voor ons is!
Steven, de surveyor die hier onze schade moest taxeren, zegt dat er in Bridgeton (vlakbij New Bern) misschien een geschikte mast voor ons is. We spreken af elkaar’s middags op die werf te zien.
Daar zit een heel oude kleine man met een ziekenfondsbrilletje, in een smetteloos kaki overall in een kantoortje, met op een luie stoel een uitgetelde, heel oude beagle die geen boe of ba of blaf zegt als we binnen komen. Oude man weet van niks, we moeten voor Harold (zo heet onze man) niet hier zijn maar aan de andere kant van de snelweg. RrraarrR, want waarom kregen we dan dit adres. Gelukkig komt Steven net aanrijden die ons wijst dat we achteraan op de werf moeten zijn waar Harold aan een boot bezig is. We lopen naar hem toe en worden omringd door een roedel honden, kruising chihuahua/corky; veel te dik maar desondanks behoorlijk actief in die hitte, met als gevolg een hoop gesnurk om op adem te komen, net varkentjes.
Bij Harold aangekomen houdt hij met schijnbare tegenzin op met waar hij mee bezig was, veegt zijn handen enigszins schoon en geeft Steven en Bas een hand. Ik steek de mijne ook uit, maar die wordt niet gezien/gepakt. Ojee, denk ik. Harold, van onze leeftijd, is stuurs, zegt niet veel, wijst naar de boot naast hem (een Hunter 33) met daarop de mast. Steven fluistert me, ten overvloede, toe dat Harold een man van weinig woorden is en dat hij vroeger zelfs een beetje bang voor hem was.
Maar, naarmate Bas en Harold de zaken aan het bekijken en bespreken zijn en van elkaar merken dat ze er veel vanaf weten, ontdooit Harold en wordt steeds spraakzamer. Ik mag me zelfs in het gesprek mengen en krijg voorzichtige glimlachjes (hij heeft mooie ogen! En is verder ook niet onaantrekkelijk...).

Bas vertelt dat we van plan zijn/waren met een mast te wachten tot New Yersey omdat iedereen riep dat “de masten daar voor het oprapen liggen na orkaan Sandy”. Harold vertelt dat er wel veel masten liggen, maar dat we daar geen schijn van kans gehad hadden omdat je daar niet om 1 onderdeel, of zelfs niet om een heel schip hoeft te komen. Ze nemen je pas serieus als je (enigszins overdreven) “an acre of ships” wilt kopen. “And they don’t baby around with those boats, they shove them with a bulldozer!”
De boot waar de mast nu op staat lag in de marina van New Bern maar door een verbogen schroefas “and years of neglect” lekte hij zodanig dat de bilgepomp (die water uit het schip pompt) constant draaide met bijbehorend lawaai en vervuiling; de marina wilde van het ding af en de eigenaars zagen geen andere optie dan het ding voor “salvage” (waardeloze boot waar nog wel waardevolle onderdelen vanaf te halen en te verkopen zijn, zoals ook het lood uit de kiel). We nemen wat maten en gaan overleggen met Deaton; ze zijn dan wel niet erg snel, maar wel heel secuur!

Daarna gaan we naar de gigantische Books-A-Million (jammer dat boeken zo zwaar zijn, de mooiste naslagwerken kosten hier helemaal niks!) naast de Wallmart en de Wallmart zelf om te kijken naar een ventilator voor aan boord, eventueel fietsen voor als we uit Oriental weg gaan, een douche ter verkoeling in de kuip en een wat grotere koelbox (probleem is dat we weinig ruimte hebben en dat zo’n koelbox veel stroom nodig heeft, dus misschien moet er nog een tweede zonnepaneel komen?). De temperatuur aan boord is, met Selena op het land, zo’n 100 graden Fahrenheit, tegen de 40 graden Celsius, dan wil je koele lucht langs je heen hebben en koel water/tonic/ginger ale/wijn/bier om te drinken. Alle aanschaffen hangen af van WANNEER we gaan varen en of het nog zin heeft die dingen aan te schaffen.

