woensdag 28 augustus 2019

Eindelijk: kaart en foto's!

 Boot, schipper en crew:




Vuurtoren in Dalaware Bay

Lockeport NS, dayfishers

Voorbereiding lier verplaatsen en (nu goed) vastzetten

Lunenburg NS vanaf de Golf Club

Lighthouse voor Port-aux-Basques NFL 

Port-aux-Basques


Little Harbour


Bonne Bay / Gros Morne Nat. Parc in

Op weg naar bier



Port-au-Choix

Caribou taking an evening stroll through town


Drying salted capelin (to be eaten by passing gulls)

Port-au-Choix fishermen

Ingang Red Bay, Labrador

Het beste restaurant in Red Bay

The only good polar bear is a .....



Red Bay in de ochtend


Onze eerste ijsbergen, op weg naar ...

Battle Harbour, Labrador




Cod 100 jaar geleden




When in Labrador, blend in with the locals

Battle Harbour sunset


Meer ijsbergen onderweg

Mary's Harbour, Labrador
Korven om snowcrab te vangen, onbeperkt nog, wanneer gaan ze de cod achterna?

Leftover from processed snowcrab

Main Street, Mary's Harbour
Terug naar Newfoundland
Naar de ingang van de Quirpon Tickle om te schuilen voor storm


L'Anse-aux Meadows, Viking settlement in NFL,
replica van een Knarr (Viking-vrachtschip)
en een longhouse met bijgebouwen, de verste een ijzergieterij




Twilingate
Cod NFL-style: gebakken in deeg, met aardappel en spek

Fishermen's Union, Seldom, Fogo Island
Englee: nog een Fisher 37




There she blows! Whales!

Blijkbaar begint het leven bij 70 ...

St John's, jelly-bean houses

St John's harbour

Dit is geen labardor, maar een newfoundlander (rechts ook, trouwens)

Quidi Vidi


Zout van de ramen lappen

St Peters Canal Locks, zuid in/uitgang van de Bras d'Or Lakes


Mahone Bay, NS






Naast Mahone Bay is Oak Island (van The Curse of ..) waar al jaren op National Geographic Channel naar een schat, verstopt door piraten, wordt gezocht. De piraten zijn terecht, betalen zelfs met een credit card.
"Do you really believe there is a treasure? vroeg ik.
"Well, ... there must be ... something"

Bodem tussen Cape Sable en Cape Cod - of kleurplaat voor volwassenen



Woodshole rond slack water

17e eeuwse Nederlandse walvisjagers

huidige vissersvloot van New Bedford

Seaman's Bethel, New Bedford
met de kansel waarop Captain Ahab een donderpreek gaf alvorens achter de White Whale aan te gaan
(Moby Dick, verfilmd in 1958 met Gregory Peck als Captain Ahab)



Onder de (Chesapeake) Bay Bridge door, bijna thuis

vrijdag 16 augustus 2019

De laatste 800 mijl

En nu zijn we weer in Cambridge MD.

