zaterdag 27 juni 2015

Monique is er, en we varen!

Monique is er, en we varen! 
 De vuurtoren van Kittery, de eerste langs de lange kust van Maine

Vorig weekeinde heeft Martin me in de mast gehesen en geduldig drie uur eronder doorgebracht terwijl ik een nieuwe radar monteerde (de vorige ligt alweer twee jaar aan de vorige mast 330M uit de kust van North Carolina op de bodem van de oceaan). 
"Geen radar, dan niet zeilen in Maine" vond Monique want langs de kust van Maine wil het nog wel eens misten. If the incentive to develop radar hadn't been war, it probably would have been the Maine coast, zegt een van mijn pilotsNu zit hij er dus weer op. 
De dag na haar aankomst met de dinghy met Monique naar Selena. Na twee maanden denken over looprekken, rolstoelen en trapliften klimt Monique aan boord en na een kop koffie weer van boord. Een mirakel. We gaan voorzichtig verder down-east (dwz noordoost, down de dominerende ZW wind). Met meer dan 6000 eilanden en met alle inhammen en riviermondingen meer dan 5000M kustlijn, rotsen, op ieder stukje open water honderden lobster buoys een uitdaging. Wij zijn one of the happy few (hoewel dat er nog behoorlijk wat zijn) die hier mogen zeilen, lees ik ook.
Het is (nog?) niet echt warm hier zoals we van vorig jaar gewend waren, 15C 's nachts, 20C overdag (in Oriental is het nu 40C hoorden we); alleen in de volle zon en uit de wind kan het even heet zijn. Het weer is ook tamelijk veranderlijk, je gaat varen met wind uit zuid en twee uur later draait hij in een paar minuten naar noord. Af en toe regent het. Piepklein leed.

Na een bezoek aan vrienden, verhuisd van Oriental naar Melvin Village aan Lake Winnipesaukee, gaan we, na schandelijk misbruik te hebben gemaakt van M&K's gastvrijheid, eindelijk aan boord. 
We gaan van onze mooring, maar komen niet verder dan een mijl verderop in Kittery in Pepperell's Cove. Een dag later lukt het om naar York te komen, 10M verderop, lekker langzaam in zonnetje en dwarrelwind. De haven is meteen na de monding van de York River, na een scherpe bocht waar de stroom bij springtij tot een knoop of vijf kan doorstaan. Ankeren mag niet, maar er is een mooring voor ons. 
Hoewel we al een aantal keren met de auto door York gereden zijn, is met de boot aankomen een andere ervaring. We blijven twee dagen, de eerste omdat het hard waait en regent, de tweede omdat het stralend weer is.
Als stadje is York bijna zo oud als Kittery, beide zijn van het begin van de 17e eeuw.  
Ook hier weer een - zij het indirecte - link met het vaderland: in 1692 werd het stadje platgebrand door indianen die in King William's War aan de Franse kant meevochten. William is onze koning-stadhouder die als koning van Engeland hier strijd leverde tegen de Fransen in het noorden. Er werden zo'n 100 mensen vermoord en 80 meegenomen naar Canada om daar als slaaf te worden verkocht, vermeld een bord. 
Dat maakt je weer blij: het waren gelukkig niet alleen de Nederlanders die in slaven handelden. Nu is het een dure plaats, met een aantal prachtige 18e en 19e eeuwse huizen. En er zijn twee stranden, Short Beach en Long Beach, waar mensen in het ijskoude water duiken.

We slaan Kennebunkport over. Niet omdat de Bush-clan daar een buitenhuis heeft, maar omdat het er smal, druk en duur is. We zeilen door naar Woods Island voor Biddefort Pool waar het wijds, stil en goedkoop is. Het tijverschil bedraagt hier intussen 3m. Bij hoogwater zijn er wat eilandjes om ons heen, bij laagwater zijn het schiereilandjes met strand verbonden aan de kust.
Voor de liefhebbers van Hopper: de vuurtoren van Portland vanaf het water

En nu zijn we dan in Portland ME, in een marina met een bar-restaurant op een oude pont, voor het levendige centrum met winkeltjes, kroegen en muziek. Dit is het begin van de spannende kust van Maine met zijn diepe inhammen, landtongen, eilanden, vuurtorens. Als het weer meezit kan Monique er nog iets van proeven voor ze weer naar huis vliegt.

 Monique: 

Aankomst dinsdag 16 juni Boston Logan. Lange rij voor Customs ivm slechts twee loketten open van de 12. De vaart waarmee de CBP (Custom and Border Protection)-mannen passagiers doorlaten doet me denken aan toen ik twee jaar geleden in Washington aankwam en er stipheidsacties plaatsvonden omdat men het niet eens was met ontslagplannen vanwege automatisering. Op bordjes staat dat CPB iedereen welkom heet en dat ze hun best doen ons zo snel en prettig mogelijk door de controle te voeren. De praktijk is het tegenovergestelde, qua snelheid en vriendelijkheid, en ik voel hatelijke opmerkingen in me opkomen voor als ik straks oog in oog met de douanier zal staan. Ik ben natuurlijk wijzer en houd mijn klep.
Tegen 13 uur begon de rij voor de CBP en om 14.15 ben ik eindelijk aan de beurt.
Mijn reistas draait inmiddels al een uur rondjes dus die heb ik zo te pakken.
En dan, eindelijk door de schuifdeuren, kijken of ik Bas zie. Hij ziet mij eerder en zwaait.
Blij elkaar weer te zien en voelen.
Bas logeert inmiddels al een paar dagen bij Martin en Kyle in Kittery (Maine) en heeft, niet wetend hoe de staat van mijn rug zou zijn, Selena tot vrijdag aan een mooring gereserveerd in Kittery Harbor Yacht Yard.

Mijn rug, voor alle duidelijkheid, heeft mij sinds 4 april akelige tijden bezorgd; eerst met 3 weken spit die daarna naadloos overging in het opnieuw opspelen van een ruggenmergbeschadiging. Kort en goed, ik was kreupel en onthand, durfde niet meer te rekenen op enig herstel en had Bas al meegedeeld dat de kans dat ik überhaupt kon komen zeer klein was. Dat, gelukkig, viel mee. De laatste twee weken voor vertrek ging het per dag een stukje beter, heb ik de medicijnen (waarvoor ik een drugsverklaring moest hebben om in te kunnen klaren!..... waar overigens niemand bij CBP verder naar informeerde... ) langzaam afgebouwd en gaat bewegen nu redelijk hoewel lopen en staan en sommige bewegingen pijnlijk blijven.

De dagen bij M en K brengen we heel rustig door. We kunnen steeds een van de auto’s lenen, maken korte tochtjes en doen bood(/t)schappen.

Vrijdag op zaterdag naar Ray en Peggy, “oude” vrienden uit Oriental NC (zie blog zomer 2013). Vorig jaar zijn we ze nog daar gaan opzoeken maar verder dacht ik niet ze ooit nog te zien omdat ik niet verwachtte ooit nog in die contreien te verblijven. Maar verrassing, sinds afgelopen winter hebben ze een huis gekocht in Melvin Village aan Lake Winnipesaukee in New Hampshire. Via mooie wegen een rit van een uur of twee van Kittery vandaan. We zoeken contact en worden prompt uitgenodigd zeker langs te komen en ook te blijven slapen. Da’s wel zo prettig en verstandig gezien de snel- en hoeveelheid waarmee bij Peggy en Ray drankjes worden ingeschonken.
P en R hebben een oude “general store” (uit 1814) gekocht voor nog geen twee ton (en dat is ter plekke een schijntje. Het huis stond al 5 jaar te koop en prijs werd steeds verlaagd). Het pand is in orde en/maar nog in oorspronkelijke staat dwz enorm maar in allerlei kleine ruimtetjes opgedeeld. Ray, die ervan houdt een “project” om handen te hebben kan er zijn hart aan ophalen en heeft al diverse tussenwandjes gesloopt. Achteraan het huis een mooie oude schuur met op de vloer heel brede, oude planken waarvan de makelaar ze vertelde dat als ze die ooit zouden verkopen ze daaraan alleen al een ton zouden verdienen. Maar dat zijn ze niet van plan.