Woensdag, dus ‘s avonds life music at The Silo’s waar local heroes niet onverdienstelijk Neil Young, Bob Dylan etc. nabootsen (maar wel een beetje hetzelfde als vorige week...). Ook de pizza’s en de Malbec blijven voortreffelijk.

Donderdag 18 juli - Reina jarig!
Gelukkig, Eric heeft goede motorsteunrubbers gevonden die morgen geleverd zullen worden; we hoeven ze dus niet te laten maken. Pfffff, opluchting!
Bas en ik besluiten dat we nog een week of drie het huisje willen aanhouden en zullen dat vanavond bespreken met Pat en Joe. In de tussentijd kunnen we motorend dagtochtjes maken en ervaren hoe leven aan boord gaat bij deze temperaturen (tussen de 35 en 40 graden Celsius).

’s Avonds gegeten bij Pat en Joe.
Ze wonen aan de overkant van de brug, in een ruim – verhoogd – huis, aan een kreek, met royale porch die prachtig zicht geeft op de zonsondergang en ..... in de verte zie ik golven, van een bootje dat nergens te zien is ...? ... of zijn het toch? .....JA, het zijn dolfijnen, een stuk of zes, zeven! Pat en Joe juigen want dit zijn de eerste deze zomer! Ze komen deze kreek in als het shrimp-tijd is en dus ook de kreken vol shrimps zitten.
We eten “beer butt chicken” ofwel “kip-op-blik” (een kip enigszins oneerbiedig  “neergezet” op/over een half gevuld bierblik en zo de oven in; het bier gaat koken en de stoom maakt het vlees heerlijk mals en sappig. Ik herinner me uit mijn Tupperware-tijd een recept waar ipv een blik bier een blik cola gebruikt werd; nooit geprobeerd).
Het is een genoeglijke avond. Het blijkt dat Pat en Elizabeth, onze buurvrouw van de buiskapmakerij, dikke vriendinnen zijn. Pat vertelt dat toen Elizabeth’s man, na meer dan acht jaar kanker, overleden (met twee weken daarvoor voor haarzelf de diagnose kanker) en gecremeerd was, Elizabeth (kaal en misselijk van de chemotherapie) zijn as wilde gaan verstrooien over de Neuse River.
Pat vroeg bezorgd of ze mee zou gaan waarop Elizabeth antwoordde dat dat niet nodig was; “no, just me and Jack Daniels” ;-)
E. had ons al verteld dat ze god had gezegd dat het na al die jaren van verzorging van haar man en nu zelf kankerpatient, eindelijk wel eens tijd werd om haar een gezonde, leuke vent te gunnen.
En inderdaad, enige tijd later tipte iemand haar over Erin, weduwnaar; posteerde zich op zijn motorfiets die bij een winkel geparkeerd stond en zo is het gekomen. Ook de kanker heeft ze, sinds een jaar, overwonnen.

En zo horen we meer over Oriental en haar bewoners. Pat en Joe wonen hier al heel lang, Pat heeft diverse “art galleries” gehad (niet direct wat wij kunst zouden noemen, meer prullaria, maar de Amerikanen zijn er gek op) maar beperkt zich nu tot “interior decorating”. Ze vinden dat Oriental op sterven na dood is. “Vroeger”, zo’n 25 jaar geleden, was het een levendig dorp, maar de meeste mensen uit die tijd zijn nu oud of dood (de leegstand van de huizen heeft blijkbaar niets met crisis te maken, maar met het feit dat de bewoners zijn overleden en Oriental niet aantrekkelijk genoeg meer is om nieuwe, jonge bewoners te trekken. We kunnen ons er iets bij voorstellen). Ook Pat en Joe hebben hun huis in de verkoop gezet en al een stuk grond in Wilmington gekocht, waar winkels, pubs, restaurants, bioscopen, theaters, etc. om de hoek en op loopafstand liggen. Bovendien wonen hun (klein-)kinderen daar.
Wat ons huisje betreft: Pat en Joe vragen dit keer geen volledige maandhuur; we mogen per dag betalen en blijven zo lang we willen. Prettig idee.