Op zondag 4 aug zijn we rustig vertrokken uit Mahone Bay na het innemen van veel diesel. Beetje zeilen, veel motoren - de windgoden zijn ons niet bijster goed gezind - langs de zuidoostkust Nova Scotia. Maandagochtend langs Cape Sable waar we Canada vaarwel zwaaien en de gehavende courtesy-vlag strijken.
Op dinsdag, na 350M, varen we laat in de avond de pikdonkere haven van Nantucket in. Nantucket is  zeer toeristisch, de snelboten die mensen af- en aanvoeren vanaf het vasteland varen ook 's avonds. De meeste tonnen in het vaarwater zijn evenwel onverlicht. De snelboten zetten bij binnenvaren vier schijnwerpers aan en blijven 20 knopen varen. Op radar, kaartplotter en mijn zicht (iets beter dan dat van Willem) vinden we een ankerplaats. Willem roept de de Coastguard op op de VHF en vraagt om instructie voor het inklaren bij de douane. Daar valt de coastguard stil van.
"US Coastguard, did you recieve my request for instructions for clearing customs?" herhaalt Willem als er te lang geen antwoord komt.
"Well sir" komt het antwoord, "we never had this question, we have to call around".
De conclusie van de coastguard is dat er een CBP (Customs and Border Patrol)-officer uit Providence moet invliegen, "but probably not tonight". We mogen de boot niet af, niet voor een biertje, zelfs niet om diesel te tanken, voordat er een officer aan boord is geweest.
We kunnen na twee nachten van 3-uur-op-3-uur-af in elk geval lekker slapen en verheugen ons op het watervliegtuig met douaneman dat naast ons zal landen morgenochtend.
Dat gebeurt natuurlijk niet. We moeten een nummer bellen waar een officer vertelt dat Nantucket geen port of entry is en dat we er niet hadden mogen binnenlopen. Willem zegt iets over een 'exhausted crew of two old man', 'good seamanship' om dan niet door te varen, dat we echt niet van boord zijn geweest en dat we naar New Bedford zullen zeilen om daar in te klaren. Dat is goed.
"What time will you arrive?" Altijd een goede vraag aan een zeilboot bij ongewisse winden op wateren met sterke stroming. 7pm schatten we.
Voor de verandering is de wind heel goed en beginnen we met stroom mee tussen de banken noord van Nantucket en Martha's Vineyard. Na wat rekenarij en bekijken van de stroming  in de Vineyard Sound en Buzzard's Bay is duidelijk dat we door Wood's Hole moeten om niet 20M om te varen en voor een deel sterke stroom tegen te hebben.
Wood's Hole is volgens alle vaargidsen een van de gevaarlijkste doorgangen aan de Amerikaanse oostkust, veel enger dan bijv. Hell Gate NY in het midden van een springtij of de Portland Race in Zuid-Engeland. Verschillende stromingen botsen tegen elkaar op en maken een heksenketel van water waarin schepen onbestuurbaar zijn en de bemanning alleen maar kan bidden dat het goed gaat. (Monique wilde er in 2016 beslist niet doorheen op weg van Menemsha naar het vasteland.)
In het tempo waarin we zeilen, komen we er rond het heftigste tij aan. Dus moeten we afremmen. Grootzeil omlaag en op alleen "jib and jigger" (fok en bezaan) langzaam op de oostelijke tonnen van Wood's Hole aan. Intussen gaan snelle visboten en grote pasagier-snelboten van en naar Nantucket en Martha's Vineyard er met een vaart in beide richtingen doorheen. Wellicht is het toch niet zo erg? Een uur voor slack gaan we Wood's Hole in. Er staat inderdaad op een stuk van ongeveer 1 mijl een sterke stroom, die we met de motor goed aankunnen. Voor we er erg in hebben zijn we in Buzzard Bay en kunnen verder zeilen naar New Bedford waar we een half uur na zeven uur aankomen. Anderhalf uur later staat er een CBP-officer in de boot die veel opschrijft en stempelt maar verder - in tegenstelling tot zijn Canadese collega's twee maanden eerder - niet geinteresseerd is in wat we al dan niet aan boord hebben.

We blijven twee dagen in New Bedford, ooit de grootste walvishaven aan de oostkust, nu de grootste vissershaven. Een werkstad met een historisch centrum en een fantastisch Whaling Museum. En voor wie de verfilming uit 1957 van Moby Dick heeft gezien is er the Seamen's Bethel waar, vanuit een preekstoel in de vorm van de steven van een klipper, Captain Ahab (Gregory Peck) een donderpreek houdt voor hij uitvaart op zoek naar de White Whale die hem fataal zal worden.
De jachthaven ligt op Pope's Island, 20 minuten lopen over de brug naar de stad - of 10 minuten varen met Carol. Zij geeft ons een haventoer met de lokale weetjes en roddels uit de wereld van de vissers. Zo varen we tussen 10 grote vissersboten door die liggen te verkrotten. De eigenaar onderbetaalde zijn vissers, sjoemelde met de boeken, betaalde geen belasting en stalde steeds meer geld op de Azoren. En schepte luid op daarover in de kroeg. Zodat hij bezoek kreeg van de fiscale recherche, hij in het gevang kwam en zijn schepen in beslag werden genomen.

In New Bedford wordt (met een beetje overdrijving) bijna evenveel Portugees als Engels gesproken. Toen eind 18e eeuw de walvissen in de Noord-Atlantische oceaan helemaal op waren, voeren de walvisvaarders uit New Bedford om Kaap Hoorn de Stille Oceaan in om gemiddeld drie jaar weg te blijven. Ze stopten in de Azoren om vlees (levende have), groente en fruit in te slaan - en de bemanning aan te vullen. Veel Azorezen (??) monsterden aan om na de reis in de VS te blijven. In Fall River en Provincetown, heb ik een paar jaar eerder zelf al geconstateerd, zijn meer Portugese dan Engelse radiostations.