Naast het huis stroomt een beekje dat achter het huis van een kunstmatige dam, ooit met een watermolen, naar beneden watervalt vanuit een mooie grote vijver (die weer afkomstig is van een riviertje vanuit de Ossipee Mountains). Als we ’s middags aan de vijver zitten (met prachtige wilde, blauwe lissen en diverse mooie wilde veldbloemen) zien we eerst een, en daarna twee otters zwemmen. De eerste durft redelijk dichtbij te komen en taait dan met een gerust hart af naar het klaarblijkelijke nest dat ze aan de overkant hebben, ook nog op het grondgebied van P en R. Als het borreltijd is en de glazen boordevol geschonken zijn stellen P en R voor om naar de naast het huis, maar hoger, gelegen grote lap grond te rijden (!). Hoewel mijn rug dat heel prettig vindt verbazen wij ons hier toch wel over. Peggy, ik met ieder een glas in de hand en de hond Bisquit nemen de auto; Bas en Ray gaan in zijn motor met zijspan, ook met ieder een bel whisky in de hand. 
We crossen het veld over van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over het meer aan de andere kant van de weg (dankzij overburen die dat uitzicht niet hebben laten dichtgroeien). Daarna worden wij, nog steeds met een hand aan het glas en een hand aan het stuur, in slakkengang rond gereden in de buurt zodat we zien waar het riviertje de vijver in stroomt, waar de Ossipee Mountains zijn, en hoe mooi het hier is.
Vanuit hun achtertuintje kijkt vanaf de rotsige helling een knabbel- en babbelbeestje ons lief aan met zijn bruine kraaloogjes; boven op het veld staat bij een oud houten schuurtje een bijzondere plant: “Jack in the pullpit” een soort Aaronskelk waarbij, als je zijn “capuchon” optilt een prachtig tijgergestreepte binnenkant zichtbaar wordt met daarin een grote zwarte stamper (Jack). Zeldzaam, dus de vorige eigenaresse heeft ze op het hart gedrukt er zuinig op te zijn; terecht.
We hebben een genoegelijke avond en gaan ondanks protest van Ray na het ontbijt (“Bahs, now you have to do some bush hauwkin’!” weer langzaam terug naar Kittery.
Niet ver van R en P’s huis komen we op de terugweg langs Castle in the Cloud. Een villa hoog op een bergtop, gebouwd in begin 20e eeuw door een rijk geworden schoenenfabrikant (Thomas Plant) met allerlei vernuftige details zoals een centraal stofzuigersysteem, telefoons (je weet wel, die aan de wand hangen met een vast toetertje voor je oor en een toeterte aan een draadje om in te praten) in iedere kamer, “needle” douches waarbij van alle kanten water tegen je lichaam gespoten werd, centrale verwarming, etc. etc.
De bergtop waarop deze villa staat is er een van de Ossipee Mountains; een geimplodeerde vulkaan (1 van 3  kenmerken voor NASA vanuit de ruimte), met uitzicht over Lake Winnipesaukee met al haar eilandjes.

De schoenenfabrikant ging de boot in door foute beleggingen, kon tot zijn dood rond 1941 dankzij financiele hulp van een vriend zijn hoofd boven water houden, maar na zijn dood moest alles worden verkocht. Het werd gekocht door de Castle Preservation Society en het is daaraan te danken dat het huis sindsdien niet aan modernisering onderhevig is geweest en nog steeds in dezelfde staat bevindt.

Pas zondag vertrokken naar Selena, na hartelijk afscheid van Martin en Kyle.
In stromende regen met rubberbootje (waarvan bb-motor het doet, zij het met wat gebruiksaanwijzing) naar Selena getufd.
Het is nu maandag 22 juni en we zijn vanmorgen wakker geworden aan een ankerbal in Pepperrell Cove, pakweg 1 mijl verderop dan waarvan we gisteren vertrokken. We hadden het plan om naar Smutty Nose (een van de Isles of Shoals) te zeilen, maar eenmaal uit de baai zagen we een dik pak mist voor ons, hield het beetje zon er mee op en werd het koud. Vandaar dus maar rechtsomkeert gemaakt.
Temperaturen zijn hier nog niet echt warm, zo’n beetje hetzelfde als in Nederland.

Zaterdag 27 juni
Gisterenmiddag aangekomen in Portland (Maine) en liggen daar nu aan een steiger bij DiMillo’s Marina in het oude centrum van deze stad.
Maandag vanuit Pepperrell Cove zeilden we 10 mijl naar York en zijn daar twee dagen blijven liggen. Donderdag naar Biddeford Pool, 25 mijl, voor een nachtje.
Tot nog toe hebben we, op die eerste zondag na, eigenlijk heel behoorlijk weer gehad.
Zeilen ging gisteren niet, pal tegen, dus hele weg (15 mijl) gemotord over redelijk rustige zee (behalve rond Cape Elizabeth voor Portland); wel veel kreeftendobbers om in de gaten te houden!
Bas verkent steeds de wal en de leuke plekjes zodat we regelrecht voor lunch of diner ergens naartoe kunnen lopen. Ik lees veel en ben veelvuldig aan het, om met Reina te spreken, “stekkeren” (facebook, whatsapp, wordfeud, killersudoku, digitale krant, etc.)
Inmiddels hebben we ons alweer twee keer tegoed gedaan aan versgekookte kreeft, lobster rolls en “steamers” (lang zo lekker niet als clams!)


woensdag 17 juni 2015

Foto's!!

 Ingang Cape Cod Canal - westkant, met model van de Tower Bridge

 Provincetown met Pilgrim Monument
 Massachusetts Bay over, op de achtergrond Boston

 "Het Paard" van Gloucester


 Gloucester vanaf mijn mooring

Ftiz Henry Lane - Somers Cove, Deer Isle. Hier wil ik (ook) heen


 Veel beter dan in net gevangen vis is line caught fish, en nog weer veel beter is speared fish. 
Dus hebben veel vissersbootjes nu een harpoen-boegspriet

 Het Sleeper-McCann House

 Rockport harbor
Rockport: Object #1: het meest gefotografeerde gebouw in Rockport. 
... in de hele VS! zeggen ze hier

maandag 15 juni 2015

Maine at last


Iedere zeiler "kent" Gloucester. Het was de thuishaven van de Andrea Gail die verging in The Perfect Storm. Er is geen toeristisch ding van gemaakt hier. In het Cape Ann Museum is in de afdeling over visserij een model van de boot te zien, maar dat is alles. Een groot deel  van het museum is gevuld met schilderijen van F.H.Lane, op een enkele na allemaal panorama's van Gloucester Harbor in de periode 1840-1860. De haventafrelen heel precies, licht en lucht neigend naar impressionisme. Jammer dat hij nooit de verre wereld is ingegaan om van Franse collega's af te kijken. 
Een ander museum dat ik bezoek is het wonderlijke Sleeper-McCann House. 
Meneer Sleeper was een interior designer in de jaren '20 van de vorige eeuw en bouwde een huis om te laten zien wat hij alniet vermocht. Alle kamers, bijna alle klein en donker, zijn in een andere stijl en hebben een eigen thema en terugkijkend in de geschiedenis, niets vernieuwends, geen art deco of modernismen. De keuken is van de eerste settlers, hij gaf er thanksgiving diners, met alle gasten verkleed als Pilgrims en indianen. Een bijna zwarte gelagkamer uit een17e eeuwse herberg, een Lord Byron room, een Lord Nelson room, een Oosterse kamer. Een paar vertrekken kijken uit over de outer harbor en zijn licht. Sleeper was er succesvol mee, kreeg opdrachten van miljonairs en gebruikte zijn inkomsten om meer kamers aan te bouwen zodat het huis aan de buitenkant lijkt op een Efteling-bouwwerk. Na zijn overlijden, hij was gay en kinderloos, wilde zijn broer het huis - met hoge schulden erop - niet  hebben. "Then a private yacht sailed into the harbor, the wife on board saw the house and said: I want to have it. She was married to a McCann and a daughter of the Woolworth-family, so probably she got everything she wanted." Dus werd het het McCann House. Leuk om te bezoeken, maar er wonen, nee. 
"I sailed into Goucester on my private yacht, but I don't think I'll buy the house" zeg ik na de rondleiding tegen mijn gids. Hahaha. 