Zaterdag(20/7)  hebben we gegeten bij Ray en Peggy met gasten Ross (een breed- en behaardborstige Amerikaan) en Ivy (een “petite” Hongkongese) en Keith, de Canadese buurman. Voor het aperitief zitten we op hun achterporch, waar we op 30 cm afstand een kolibri zien die met een lang puntig snaveltje van het suikerwater, speciaal daarvoor opgehangen, komt snoepen. Wat een pieperig klein en schattig vogeltje!!!!!
Ray heeft gekookt (hij is de 2nd best cook in Oriental, zegt Ross, guess who is the best) en, zoals Peggy me toefluisterde, heeft op internet gezocht naar echt Nederlandse gerechten. Vandaar dat we “stamppot” (voor de Hollanders) krijgen, gemaakt met Pak Soy (voor Ivy) en maple leaf-butter als een van de bijgerechten (voor de Canadees); verder gebarbecuede gigantische porc chops en veel wijn (vooral Peggy en ik) en veel whisky (voor de heren). Amerikanen hebben met Canadezen wat Nederlanders met Belgen hebben; de hele avond door vliegen de kwinkslagen dan ook over en weer. Rond 11 uur gaan we met onze fietsjes, die we ook de komende tijd nog mogen lenen, huiswaarts.

Zondag (21/7) krijgen we Marie te eten, die tegen vijven arriveert.
Pat en Joe, druk met het leegmaken en opruimen van hun huis, komen even later langs met vuilnis (aan de andere kant van de brug is geen vuilophaaldienst) en we nodigen ze uit voor een glaasje. Pat kent Marie nog van uit de tijd dat ze haar winkeltjes had in Oriental (“Marie was one of my best customers!”).
We hebben ze nog niet van wijn en bier voorzien of Barry en Michele komen de “loopplank” oplopen.
Onze porch wordt te krap! Maar het is gezellig. Tegen half zeven komen er allerlei soorten en maten brandweerauto’s langs met loeiende sirenes, richting haven. Die uit Arapahoe rijdt eerst bij ons voorlangs, de brug over, maar komt zoals wij al verwachtten weer terug, wat het gezelschap wat lacherig maakt. Marie waarschuwt ons dat zij uit Arapahoe komt, dus dat we op onze woorden moeten passen. Pat en Joe zijn nieuwsgierig naar waar de brand is, dus stappen op. Barry en Michele zijn met een natte vinger te lijmen om een hapje mee te eten (“indische” spareribs met satesaus en nasi goreng).

Maandag 22 juli
Rond 11 uur vanmorgen ons maar weer gemeld bij Eric die natuurlijk weer “terribly busy” is. De motorsteunen die vorige week besteld en geleverd werden, bleken toch niet helemaal goed, dus er moesten andere besteld worden. Die zijn blijkbaar binnengekomen want Eric laat ze ons zien. En voor de zoveelste keer verzekert hij ons dat binnenkort alles geregeld zal zijn maar dat die en die vandaag/morgen/deze week vakantie heeft etc. etc. Ben benieuwd of Selena deze week inderdaad “will be splashed” (jargon voor tewaterlaten, na “on the hard”, op de kant te zijn geweest. Een mast wordt hier aangeduid als  the stick).

Morgen is Bas jarig en hoewel we hadden willen dineren in een van de betere restaurants in New Bern (247 Craven) zijn we nu door Ross en Ivy uitgenodigd om dan de splash van hun geheel opgelapte Taiwan-klipper te vieren. In stijl, met veel whisky.