Lekker eten kan ook in New Bedford. We gaan twee avonden naar de Black Whale. Rauwe littlenecks on the halfshell, blub-verse cod, eindelijk een sappige zwaardvis, heerlijk, heerlijk.

En dan gaan we zaterdag 10 augustus op weg voor de laatste etappe. De weersvoorspellers geven ZW 10-15 knopen, in de avond draaiend naar NW en afnemend. Wij hebben als we Buzzard's Bay uitvaren 15-20kn op de kop in een korte hoge zee. Hoewel de motor het zwaarste werk doet, is het een dag van afzien. Maar in de avond neemt de wind inderdaad af en ruimt hij wat zodat we kunnen motor-sailen.
Dinsdagochtendvroeg, in de donkerte voor zonsopgang en zonder wind, ronden we Cape May net als de stroom mee gaat staan zodat we al om 1 uur 's middags het Chesapeake & Delaware Canal ingaan. Om klokslag 5 uur gaat het anker uit voor een plons in de Baai, een bier, een goede maaltijd en een volle nacht slaap.
Woensdag wordt er door de radio gedreigd met in the afternoon thunderstroms with wind gusts of up to 40 knots. Er zijn overal beschutte ankerplekken, en zolang we geen naderend onweer ontwaren varen we door. Als we nog maar 20M van Cambridge zijn lonkt een lekker ruim, zacht en niet schommelend bed en varen we door. Om 19:30 schuiven we aan tafel aan bij vrienden van Willem in de Cambridge Yacht Club.

Wat een tocht. 3400 zeemijlen. Aangelegd in enigszins mondaine oorden als Shelburne, Lunenburg, Baddeck en Mahone Bay, maar vooral in een twintigtal vissershavens met verder niets dan vis en verhalen en musea over vis. De ongenaakbare kust van Labrador, waar we langs ijsbergen voeren. De magie van L'Anse-aux-Meadows waar 1000 jaar geleden de eerste Europeanen een aantal jaren leefden. Door een dorp galloperende kariboe. Langs een plek gevaren waar een dag eerder een ijsbeer was gesignaleerd. Tientallen en nog eens tientallen walvissen, spuitend, gracieus duikend met hun enorme staart als laatste, of half uit het water springend en met een enorme plons neerkomend, of klappend met hun staart. Af en toe even ongeinteresseerde dolfijnen bij de boot. En overal de weemoed naar en de museumpjes over de tijd dat je cod zo uit het water kon scheppen.
Wat een tocht

Als ik thuis ben komen er foto's, veel foto's!


vrijdag 2 augustus 2019

Terug naar NFL en NS

Drie opmerkingen vooraf:
1 Dit alles In haast geschreven, niet herlezen laat staan geredigeerd
2 foto's erbij lukt miet op iPad, die komen later thuis
3 al die plaatsnamen zeggen natuurlijk niet veel, maar google maps, google earth of een papieren atlas verhelpen dit!

Terug van Labrador naar NFL is eindelijk een zeiltocht! 20kn wind achter. We rollen, maar we zeilen.  Het is grauw weer, de wind is harder geworden als we l'Anse-aux-Meadows naderen. Willem heeft er, voor hij een jaar of tien geleden overstak naar IJsland, geankerd en hij herinnert zich een wharf of een drijvende steiger. We moeten langs twee eilanden en langs wat riffen en, inderdaad, er liggen een rode en een groene ton en daarna een korte kade. Boem, knal, tussen de rode en groene ton raken we de bodem, rotsen. We maken dat we wegkomen en hakken, weg uit de schaduw van de twee eilanden, 5 mijl naar de baai tussen het eiland Quirpon (spreek uit: karpoen) en het vaste land waar Jacques Cartier in 1534 al voor een storm schuilde. Dat doen wij ook. 's Nachts gieren we achter het anker, een Rocna, dat goed houdt (gelukkig).
De volgende ochtend gaan we door de tickle, een nauwe doorgang, naar buiten. Het is koud! De temperatuur in het stuurhuis is 7C. Beneden in de kajuit is het nog kouder. Dubbele slaapzak 's nachts en veel lagen aan onder zeilpak overdag.
Met lichte wind achter gaan we 20M zuid naar St Anthony, de "grote" plaats in het noorden van NFL.
De haven is een grote baai, de public wharf ligt aan de overkant van het town center, ruim een half uur lopen. Willem houdt een auto aan om zogenaamd te vragen hoe we naar het centrum moeten lopen. Dat werkt bijna altijd om een lift te krijgen. Deze keer niet. De (jonge) vrouw in de auto kijkt naar ons, vertelt ons dat we de baai moeten volgen en dat ze haar kind van school moet halen.
"Jouw schuld" bromt W. Het is koud, maar de zon schijnt, dus ik heb een warme muts en mijn snelle zonnebril op. "Je ziet er uit als een Albanese orgaanhandelaar".