Aan de andere kant van de outer harbor staan, toch wel opvallende bij het aanvaren hier, twee middeleeuwse kasteelruines, gebouwd door een uitvinder in de jaren '30 van de vorige eeuw, waarvan één open is voor het publiek. Ik laat dat kasteel maar voor wat het is. Bij een hoppig biertje in de local brewery plan ik mijn volgende tochtje. Ik houd het ruustig, het wordt Rockport, aan de NO-kant van Cape Ann, 3M over de weg, 11M om eilandjes en rotsen heen over het water .

Rockport is een prachtig stadje, met oude houten New England huizen om een klein haventje, met ruimte voor een paar jachten en iets meer lobster boats. Het is wel heeeel toeristisch en met veel kunstenaars en galleries - en een concertzaal met achter het podium een grote glazen wand waardoor het publiek achter de musici de oceaan ziet. Ik heb net YoYoMa gemist, zie ik op het bord met het zomerprogramma. 
Ik word warm ontvangen in de Sandy Bay YC, wow, een zeiler uit Holland, in that boat? De club hangt vol met burghies, maar er mist een Nederlandse. Ik laat mijn Toerzeilerswimpel achter.
Het waait hard, 5 met gusts 7bf wat me binnen doet blijven, zelfs al is de wind mee. Als de voorspelling 4-6 is ga ik verder.

Voor de kust van New Hampshire liggen de Isles of Shoals waar ik eigelijk een nachtje wil ankeren, maar met veel wind en deining en een rotsige bodem (waarin het anker slecht houdt) is dat niet zo'n goed idee. Ik zeil door naar Kittery, Maine waar de boot nu aan een mooring ligt en ik al dagen in een heerlijk bed slaap bij Martin & Kyle thuis. 
Op zaterdagmiddag doen we een poging om naar Smuttynose, een van de Isles of Shoals te varen, maar de wind is zwak en tegen, dus we varen erlangs en komen 's avonds rozig van zon, beetje wind en water weer thuis. 

Monique heeft bericht van de neuroloog over haar rug. Geen opereren. 
Ze komt dinsdag dus wel over voor drie weken vakantie. Varen, rijden, niksen, we zullen wel zien.

(wordt vervolgd)

maandag 8 juni 2015

Prutweer in Provincetown


7 juni
Het weer in Provincetown hielp, bij een fikse verkoudheid, niet mee. Na 13 uur koortsig slapen toch maar naar de kant geroeid en, lekker warm, naar het Pilgrim-monument en -museum. Het monument is 1907-1910 gebouwd, een ruim 70m hoge granietstenen toren, gemodelleerd naar de - 14e eeuwse - klokkentoren in Sienna. Ik beklim de 116 treden en waai er boven bijkans vanaf. Het uitzicht is ver, maar zonder zon, tja, bar. De haven, duinen, alles grauw en grijs. Misschien ook wel een beetje omdat ik me zo voel.
Het museum bij de toren geeft wat geschiedenis over de drie maanden van de kolonisten hier en over de walvisjacht die Ptown rijk maakte in de 19e eeuw. 
First kill, then cuddle, denk ik, alles bekijkend. Een sub-afdeling laat zien wat voor leuke dingen de Native Americans allemaal deden voor ze bezweken aan Europese ziektes en drank. En er wordt breed uitgemeten wat er allemaal aan de eerst bijna uitgeroeide lokale right whales gedaan wordt. Maar goed, mijn blik is grauw en grijs. 
Een ander aspect van Ptown is dat er begin vorige eeuw schilders neerstreken, doek en palet onder de arm om buiten te schilderen, net als ruime tijd eerder in Europa. Die schilders brachten vrienden mee, acteurs, schrijvers, dansers. Zo werd Ptown een soort vrijstaat in de puriteinse wereld van New England. Een leuke dame van mijn leeftijd vertelde trots over de drag queens en de vele same-sex stellen hier. Maar als het onder de 10grC is en het regent, is daar niet veel aan te beleven. Zelfs een biertje, hoewel de bardame me als sweetheart blijft aanspreken, smaakt me niet.

Langer zompen in Ptown is ook geen optie, ik ga van mijn mooring en zeil naar Scituate (Si-tjoe-it), onder Boston. Het wordt warm zowaar, trui uit, lange broek wordt kort. Het is een stranddorp in een baai. Flubberige meisjes in bikini en stakige jongens  die om ze heen draaien, het is opeens even zomer. Ik voel me beter, neem het ervan: oesters, clams, oesters op zijn Portugees.
Het stikt hier van de Portugezen, net als in Fall River, New Bedford en Provincetown in de hoogtijdagen van de walvisvaart hier neergestreken. Overal in de VS heeft men patriottisch zijn Amerikaanse vlag wapperen. Alleen in Ptown zag ik meer Portugese vlaggen dan de Stars and Stripes

Next stop is Gloucester. Met drie knopen zeil ik, het is nog steeds zomer, Massachusetts Bay over. Over bakboord tekent de skyline van Boston zich af.
Boston Harbor, een van de grote havens van de oostkust zou je denken. Een maand geleden voor Rotterdam de Maasmond/Nieuwe Waterweg over: een file van containerschepen een tankers in en uit. De aanloop voor Boston: niets, helemaal niets, niet één schip naar binnen of naar buiten. 
Als ik eindelijk de buitenhaven, eigenlijk baai, van Gloucester indobber, is de harbormaster al naar huis. Ik laat het anker vallen achter de breakwater. Een mijl verder zie ik een soort hobbithuis en aan de overkant twee kasteelruines zoals je die in Ierland ziet. Ik zet een wekker en het GPS-drift-alarm, om te constateren dat het anker houdt.
De volgende ochtend 2M verder naar de Inner Harbor aan een mooring, slaapt toch ontspannener.  

Nu moet ik gaan varen. Meer over Gloucester en Rockport een volgende post. 

maandag 1 juni 2015

Mei 2015: Weer op weg!



Soms vraag ik me af: waar ben ik aan begonnen. Vandaag is zo'n moment, aan een mooring in Provincetown op het puntje van Cape Cod, in snotty weather: harde wind en regen, koud. 
Gisteren zat ik tevreden in de kuip met een IPA, na weer een kanaal te zijn doorgevaren. Na het Noordzeekanaal en het Kanaal door Walcheren waren er het Dismall Swamp Canal, het Chesapeake-Delaware Canal en het Cape May Canal. En nu ben ik door het Cape Cod Canal gevaren. 
Als je over de passage van het Cape Cod Canal leest, gaat dat over van oost naar west (dwz als je van noord naar zuid wilt). 6kn stroom, overfalls, korte golven van 2m die alles van dek spoelen en van de kajuit een grabbelton maken. De heersende wind is hier ZW en die stuwt het water op in Buzzards Bay, die doodloopt, op de ingang van het kanaal na. Dus als je daar met stroom tegen wind het kanaal uitkomt, is het feest. 
Van west naar oost, om van het zuiden naar Maine te gaan, is een eitje. Met de motor op minimum toeren ga je met 8 knopen het kanaal door en komt aan de hoge wal uit.