 

zaterdag 13 juli 2013

De dagen zijn weer gevuld met je- ne-sais-quoi



Vrijdag 12 juli

Nou, inmiddels heb ik mijn draai weer gevonden en zijn mijn dagen gevuld met je- ne-sais-quoi (ik herinner me dat mijn moeder het, hoe ouder ze werd, ook steeds drukker kreeg met .... niets?; veeg teken!)
Zoals uit de laatste zin van vorig blog mag blijken zijn de werkzaamheden aan Selena begonnen en hopelijk drijven (dat tenminste!) we dan volgende week weer.

A.s. dinsdag is de huur van ons huisje afgelopen en dan willen, moeten, we weer terug zijn op Selena.
Waar ik me wel een beetje zorgen over maak is de hitte en de prikbeesten.
Hier in ons huisje zijn alle ramen standaard voorzien van horren en zijn in beide vertrekken grote plafondfans en airco die zowel koele lucht geven als prikbeesten wegblazen, dus zit je binnenshuis veilig als de prikbeesten tegen het eind van de middag hun slag denken te slaan. Voordeel van het feit dat we voorlopig als motorboot zullen varen is dat de accu’s steeds lekker opladen en we dus ’s nachts een ventilator kunnen laten draaien.
Qua voedsel zal het hebben van slechts een piepklein en niet bijster goed koelend koelkastje (volume 6 bierflesjes) ook een uitdaging zijn. Waarschijnlijk zullen we voornamelijk vegetarisch door het leven gaan de komende maanden.

We vierden de 4th of July, Amerikaanse koninginnedag zeg maar, op 5 en 6 juli – de Orientals combineren het met hun eigen Croaker Fest. Veel muziek met (heel) goede bands: bluegrass, big band, rock – de muzikanten bijna allemaal 60-ers, de muziek 60er en 70er jaren en ja, het publiek ook grotendeels 60+. Street dancing, kraampjes met eten, van blue crab tot gyros (maar geen bier of wijn, alcohol op straat mag niet), kraampjes met kleren, hoeden en petten, sigarendoosgitaren, de (zeer dominant aanwezig hier) Republikeinse partij, de Croaker Queen (en mini Croaker Queen) verkiezing, een lange optocht. En: een bakwedstrijd waar we een heerlijke Amsterdamse Appeltaart inbrachten. Hij werd als zodanig herkend door de jury (Bas hoorde een jury-lid verveeld mompelen “this is apple”), maar we wonnen er geen prijs mee, terwijl hij toch zo lekker was. Te laat bedachten we dat we hem terug hadden kunnen kopen, na het proeven worden alle baksels verkocht ten bate van een goed doel.

 
Zondag en maandag na het Croaker Fest zijn we naar Wilmington geweest. Een leuk, oud plaatsje met prachtige en gezellige koloniale en Victoriaanse huizen. Zondag hebben we het oorlogsschip (WO II) North Carolina bezichtigd en hoewel ik daar meer voor Bas naar toe ging dan voor mezelf, vond ik het toch een belevenis.
Niet voor te stellen dat daar 2200 man maandenlang dicht bij, en met elkaar moeten leven. Echt nergens privacy, zelfs de wc’s staan in een open rij van zes met alleen een provisorisch schotje ertussen. De opklapbare bedbodems, vier boven elkaar, zijn een soort stalen hekwerk, met wat vering aan de zijkanten, dat waarschijnlijk bij iedere beweging piept en kraakt en de getuigenissen over hoe warm en benauwd en zweterig het was en hoe de staat van de matrassen al snel was, maken het er niet beter op.Hoewel als sardines in een blikje had gelukkig niemand last van andermans snurken.... de scheepsmotoren overstemden dat!
 