We huren een auto voor een dag om, dan maar vanaf het land, l'Anse-aux-Meadows te bekijken. Als de veruurder de auto 's ochtends naar de boot brengt, vertelt hij dat de buitenthermometer 1 graad celsius aangaf. We hebben ons de kou dus niet ingebeeld.
Maar we hebben geluk: de zon schijnt en de temperatuur loopt snel op, zodanig dat we in l'Anse-aux-Meadows buiten kunnen lunchen.
Waarom zoveel moeite om hier naartoe te gaan? Het is de plek waar in de jaren '60 een Noors echtpaar, op basis van IJslandse saga, concludeerde dat de vikingen hier een nederzetting gehad moesten hebben. Archeologisch graafwerk toonde aan dat ze gelijk hadden. In een museumpje worden vondsten getoont en wat uitleg gegeven over vikingschepen, hoe de mensen hier leefden (en zelfs ijzer uit het veen smolten en dat smeedden) en waarom juist hier. Er is een longhouse nagebouwd dat je een idee geeft Hoe ze hier leefden. Verderop is een heel vikingdorp nagebouwd. Er ligt een nagebouwde 'knarr' (Noormannen-vrachtschip) en er lopen als viking verklede mensen rond om uitleg te geven.  "Een soort disneyland", zegt Willem.
Het is bijzonder. Hoewel er geen directe archeologische bewijzen voor zijn, is het op grond van vondsten van vruchten uit New Brunswick wel aannemelijk dat de vikingen van hieruit verder naar het zuiden zijn gezeild. Maar de relatie met de lokale beothuks, die ze grealings noemden, wilde niet goed worden en uiteindelijk gingen ze terug naar Groenland waar een kleine ijstijd ze verder terugdwong naar IJsland.
De volgende 500 jaar werden de beothuks met rust gelaten. Tot in 1497 Giovanni Caboto (John Cabot), op zoek naar de westelijke route naar de Oost, langs NFL zeilde en de visrijkdom hier ontdekte. Later meer.

We gaan de oostkust van NFL verder omlaag. Englee is een schilderachtig haventje met een mooie wharf, maar er is niets dan wat huisjes en twee winkels. Geen restaurant, geen wifi, geen havenmeester. Wel het tweede zeiljacht dat we zien sinds
we in Newfoundland/Labrador rondvaren, nog wel een Fisher 37, drie jaar jonger dan die van Willem, met een solo-zeiler erop.
Het volgende haventje is La Scie, in een ruime baai, met genoeg huizen voor een aantal winkels en een restaurant. Maar ja, het is zondag en dat betekent dat vanwege het geloof of gewoonte er niets open is. Een local weet een bar, buiten het dorp, en rijdt ons er naartoe. Een donkere drink-keet met speelautomaten en, in haar eentje, een dametje achter de bar. Ze vindt ons maar eng en je ziet haar opluchting als er een grote dikke man binnenkomt die direct achter een automaat duikt, waarvan wij weer denken is dit wel vertrouwd? Overigens gaat het ons niet om bier, maar om toegang tot wifi en daardoor contact met onze geliefden en de rest van de buitenwereld. Na ons te hebben afgezet, ging de local verder zijns weegs waardoor we een gezonde wandeling terug hadden.

Twillingate, onze volgende aanloophaven, is zeker vergeleken met de vorigen vol van leven. Sinds tijden eten we goed in een restaurant dat het in Amsterdam zou uithouden. Alles local and fresh. "Ook de bacon?" Vraagt Willem (cod wordt hier traditioneel geserveerd met spekblokjes). Nee, niet de bacon. De waitress doe haar best ons aan haar vinger te winden om meer lokale rum met ijsbergijs (dat leuk knispert omdat er veel zuurstof inzit) te drinken. Maar we zijn sterk. Overigens komen er al weken geen ijsbergen meer langs. Vroeger tot in juli, de laatste jaren moet je in mei komen of uiterlijk begin juni, daarna is het afgelopen.
Twillingate doet oog 'gezelliger' aan omdat in het centrum de gebouwen dichter op elkaar staan, zodat je het idee hebt van een winkelstraat.
Voor ons aan de Government Wharf ligt een grote stalen schoener met Nederlandse vlag, de Zahree uit Hoorn, 25m lang, 6m breed. Zij varen al een paar jaar tussen zeg maar Hoorn, Suriname en deze wateren. Met z'n tweeen en zo nu en dan opstappers.