De ZW wind die hier dominant is, is koud, heel koud nog. De warme Golfstroom buigt bij Virginia af naar Europa. Noordelijker staat er een tegenstroom met water uit de koude wateren bij Labrador en Groenland. Dus hoewel de wind zuidwest is, is hij koud. 
Ruim een week geleden klom ik in Fairhaven weer op Selena. Als eerste deed ik de kachel aan - die deed het gelukkig. Afwisselend sliep ik aan boord en bij de Biddles in Fall River en knutselde en schilderde wat. Wegens de strenge winter - 2 meter sneeuw - waren ze achterop met boten te water laten. De hele week waaide het 25kn uit ZW en was het zoals gezegd koud, geen weer om te beginnen met varen: de eerste dag moet met zonnetje en windkracht 3 zijn. Echte haast had ik dus niet.
Afgelopen donderdag dan toch eindelijk te water - en vrijdag was zo'n perfecte begindag. Met wind en tij mee in de middag in korte broek in het zonnetje naar Onset aan de westkant van het kanaal. Dinghy opgepompt, biertje en een pizza (=voor drie dagen eten) in het dorp gehaald en daarna achter een ankerbal lekker wiegend slapen. 

Zaterdagochtend was er mist en 's middags, ondanks vlagerige wind van 20-25kn, was de mist er nog steeds, als een soort met de wind meegevoerde rook. Toch maar vertrokken in de middag - met de stroom mee het kanaal in - maar omdat 25kn veel wind is, zelfs als die meestaat, gestopt aan de oostkant van het kanaal = noordkant van Cape Cod dus, in het piepkleine haventje van Sandwich. Om elf uur wil ik net te kooi gaan, als er een hoop geroep, motorgeronk en een klap tegen Selena is. Ik schiet omhoog. Een zeiljacht, ongeveer maat Selena, probeerde naast me af te meren, maar vaart "I'm sorry!" roepend hard alweer achteruit. Uiteindelijk waait het jacht in een box verderop en blijft daar maar. Een half uur later, ik wil weer te kooi gaan, klopt de brokkenschipper aan. Very sorry, 50M tegen de wind opgebokst, exhausted, als er schade is moet ik het laten weten. Ik zie geen schade (de volgende ochtend ook niet): de stootrand heeft gedaan waarvoor hij is. 

De wind is zondagochtend iets - maar niet veel - minder. Ik fiets naar en een stukje door het dorp Sandwich, mooie New England-huizen in veel groen, maar niet om te blijven. 
Om half tien vaar ik de laatste mijl van het kanaal uit, koers NO met ZW 20kn wind achter naar Provincetown. 6kn op 3/4 genua, met Seleentje sturend. Door een beschermd walvisgebied - van right whales - maar ik zie er niet een. De wind neemt wat af, de genua gaat helemaal uit, de wind trekt weer en de genua gaat weer een stuk in. In de loop van de middag gaat de wind naar noord, is de forecast. Daar komt een small craft warning bij: buien met 30kn wind en mogelijk regen. Het plan om bij het strand te ankeren, laat ik maar varen. Maar goed ook, zoals gezegd: het weer is snotty.
Morgen ga ik toerist doen. Tussen de vele hier: "Ptown" is een soort Volendam.
De Engelse Pilgrims, na een kleine 10 jaar in Leiden te hebben geleefd, kwamen hier in het najaar va 1620 aan met de Mayflower. Na een paar weken staken ze de baai over en stichtten in Plymouth de eerste kolonie van New England, ongeveer gelijk met Nieuw Amsterdam in Nieuw Nederland. Wat me bij Peter Stuyvesant brengt. Die hebben we gevonden, voorvorig jaar (de wereld van) op de BVI en vorig jaar in New York. 
Nu verder in Nieuw England en Nieuw Schotland.

donderdag 14 mei 2015

Intermezzo 2  -  Een “delivery”   
Eind april-begin mei 2015            

In Quimpere, Bretagne, worden Sjef en ik op zaterdag 25/4 van de trein gehaald door Joop & Marie-Christine, die van hun (schoon-) vader een Janneau Rush van 9.60m, de "Ultim", overnemen. Vader, oud-admiraal in de Franse marine, vindt het op zijn 83e tijd om de helmstok over te dragen aan zijn dochter. Ultim moet naar haar nieuwe ligplaats in Monnickendam. Sjef en ik zijn uitverkoren dat voor onze rekening te nemen.
De boot staat nog op de kant in Morgat, voor de laatste antifouling en veel
opruimen.

Vader komt langs als we de maandag te water gaan om te vertellen wat we allemaal moeten weten. Elektriciteit, de 10 lijnen - vallen, reeflijnen, etc - die uit de mast in de kuip komen, de motor. Hij gaat nog even in de kajuitopening zitten, zijn favoriete plek, zegt hij, en kijkt nog een keer rond.

Verder is hij een man van weinig woorden. Ik mag met hem meevaren van de kraan naar de box, waarbij hij even naar buiten stuurt om te laten zien waar we morgenochtend bij laag water Morgat uit moeten zonder vast te lopen. Als we afgemeerd zijn krijgt de boot een klopje. We drinken nog een biertje in het cafe op de overdracht. Dan krijgen Sjef en Joop een hand, MC een kus en ik een schouderklopje. Zonder omkijken loopt hij het cafe uit. Het einde van weer een levensfase. Marie-Christine pinkt een traan weg.



Dinsdag 28 april. Om 5 uur staan we in donker en kou op om even na 6 uur in de ochtendschemering te vertrekken. Als we na de eerste drie mijl rond Cap de Chèvre naar het noorden sturen, staat de NW wind de hele ochtend te veel tegen om te zeilen - we hebben haast vanwege het tij aan het begin van het Chenal Du Four. In de aanloop naar Brest wachten twee oorlogsschepen op ons. Een laatste salut?



Pas om 12 uur als we bij Pt Matthieu daar insturen - op tijd om een dikke stroom mee te hebben - wordt onze koers bezeild. Het waait flink en er komen Bretonse regenbuien over en er is geen buiskap om onder te schuilen – voor het vertrek door Sjef als pijnpunt aangegeven. We varen nog even onder Franse vlag – ik heb geen zin in moeilijke vragen van de Franse kustwacht, Hollands bootje zo vroeg in het seizoen naar het noorden worstelend, dat is vast verdacht!


Een reddingboot komt kijken of het wel goed gaat. Dat gaat het, met Sjef aan het helmhout.

In de middag wordt het weer droog en zien we zelfs de zon. Na 9 uur varen over 50M (tot Pt Matthieu dankzij de motor, daarna dankzij stroom en 6-7 knopen zeilen) maken we vast in l'Aber Wrach aan de Bretonse noordkust.  drinken een St Erwan, een Bretons abdijbier, in onze zo langzamerhand stamkroeg (nu al mijn 4e bezoek).