De getuigenissen,die je in elke ruimte vindt, van oud-matrozen maken het allemaal heel levendig en amusant. Knap om zo’n self-guiding tour toch zo aantrekkelijk te maken dat je daar zonder dat je er erg in hebt zo’n vier uur mee zoet bent!
Helaas waren de alligators, die normaal vanaf het schip te zien zijn als ze in de zon liggen te bakken in de wetlands/swamps ernaast, in geen velden of wegen te bekennen.

Het was te warm om verder nog iets te doen (om die reden vond ik dat ik dat dus ook de paarden van de paardentram niet aan kon doen), dus zegen wij neer bij The Brewery, helemaal ons soort etablissement, voor eten en drinken (heerlijke bieren voor Bas). De volgende dag, alweer prachtig en warm, ons laten rondrijden in de antieke Trolley-bus die ons, met uitleg, door alle historische buurten reed.

Dinsdag hebben we in een van de winkels hier een hoed gekocht voor Bas; zo’n slappe met een brede rand zoals ontdekkingsreizigers ze (plachten te) dragen. Dit omdat Bas de baseball caps toch niet prettig vindt maar toch wel wat bescherming tegen de felle zon wil hebben voor zowel ogen als dunbehaarde schedel, en met enige ventilatie boven het schedeldak. Hij heeft dus nu een Tillley Hat; “the finest in the world. Insured against loss. Guaranteed for life (replaced free if it wears out)”.
Hij moet er nog even aan wennen dat hij hem in winkel, restaurant of auto af kan zetten; als ik niet oppas stapt hij ermee in bed!

Vijf auto’s op één dag!
Gisteren zijn we, om ons 3-maandig jubileum hier te vieren, gaan lunchen in de Crab Shack op een van de outer banks waar we 3 maanden geleden, met veel voldoening, met Ok en Wil hadden gegeten.
We hadden Marie meegevraagd als dank voor het, nog steeds, mogen lenen van haar rode BMW en omdat ze een groot deel van de week helemaal alleen erg afgelegen in haar huisje zit als Martie weer vis aan het tranporteren is en omdat ze heel lief af en toe wat verse produce (komkommer, tomaat, vijg, maiskolven) komt brengen.
De trip kostte een dikke twee uur (waarvan een half uur op de pont over de Neuse River), maar dat hadden we er wel voor over; bovendien beginnen we afstanden al op z’n Amerikaans te bekijken.
We hebben weer heerlijk Snow Crab legs en Blue Crab gegeten en zijn daar, met alle gepulk, geruime tijd mee in de weer geweest. Daarna zijn we even doorgereden naar Swansboro, een piepklein lief plaatsje, waar we in Yana’s – Ye Olde Drugstore Restaurant een butter pecan icecream als toetje namen. Een gezellig, druk, klein, “bruin” restaurant met allervriendelijkste bediening, geleid door – alweer* - een ernstig geblondeerde, wuft schouderlangharige dame – “Yanamama alias Evelyn” - van ruim in de tachtig.

* Zij is niet de enige. Hier in Oriental worden het Toucan-restaurant en de bijbehorende Tiki-bar gerund door ook een hoogbejaarde dame met schouderlang golvend, witgeblondeerd haar. Deze dames zijn blijkbaar in de vijftiger jaren gevallen voor uiterlijk en haardracht van Jayne Mansfield en hebben het daarbij gehouden.... een simpel rekensommetje leert dat ze anno 2013 dus zo’n 83 zullen zijn. But still going strong en ze hebben er duidelijk de wind onder want in beide restaurants is de service prima en allervriendelijkst en draaien de zaken goed!