        
Dankzij het tij kunnen we woensdag uitslapen, douchen en rustig ontbijten. Om 12 uur gaan we weg, met 105M naar Guernsey voor de boeg. De westenwind is aangetrokken en er valt – we zijn nog in Bretagne - af en toe een fikse bui op ons hoofd. Maar we kunnen zeilen, hopsend over de golven. Ultim is (voor mij, gewend aan een zware Cumulant, althans) een licht, nerveus, springerig bootje. Bij een beetje wind is ze meteen op snelheid, maar je kunt het roer niet één tel loslaten of ze vaart de andere kant op, draaiend over loef of over lij, dat is om het even. 's Avonds houdt de buiigheid op en neemt de wind af.
Donderdag 30/4 meren we in de ochtend af aan wachtsteiger in St Peter Port, Guernsey. We kunnen pas eind van de middag tegen HW het Victoria-dock in vanwege een drempel (sill). Er is een rubberboot aan boord, die vol blijft na het oppompen en we peddelen alvast naar de wal om ons te melden bij de havenmeester en de immigration en een kijkje in de stad te nemen.

St.Peter Port is heel Engels - met veel Franse straatnamen. De kade langs de drie docks is gevuld met eet- en drinkhuizen, de (enige) winkelstraat die parallel achter de kade loopt wordt gedomineerd door winkels die sieraden en rolexen verkopen, maar ook pakken van £ 99, met een paar schoenen gratis.
Als er genoeg water boven de sill staat gaan we de beschutting van het Victoria Dock in. 

Nu kunnen we lopend de wal op en af, tijd om een goede pub te vinden dus. Eerst de Albion House, in het Guinness Book of Records de pub die het dichtste bij een kerk staat (ongeveer een meter),  vervolgens de Swan, eenVictorian pub, vol met luidruchtige mannen in pak. We eten er een pie, 

de mannen drinken pint na pint en worden steeds luidruchtiger. Sjef heeft meelij met hun vrouwen die thuis wachten.

Vrijdag hebben we gepland voor sight-seeing. In St.Peter Port ben je snel uitgelopen, dus nemen we de bus, voor £1 langs de kust het eiland rond. Guernsey is grofweg een driehoek met zijden van 5, 6 en 7 zeemijl. We rijden langs een rotsige kust met stranden ertussen en kleine droogvallende haventjes waar kleine vissersbootjes aan lange lijnen liggen. Er is een tijverschil van rond 7,5m.
Ergens bij de zuidkust stappen we uit en wandelen terug naar de haven, het eerste stuk door mooie laantjes met bebloemde muurtjes, en dan de buitenwijken van St.Peter Port in, trappen op, trappen af door steegjes tussen grauwstenige huizen door. We sluiten de wandeling af in de Cock and Bull. ’s Avonds zijn we getuige van een soort Morris Dancing, wat wel aansluit bij hret volgende item: 



Op Guernsey wordt in de praktijk gebracht wat kabouter-economen propageren: een eigen munt voor je dorp, goed voor de lokale economie. Ik haal Britse ponden uit een cash dispenser, biljetten van £20. Tot mijn schrik en ongenoegen bestaat het wisselgeld vervolgens uit groene lapjes Guernsey pounds. Waar moet je die kwijt? Een bank buiten Guernsey wil ze niet – en wie gaat er trouwens nog naar een bank om geld te wisselen? Dus meer bier drinken? Potten jam of pakken gerookte zalm kopen? Gedwongen winkelnering - van allemaal uit Engeland of verder geimporteerde spullen + een ontevreden bezoeker. Helaas, de euro in het Verenigd Koninkrijk is verder weg dan ooit met volgende week verkiezingen waarbij alle partijen hun best doen het meest anti-Europees te zijn.

Zaterdag 2/5 was vertrek naar Honfleur gepland. We moeten om 15u St. Peter Port uit om op tijd bij de Alderney Race  te zijn en varen om 7 uur over de sill  naar buiten: er staat dan nog genoeg water en dan pas weer vanaf 17U en dat is te laat. Het regent, er staat een dikke wind, Sjef heeft last van de room die hij de avond tevoren van Russische Olga in zijn koffie gekregen heeft en ik heb geen goed gevoel om in regen, kou en dikke wind, zelfs al is die mee, de Alderney Race door te gaan. We peddelen tussen de buien door weer naar de kant, om te vertellen dat we 's avonds weer binnen komen om nog een nachtje te blijven. De volgende ochtend stomen we weer naar buiten, peddelen naar de wal en lopen naar Castle Cornet aan de zuidkant van de haven. “Er lopen als Duitse WOII soldaten verklede acteurs rond!”, waar-schuwt een oud dametje dat ons in de poort opwacht (anders zouden we kunnen denken dat het echte zijn): er is een tentoonstelling over de Duitse bezetting tijdens de oorlog. We laten de Duitsers en de binnenkant van het kasteel voor wat het is, lopen nog wat rond en roeien weer naar Ultim om te wachten op het goede moment van vertrek. Dat is 3 uur na HW Dover, zegt de Reeds, 15:20u vandaag. Je hebt dan eerst nog stroom tegen, maar tegen de tijd dat je bij de Alderney Race bent, 20M verder, is het daar het begin van de meestroom en heb je het minst last van tidal rips, overfalls en eddies.
Als ik op mijn iPad-Navionics-kaart kijk, geeft die Little Russell, tussen Guernsey en Sark, een tegenstroom van 4,5 knopen aan. Dat moet tegen ZW 5 in een heksenketel zijn. We wachten nog een uurtje en gaan dan toch maar.
Het valt allemaal reuze mee. De tegenstroom valt mee, 20kn wind minus 6kn vaart mee maakt de wind zwak, de zee is vriendelijk, het zonnetje schijnt. Samengevat: lekker zeilweer en zeilen. Om zeven uur 's avonds zijn we bij de race. De stroom staat al 4kn mee, maar verder is het water vrij rustig. Dat begint pas te spoken als we op de kaart alweer uit de race zijn. Veel overfalls, het water klotst van alle kanten. Met 10 tot soms 12 knopen vliegen we langs Cap de la Hague naar het oosten. We houden stroom mee tot Cap de Barfleur, en als hij tegen gaat staan is hij weer een "normale" 2 knopen. De nacht is helder, met bijna volle maan - en koud. De wind valt soms bijna weg, maar komt steeds weer zwak terug. Maandag 4/5 varen we tegen noen de pieren van Fecamp in, na vanaf Etretat langs de krijtkust met de Portes, beroemd van de schilderijen van Boudin, Courbet en Monet, te zijn gezeild.


In de middag komen J&MC aan boord.










De geplande sight-see-dag worden er twee: het stormt uit ZW (met soms flinke buien), de branding op het kiezelstrand is bij HW luid in de haven te horen. In de avant-port waar we liggen staat naast dikke wind een flinke deining en de boot ligt te rukken aan haar landvasten. Joop wordt zo in de box al lichtelijk zeeziek en prefereert de auto om een boek te lezen.
We klimmen naar de semafoor NO boven de haven, met prachtig uitzicht over Fecamp een het Kanaal. Overal zijn overblijfsels van Duitse bunkers. Er worstelt een vissersbootje tegen de storm in, het stuurt niet naar de heksenketel tussen de pieren van Fecamp, waarschijnlijk op weg naar de brede ingang van Le Havre. Jammer, we hadden het met interesse en enige sentatiezucht willen zien binnenlopen hier.



Donderdag is de wind matig. Gezien de stroom gaan we om 7 uur weg. Marie-Christine vaart mee naar Monnickendam, Joop rijdt naar huis. De wind is vriendelijk, er schijnt een zonnetje, maar de deining is nog een overblijfsel van de vorige dagen, met achteroplopende golven van soms twee meter. Al gauw is Marie-Christine zeeziek en dat blijft ze een etmaal.

Tegen middernacht zouden we Boulogne inkunnen voor een slaapje tot 3 uur, maar haven in, haven uit kost anderhalf uur, dus laat maar, we gaan door, tegen het laatste stuk stroom tegen, door het Nauw van Calais langs Cap Gris Nez. Bij Blanc Nez hebben we stroom mee en we schieten langs Calais waar ook 's nachts de ene pont na de andere in en uit vaart. Bij Gravelines komt een groot schip naar buiten dat plots omdraait en met drie rode en drie groene boordlichten recht op ons afkomt. Een baggeraar, we passeren aan de groene kant.
Tussen de Vlaamse Banken wordt het licht. Nieuwpoort, Oostende, dan Blankenberge waar we gepland hebben naar binnen te gaan. Na een etmaal is Marie-Christine’s zeeziekte gelukkig over en zit ze enthousiast veel aan het roer in haar eigen boot.
Het weerbericht voorspelt het zoveelste front met harde wind dat uit het kanaal komt. De keuze is Blankenberge in en daar dan de zaterdag verwaaid liggen - met alle pintjes en onwelbevinden de volgende dag van dien - of doorzeilen en voor de volgende storm er is IJmuiden binnenlopen (met Scheveningen als eerder alternatief als het front ons eerder inhaalt).
We gaan door. De wind is NO2, met het grootzeil op motoren we noordwaarts, we kunnen met stroom mee de Maasmond over.


Bij de aanloop van het Haringvliet zien we een boot van de Nederlandse kustwacht. Die vertrouwt het niet, een jachtje dat tegen de wind in stoomt. Terwijl ik een ui snipper voor het avondmaal ontgaat hun oproep op de marifoon me (terwijl Sjef nog wel vanuit de kuip roept: zou je niet antwoorden?). Het kustwachtschip Zeearend draait een rondje om ons heen, laat een zwarte rubberboot zakken en even later zitten er drie grote mannen met pistolen aan boord van Ultim."Waarom motort u tegen de wind in en gaat u niet lekker naar Stellendam? Dat vinden wij verdacht. We willen graag even aan boord kijken"

Onze gegevens worden in een beduimeld opschrijfboekje genoteerd. Dat we keurig een Crew List en een ICP (Internationaal Certificaat Pleziervaartuigen) hebben neemt de verdenking weg.
"Het is duur spul waar we in varen, dat ziet u wel. We zijn verpicht een bepaald aantal controles per jaar te doen... U bent op zee, dus u kunt buiten de Schengengrens hebben gevaren. Dus ik moet vragen: hebt u iets aan te geven? Nee. Dat moet ik dan controleren."

Een van de mannen duikt in kastjes, onder luiken en in Sjefs hondekooi, om te constateren dat we inderdaad niets van belang bij ons hebben.
"Bij de Maasmond melden op kanaal 3! En vergeet u niet een kegel te hijsen voor u bij de Maasmond bent?" Met een hand nemen ze afscheid en stappen in hun rubberboot.
Een kegel lag niet aan boord, daarom hadden we die voor Joop's verjaardag op Guernsey gekocht. Nu gaat hij omhoog.
Wat ook miste was een "stoomlicht". Iets wat ervoor door kon gaan vind ik in een van de dozen met "electricité" erop en met een paar aan elkaar gedraaide stroom draadjes naar een stroompunt en duck tape is ook in dit gemis voorzien.
Tegen middernacht ruimt ter hoogte van Scheveningen de wind en kunnen we, tot genot van Marie-Christine, eindelijk weer zeilen. Tijdens Sjef's wacht ruimt de wind verder naar ZW met de voorspelde kracht van 5-6 Bf. Zaterdag om 4 uur 's ochtends zeilen we met aanschietende winden IJmuiden in.

Om 5 uur zijn we door de Zuidersluissluis. Het is bijna licht, dus we gaan door over het Noordzeekanaal. Bij de Oranjesluisen zijn we enige boot die geschut wil worden. Intussen is het echt hard gaan waaien. Op 1/3 genua varen we 6 knopen, van het Paard van Marken tot de geul naar Volendam op dit zakdoekje zelfs hoog aan de wind.


Dan de laatste paar mijl op de motor tegen de wind in de Gouwzee op. Dit laatste uurtje geeft de hardste wind, de meeste paaltjes die geramd worden, de heftigste bewegingen, het meeste buiswater van de tocht. Met bakken komt het water over, striemt in je gezicht, slaat in je ogen. We worstelen naar Monnickendam waar we Joop enthousiast zien staan zwaaien. Elegant meren we om 12 uur af in de toegewezen box. We zijn er, we hebben Ultim heelscheeps en tot tevredenheid van de eigenaars (en van de bemanning zelf) te bestemder plaatse afgeleverd.



Als Sjef zegt dat de laatste paar mijlen aantonen dat een buiskap de hoogste prioriteit heeft, zegt Joop met een minzame glimlach "ik denk niet dat we met dit weer zullen varen". Hij plopt een fles champagne open, op de geslaagde overtocht en zijn verjaardag, en bedekt toastjes met caviaar.





Joop & Marie-Christine kunnen nu het IJsselmeer onveilig gaan maken.








vrijdag 24 april 2015

Intermezzo 1  -  Een droeve tocht                                                                                              

Dit blog is geschreven door onze dochter Reina.

Mijn broer Peter had gepland om met ons zijn Gloria van winterligplaats Hellevoetsluis via wat goede restaurants naar zomerligplaats Middelburg te varen.
Het mocht niet zo zijn. Reina en ik (Bas) hebben het alleen moeten doen.
Voor niet-FB-ers hieronder Reina's reisverslag. 

       Gloria is een in 1975-77 zelf afgebouwde Dompkruiser 860, hier voor de Harbour Inn in Southwold


GLORIA  -  Reina, 27 maart 2015

Ik kom ook eens buiten de ring hoor - met het OV.
9292 gaf aan dat ik in Rotterdam over moest stappen op de
🚋. De tram dus, naar zuidplein. Dat bleek 'dot ik mut de metroow' moest, verbaasde me, want dumb lil' me was in de veronderstelling dat een wereldstad als Rotterdam dat niet heeft: het is immers geen Amsterdam hè?
Ik zit er in hoor, in de tram-uh... metro. Op weg naar Zuidplein om door te OV-en naar Oude Tonge. Niels en kindertjes achterlatend.
(Ook zoiets. Niels gaat vanavond uit en dus blijft de bloedmooie - ik overdrijf wel eens wat op FB, maar als ik zeg bloedmooie is dat zelfs wat onderschat - oppas logeren. Als dat niet het meest clichématige porno script is... Ik mag van geluk spreken dat Niels geen staart meer heeft en geen loodgieter beroep heeft én nooit in tuinbroeken zonder t-shirt loopt (toch?! Niels de Geuss?), anders had dit nog wel eens fout af kunnen lopen.)
Anyway - ik dacht even wat stinken Rotterdammers, maar ik was vergeten dat ik wat Franse kaasjes in m'n tas heb: papa en ik brengen vandaag de Gloria naar haar zomerligplaats.
Gloria is de boot die papa bouwde in zijn glorie-ja(ren) , de boot waar ik groot op ben geworden gedurende verschillende zomervakanties, de boot die naar mijn oom ging. Naar mijn oom die enkele weken geleden heen ging. Verwacht, maar toch onverwachts.
Dit tripje was al gepland, maar dan met Peter nog in leven.
Bas en ik zouden varen, Peter zou met Joke naast ons in een auto rijden, naar ons zwaaien en bovenal met een vingertje wijzen naar het restaurant waar we dan zouden gaan lunchen, brunchen en/of dineren. Een vingertje dat niet wees, maar in een ritme 4x wees.
Peter is er dus niet meer, maar heeft het nog wel aangewezen, Scherp in Middelburg, 4x incl in de maat.
En daar eten we dan met mama en Joke, maar zonder Peter.