Na ons ijsje nog even wat kijkwinkeltjes in (ik snap echt niet hoe die mensen rondkomen met zoveel in hun winkel en hoofdzakelijk kijkers ipv kopers!) en rond half drie weer richting huis. Op ongeveer drie kwartier van huis licht op het dashboard een lampje op dat aangeeft dat er iets met de banden aan de hand is. Bas vraagt geschrokken aan Marie of het life threatening is waarop ze lachend zegt dat dat lampje wel vaker brandt omdat de bandenspanning dan enigszins afwijkt; niets om je druk over te maken.
Helaas, 10 minuten later horen we flop-flop-flop en staan met een lekke achterband aan de kant.
OK, jammer, dat betekent in deze bloedhitte een band verwisselen.... maar te overzien.
Oh, er is geen reserveband? Nee, want vroeger had de BMW niet-lek-kunnende-raken banden en was een reserveband dus niet nodig maar omdat die nlkr-banden zo duur waren waren ze toch maar weer op gewone banden overgestapt en hadden er niet meer aan gedacht dat je dan wel weer een reserveband nodig had.
Bas roept olijk iets van “Yet another adventure! You want adventure? Loosing your mast? Broken engines? Flat tires? Come to Bas!”
We staan langs een redelijk drukke (B-)weg, op een kruispunt. Nog geen 5 minuten nadat we daar staan draait een man zijn auto de berm in en vraagt of we hulp nodig hebben. Hij heeft een wreckage-bedrijf just ‘round the corner en kan ons een sleep geven en wellicht de band snel herstellen met een plug.
Omdat Marie na telefonisch overleg met Martie al andere hulptroepen heeft ingeschakeld, bedankt ze vriendelijk en legt uit waarom. Hij, Joe, geeft zijn kaartje en rijdt weer weg. Weer 3 minuten later roept een andere automobilist of we hulp nodig hebben? No, but thanks! Bas en ik vragen ons af hoe lang je in NL zou moeten wachten voordat er eindelijk eens iemand zou stoppen om te vragen of je hulp nodig hebt; waarschijnlijk moet je eerst dwars over de weg gaan liggen voordat er daar iemand stopt!
De hulptroepen van Martie blijken toch niet zo snel beschikbaar te zijn, dus na een volgend telefoontje wordt toch de hulp van “Need a tow? Call Joe!” ingeroepen.
Die zet de BMW op zijn auto en wij worden in de ook meegekomen SUV (onze tweede auto deze dag), bestuurd door pa (?), die ddodgemoedereerd een pluk pruimtabak in zijn wang stopt, vervoerd naar het bedrijfje dat inderdaad 5 minuten verder om de hoek ligt. De band wordt bekeken maar blijkt onherstelbaar, scheur aan binnenzijde band oid. Joe belt rond om een band te vinden (BMW, dus “niet gebruikelijk in VS”; waar hebben we dat eerder gehoord!?). Om een kort verhaal lang te maken, Joe brengt de auto weg naar het tire centre van Marie en Martie en Marie belt een van haar zoons om te kijken of die ons kan ophalen. Gelukkig blijkt Marco beschikbaar en willend. Wij hebben ons op advies van de oude man op de verkoelende porch geinstalleerd waar we ook nog eens een heerlijk glas kersenlimonade met veel ijsklontjes (en servetje!) krijgen van zijn oude dame.
Marco is er veel sneller dan gedacht. Dat komt omdat hij in de buurt was vanwege het feit dat hij zojuist een Jeepje (zo’n spartaans model waar je in Zandvoort jonge twintigers in ziet rijden) aanschafte. Gekocht voor de belachelijk lage prijs van 3500 dollar “for the summer” om hem na de zomer voor “easy” 7000 dollar weer te verkopen; kind van zijn vader!