Part2:
'Volg ons op Facebook' sommeert het schoolbordje op de tafel van hotel/restaurant "de Lely" me. Dat kan helemaal niet want er is hier geen-een-G dekking.
Ik heb Lettie gesmst of ze even op iens kon turen wat onze opties waren: Han To, de Chinees of "de Lely"
'7,8 vandervalk menu. Wellicht wil je het dorp verderop? Daar zit wat beters'
Maar we willen niet een dorp verderop, we willen wat eten, ons tegoed doen aan kaas en vroeg naar bed.
De Lely heeft een bord aan de deur hangen.
Kleine kaart:
koffie en appelgebak.
Bij binnenkomst blijkt dat de kaart iets uitgebreider is en eigenlijk alleen maar klein is omdat ze een klein lettertype gebruiken.
Uit het ruime aanbod kiezen we beide een hamburger speciaal. Dat is met gebakken uitjes, een eitje en friet.
Omdat ik van burger kampioen Hermen heb geleerd dat eieren op burgers uit den bozen zijn, maar uitjes een must, bestel ik de speciaal zonder ei. Achteraf gezien had ik mijn bestelling moeten formuleren als
'Ik wil graag de gewone burger maar dan mét gebakken uitjes'
Dat had me (och, jij schrale hollander) toch weer 1,50€ gescheeld.
Papa loopt even terug naar de boot om z'n portemonnee te pakken.
'Is de appelsap naar wens?' Vraagt de mevrouw.
('Volgens mij heeft ie kurk')
De hamburger komt ten tonele en nog niet eerder ben ik zo nader gekomen tot de uitdrukking 'what you see is what you get'
Precies wat op de kaart stond, ligt op m'n bord:
Burgervlees, ui en patat (op mijn verzoek dus zonder ei).
Het is schandalig en dus als de mevrouw vraagt of alles gesmaakt heeft, knik ik instemmend en zeg 'Hmm,hmm' en overtreft mijn vader dat (zonder enig cynisme in zijn stem) met een: 'heerlijk'.
Let, ik denk dat het een 1,8 was. Hooguit. Ik vier nog liever m'n bruiloft in een partycentrum op een industriegebied. Ik hoopte op een vandervalk-snitzel (vorig jaar gedaan - en eerlijk is eerlijk: dat was lekker).
Volgende keer Han To (of toch dat dorpje verderop).
De kazen van l'Amuse, die ik als ode aan mijn oom vanmiddag heb gekocht, zijn fenomenaal (mede door de erbarmelijke burger die er aan vooraf ging)

Papa breekt zijn hoofd over welk glas te drinken bij dit heerlijks, want Peter heeft een collectie aan wijn, port en sherry's in de boot achtergelaten (dat de Gloria nog drijft mag een klein wonder heten). Het wordt een glaasje madeira en een pil voor mij. Ik zit in een kuur en er is mij nadrukkelijk gezegd dat ik niet mag drinken.
Oh, de ironie -


Part 3.
'Een jogging pak om te slapen, een slaapzak. Ja - er is er hier wel 1, maar die ruikt nogal botig. En warme kleren; het is nog vroeg in het seizoen en niet echt warm nog'
Eigenlijk zei m'n vader:
'Het is tering tyfus koud. Vocht ligt in alle kussens verankerd en jij, jij die niet mag drinken zult 2 dagen niet slapen.' Winter fell eat your heart out.
Kak, dat je in je camping onesie, in je eigen slaapzak ligt, een 'botige' slaapzak eroverheen en nog een extra fleece dekentje en dan nog expres uitademt in je slaapzak om je tenen weer wat te laten ontdooien.
Papa ligt na een verscheidenheid aan drankjes en wat verhalen over en weer, lekker te slapen.
Ik moet piesen - maar dat kan niet want het is te koud.
#lovemylife #sailingisfun #celebrateyourinnersleepinhbag

Willem reageert hierop met: Character building experiences!
And now, an improving book.

Part 4.
Met een flink hernieuwd karakter (Willem) werd ik wakker gemaakt door een eend op m'n dakraampje. ('Plokplokplok' ging z'n snavel, 'kwart over 7 en het regent hard, rise en shine'


Een paar sokken aan had wereldwonderen gedaan en in m'n bedje was het warm. Buiten depressief - zoals dit hele tripje een grauw tintje heeft, was nu ook de hemel treurig.
'Drizzling, wet, cold, showers, suïcidal' bracht het weerbericht. (Wellicht die laatste niet, maar hij past zo mooi in het rijtje)
Ik geef papa een kus. Kopje thee, koffie en trossen los.
We verlaten culinair Oude Tonge (culinair Zeeland waar mijn vrind Mark altijd over loopt te zemelen. Zo mooi is het dus allemaal niet.)
Tussen de haven en de sluis bak ik een spiegeleitje - de klassieke rolverdeling als papa en ik op de boot zijn: Bas aan het roer en ik de combuis.
Na de sluis gaat het grrootzeil uit en ook de genua. Ik aan het roer en Bas trekt aan wat touwtjes.
'Je moet wat afvallen' zegt pap.
Alsof de dozen met 'wishfull thinking kleding' op mijn vliering, waar er overigens steeds meer van komen, dat niet al vaak genoeg tegen me gezegd hebben.
Hij bedoelt dat ik wat meer van de wind af moet zeilen.
'Dat wist ik wel'
De rare kronkels van het vrouwen-brein.
Nu van tonnetje naar tonnetje zeilen - golfjes die stuk slaan tegen de boot. Een plak ontbijtkoek, niet met lekkere candij, nee, met vieze stukjes gekonfijte gember, want zo lust papa dat graag.
En ik eet dat dan mee - toppunt van #characterbuilding.

Part 5.
Na het middaguur kom ik een beetje bij. Langzaam verandert de regel 1
'Altijd 1 hand voor de boot en 1 hand in je zak' naar '1hand voor de boot en 1 hand voor je telefoon'
De kou in m'n tenen is er inmiddels niet meer, ik voel immers m'n hele tenen niet meer. Binnen masseer ik het karakter er nog maar even goed in (ja Willem, bij iedere kleum denk ik nu aan jou).
Tussen de sluizen zeilen we. Tot een knoop of 5 en de boot hangt over bakboord: vroeger een teken om je schoentjes uit de doen, achter de reling te gaan zitten en met ballerina voetjes het water langs je tenen te laten glijden.

Maar hier is het koud en nat en als we draaien komen we op een vervelende deining. Hier worden de mannen van de mietjes gescheiden. Ik val duidelijk in die laatste categorie. Het karakter is ver te zoeken (blijkbaar gaat het bij mij tot het schrijven van karakteristieke stukjes op Facebook, daarna houd het snel op.)
We komen in de sluis aan en op het moment suprême belt Merlijn .
(Als je geen zeiler bent, weet je dit niet: maar een sluis is vaak de basis van een echtscheiding. Mocht je op een zonnige zondag eens niets te doen hebben, aan een sluis heb je meteen een dagprogramma: #johndemol, ik blijf je voorzetjes geven voor miljarden-concepten)
'Merlijn heeft zich buitengesloten' roept papa vanuit de Kuip naar de punt.
'En ik hoor nu een mannenstem! Merlijn? Merlijn?'
Regel nummer 2: in de sluis ben je bezig met de sluis.
(Ooit was ik in Nieuwersluis, stoned als een balletje, ijsjes gaan pakken en daarna vergeten wat ik aan het doen was. Voor de kapitein gold hetzelfde en dus hing er een boot van een paar ton aan 2 lijntjes langs de muur in de sluis. En já: dat was de basis van een echtscheiding.)
Dit verliep allemaal wel goed: de enge man was de buurman, Merlijn was niet buitengesloten maar kreeg het slot niet los, bovendien bleek er boven een oppas te zitten én hadden papa en ik rust genoeg dit te multi-tasken.
Bovendien kunnen wij toch niet echtscheiden.
Na de sluis is de deining weg en tuffen we in de regen naar Veere. De toren nu in zicht.
Vanavond eten we in de Campveersche toren, zoals Peter dat al had bedacht.