Marco is 23 en lijkt ook qua uiterlijk op zijn vader, maar dan de donkere versie, en is met een vrolijk, leuk en open gezicht, aantrekkelijk om te zien.
Zijn moeder vraagt lachend en quasi-bezorgd waarom hij naast z’n truck, zijn Ford SUV, zijn Audi en een motor nou ook nog eens deze Jeep moest hebben. Want, straks krijgt hij een meisje en die wil dan wel in een huis wonen en werd het niet eens tijd dat hij daarvoor ging sparen? (terwijl Marie dit zegt zie ik dat ze zelf ook wel inziet dat het praten is tegen een doofstomme)
“O no”, zegt hij: “I want to live like my father and I’ll find a wife just like my mom”.
Na de limonade bedanken we de ouwetjes en stappen in de zojuist verworven Jeep (auto nummer 3); Marie en ik met opgetrokken knieen achterin, op weg naar de garage waar Marco zijn Ford, na aanschaf van de Jeep, heeft laten staan.
Aldaar aangekomen fatsoeneert Marco zijn Ford SUV even voordat wij daarmee verder zullen rijden. Het is een blinkende, zwarte Ford Super Kraft (oid); verhoogd, met van die grote wielen eronder en daardoor een instap van een meter. Een luxe passagiersgedeelte ruim genoeg voor 5 personen met daarachter nog een open laadbak van ca. 2 meter lang.

Terwijl Marco bezig is zijn auto te schonen vraag ik aan Marie waarom hij die (ik wijs naar de Jeep) moest aanschaffen als hij deze (wijzend naar dikke Ford) al heeft? Marie roept iets van toys for boys waarop we alledrie moeten lachen.
Marco vraagt waarom we staan te lachen, dus ik herhaal wat ik net tegen Marie zei en voeg eraan toe dat in NL jongens al blij zouden zijn met zo’n Jeep en dat die gigantische Ford alleen maar in hun stoutste dromen zou voorkomen.
Nou, zegt Marco, dat zit zo: die Ford is een “chick magnet”! Alle meisjes willen wel met hem uit omdat hij zo’n mooie auto heeft en dus ook wel veel geld zal hebben. En nu wil hij met deze auto eens kijken of er ook meisjes zijn die voor hém vallen en niet voor zijn auto. Blijkbaar weet hij zelf niet hoe aantrekkelijk ie is.

Goed, hij vervolgt zijn weg met zijn Jeep, wij in de dikke Ford (auto nummer 4).
Aangekomen bij het huis van M&M zegt Marie dat wij de Lexus maar mee moeten nemen want zij heeft nog die andere auto daar – ook weer een dikke SUV - ter beschikking. En zo komt het dat Bas en ik in een zo goed als gloednieuwe Lexus SC430 two-seater, met automatisch inklapbare hard top (dak), naar huis rijden! Dat was auto nummer 5 voor vandaag!
Onze buren moeten inmiddels vermoeden dat we in drugs handelen....
Die Hollanders proberen wel onopvallend op hun fietsjes de onschuld zelve uit te hangen, maar kijk wat ze geparkeerd hebben staan bij hun huisje! Eerst een Cadillac, toen een BMW en nu een Lexus bolide!!!!

We parkeerden de auto gisteren, op verzoek van Marie, aan de weg omdat onze stoep te hoog is voor dit laag liggende racemonster. Vanmorgen parkeert er een auto vóór, die achteruit rijdt. Ik denk nog “hij zal toch niet vergeten dat hij een trekhaak heeft...”, maar denk meteen “geen beren zien waar ze niet zijn” en schrijf verder aan dit verhaal. Komt er ineens een man bij ons binnenstappen (onze deur staat nog immer open) om te melden dat hij de hard plastic cover van de kentekenplaat van de Lexus heeft geramd met zijn trekhaak!
Wat is er met dit jaar!? Waarom gebeurt dit allemaal!? Dit zijn niet de avonturen die we voor ogen hadden! 

Vandaag (vrijdag) is een regendag, varierend van een klein plensje tot hoosbuien.
Geen dag dus om een cabriolet-tourtje te maken met mijn sjaaltje en haren wapperend in de wind.....

En dan, tot slot van dit weekblog, een heuglijke mededeling: we zijn zwanger van ons tweede kleinkind!  
Reina en Niels krijgen eind november hun kindje en Merlijn - “Eindelijk!!!” - een broertje of zusje; tegen die tijd zijn wij lang en breed terug in NL.