Veere is de beloning. Met een warme chocomelk met marsmellows en een haardvuur.
Tevreden terug aan boord breekt de zon ook nog eens door.

Part 6

Volgens mij heeft het Veerse kerkje net haar laatste ringtone-riedeltje van vandaag geslagen.
Half 12 en na 40 min woelen in m'n slaapzak(ken), ben ik op redelijk temperatuur (echt lekker warm is het natuurlijk pas tegen de tijd dat ik op moet staan).
Papa heeft een willekeurig bandje uit de kast gegrist en op gezet.
Rachmaninoff, 'nee' zegt papa 'iets rachmaninoffs, film, muziek van.... van....' Pijzend grijpt hij zijn hoofd en duwt zijn wenkbrauw omhoog, zoals papa dat doet:
'god- hoe heet die ook al weer?'
Ik kak in en ga naar bed.
We hebben lekker gegeten - aan het raam van het restaurant op de foto, met uitzicht over het water en ik (als ik een beetje over tafel hang) ook op de ondergaande zon.

Oesters, zacht gegaarde kabeljauw en kalfswang en zwezerik. Een echte Dame Blanche toe. ('Bedankt papa'.  'Je moet Peter hiervoor bedanken'. Bedankt Peter.)
Voldaan weer aan boord. Kaasje? Nee, papa nog wel een drankje. Want de behoefte om Uggs te kopen zodra ik thuis ben moet ik indammen met dekens.
Rachmaninoff is inmiddels overgegaan op een hyperactieve ADHD compositie en papa luistert nog steeds (onderdeel verwerkingsproces? Gewoon gebruikelijke interesse van muziek? Ik laat het maar gaan al repperdepep ik bijna m'n bed uit. Bijna, want daar is het natuurlijk veel te koud voor). Maar volgens mij is ie in slaap gevallen. (Zeker weten doe ik het niet, ook daar is het te koud voor.)
Ach - dan maar slapen met Rachmaninoff - of god-hoe-heet-die-man-ook-al-weer?

The final:
Gisteravond was m'n vooronder lekker warm. Verder daar geen Cruyf-wijsheden op los gelaten op dat moment, kachel vol aan, maar, zo bleek in het ochtendgloren, ieder voordeel heb z'n nadeel.
Ik hoor m'n vader wat stommelen, maar besluit dat even hartgrondig te negeren. Er waren immers even geen kinderen om me lastig te vallen. Papa rommelt en stommelt wat verder en de boot deint zachtjes heen en weer.
Moeilijk draai ik me om in de slaapzak die als een wokkel om me heen draait en moeilijk draai ik me daar weer uit.
Oooohhhmmmm, warmmmmmm, grijns ik blij in het niets en dein nog even door in mn bedje.
DRUP. plets.
drup. PLETS.
De deining heeft er voor gezorgd dat condens, die door de warmte ijskoude druppels op het plafond maken, nu 1 voor 1 op mijn hoofd vallen.
'Mrrfg' grom ik en trek de 3 dekens over mijn hoofd, rol om, sluit mn ogen en hervat mijn grijns.
Mijn doordeweekse wekker van half 8 gaat af. Papa staat klaar met een kopje thee als troost.
Ik ga van boord op zoek naar vers brood. De bakker blijkt op donderdag dicht. Wel kom ik Middas Dekkers tegen, maar dat blijkt toch niet Midas te zijn en er volgt zo'n raar moment:
'hey bent u niet Middas Dekkers?'
'Padron?'
'bent u Middas Dekkers?'
'Nee, die ken ik niet'
'huh?'
'wat?'
'he?'
'Laat maar'
'Oh'
(Ik wou hem zeggen dat ik zo van zijn boeken heb genoten. Vooral het verhaal over de bromvlieg. Want al is het jaren geleden dat ik het las: het staat me nog bij als de dag van gisteren. Yogakamp, Loches, Frankrijk in het oude vervallen kasteel: met mijn tante Guruhans Kaur in een slaapkamer waar zich een dikke bromvlieg verschanste. Zo eens die rond zoemt als een defecte airco en na wat vermoeiende pogingen het beest te verjagen gaven we het op en ging slapen. Precies de dag erna, in dat bedje, las ik het bromvliegverhaal, allez:
'En terwijl de bromvlieg overdag graag rond paradeert over de hondendrol van Ko van de buren, zit hij ‘s nachts veel liever met zijn strontpootjes op jouw lippen om daar de onzichtbare deeltjes eten die zijn blijven plakken op te eten.' )


Geen vers ontbijt en het weerbericht voorspelt wind tegen, harde wind tegen en regen, harde regen. Jammer, had toch de stille hoop van 21 graden en strak blauwe lucht gehad. We varen uit en ik neem mezelf voor dat ik misschien maar even extra lang moet doen over het koken van een ei terwijl ik binnen in de kajuit m'n dikke-billen-yoga beoefen. In mijn beleving was Gloria een stuk groter - wellicht omdat ik een stuk kleiner was. Ik kon toen rechtdoor naar de wc en de eerste keer dat ik dat nu probeerde bleef ik met heupen achter de deurpost hangen. In een warrior pose moet je dus je zeilbroek uit doen alvorens je dmv een upwardfacing dog pose je de wc in kan wurmen. Wie zei dat zeilen geen sport is?
Bas heeft zijn ei aangepakt en hele andere ideeen van deze trip. Handen uit de mouwen en de boot opruimen.
'Pak het roer 'even' waarmee hij bedoelde 'tot aan Middelburg'
Vrijwel direct voelen mijn tenen weer als koelelementen. En kak: ik háát regen. De wind snijd in m'n wangen en als ik ze warm probeer te wrijven, wordt ik herinnerd aan de klapper die ik gister maakte bij het niet goed uitvoeren van de sun salutation toen ik naar binnen trachtte te gaan uit de kuip de kajuit in. Ik glipte naar beneden, klapte met m’n wang hard op de rand van het luik. Ik hoopte op een blauwe plek, dus mooie foto, dus sterk verhaal; maar ondanks de pijn niks niet blauwe plek. (En vandaar dat vandaag m'n report zo flauw is. Geen vuistelarijtjes met Zeeuwse ghetto dames in klederdracht.)
Goddank was Middelburg 2 hoekjes om. Kopje koffie bij Mark met Ard (Zeeuwen zijn best aardige mensen) en wachten op Joke en Monique om te eten bij Scherp; om Joke’s verjaardag te vieren: in de Gloria, maar zonder Peter en dat blijft toch gek omdat hij de gehele reis al had uitgestippeld.
Het was mooi, we sluiten af met de laatste stukjes kaas bij Joke als we terug zijn en een blik op de vele delicatessen die Peter heeft verzameld. De reis is klaar (en dat is maar goed ook: het rijden in de kleine schakel van m’n ouders terug uit Middelburg blijkt een uitdaging. Niet alleen voor mij die al jaren een automaat gewend is, maar ook voor mijn vader om zich niet met mijn rijden te bemoeien. De combinatie Bas kapitein en ik braaf luisteren gaat een stuk beter als Reina courreur en Bas navigator. Bas roept af en toe 'HOOOOOO' of een panisch ǴOD, KIJK UIT!', wil af en toe schakelen of even mee sturen.) Voor de deur geef ik hem een kus: 'ik ben blij dat we 2 dagen hebben gezeild en 3 uur hebben gereden en niet andersom.'
Papa lacht, gelukkig. Dag papa: ik vond het fijn zo even samen met je te zijn.
Dag Peter, Ik vind het jammer dat ik niet meer even samen met je kan zijn.
heart-emoticon