Uit Twillingate gaan we naar Seldom, op Fogo Island. De naam komt van 'we seldom see scooners', hoewel het geen moeilijk haventje is, maar misschien wat klein. De wharf is van het museum. Het museum gaat (weer) over hoe cod wordt gevangen, gezout en gedroogd en hoe een familie door allemaal heel hard te werken net zijn hoofd boven water kon houden. En over de FPU, de Fishermen's Protection Union die probeerde het inkomen van vissers te verbeteren door het credit-systeem te verbreken door cooperaties op te richten. Dit hield in dat vissers hun vangst konden verkopen aan de (enige) handelaar in hun town, die daarvoor geen geld gaf, maar credit om levensbehoeften te kopen - in de enige winkel, van diezelfde handelaar.
"Goede combinatie, monopolie en monopsonie" constateert Willem.

In Bonavista is museum the Ryan Premises dat, naast alles over cod fishing en sealing, zeehondenjacht, goed laat zien hoe het credit system vissers in de tang hield en hoe rijk de handelaar dus werd. Maar ook voor de rijke handelaar kon het mis gaan, de handelaar moest de cod ook weer kwijt op een markt met wel concurrentie en als de prijzen te laag waren, kreeg ook hij klappen. En kregen de vissers helemaal niks.
In het museumdeel over de zeehondenjacht wordt een oud filmpje gedraaid over hoe dat toegaat. Mannen springen van een langzaam varend moederschip-ijsbreker en moeten wijdbeens dansend van schots naar schots. En dan op een golvende massa van op elkaar gedrukt ijs zeehonden doden en naar het moederschip slepen. Dat ging wel eens mis, jagers konden niet terugkomen naar hun schip. De grootste sealing- tragedie was 78 man die op het ijs verdwenen. Overigens staat er op een klein bordje dat de zeehondenvangst op NFL weer het niveau van eind 19e eeuw heeft bereikt.
In La Scie stond ook een bord voor de steiger dat deze "CANNOT be Used to Tie on Seal Pelts".
Nog even terug naar .
In Bonavista zou in 1497 John Cabot aka  Giovanni Caboto als eerste (15e eeuwse) Europeaan voet aan wal hebben gezet en Newfoundland geclaimed hebben voor de Engelse koning Henry VII. Hij was, zoals de meeste Atlantische oceaanreizigers in die tijd, met zijn schip de Matthew op zoek naar de doorvaart naar Indie/China/Japan. Die vond hij natuurlijk niet, maar wel grote hoeveelden kabeljouw: emmer omlaag het water in, gevuld met vis. Dat leidde tot een grote toestroom van vissers uit Europa. Overigens is het aannemelijk dat er vanaf de tweede helft van de 15e eeuw hier al gevist werd door Portugesen en Basken, die hun rijke visgronden angstvallig geheim hielden.
In 1997 was het 500 jaar geleden dat John Cabot hier - supposedly - zijn vlag  plantte en dat werd gevierd met het overzeilen van een replica van de Matthew uit Engeland naar NFL, opgewacht door RE II zelve.
De Matthew ging weer terug naar Engeland en in Bonavista bouwde men een tweede replica om zomers vanuit de haven walvisexcursies te doen. Helaas, er werd niet het juiste hout gebruikt en deze Matthew begon al spoedig te rotten - en mocht dus niet meer varen. Toen we er waren een paar weken geleden stond zij ter bezichtiging in een speciaal gebouwde museum-loods, waar ze gerestaureerd werd. 24m lang, 50 ton, hoog op het water, het blijft verbazend hoe mensen daarmee de oceaan overzeilden.


Zondag 21/7 A whale galore!
Wakker worden, in de kleren, losmaken en dan koffie. Het is acht uur, maar er varen al twee uur kleine motorbootjes in en uit de haven. We gaan langs een bootje dat lijkt niet te weten wat ze wil. Dichtbi zien we dat een van de twee grauw geklede mannen een lijn recht onder het bootje probeert te houden. Cod fishing, het is zondag, het mag. De twee anderen zijn vrolijk,modern gekleurd gekleed en een heeft een fototoestel met een lange lens in de aanslag. Even verder borrelt het water ca. 20m van de boot en komt er een walvis aan de oppervlakte, en nog een. Een pruttelende zucht met een fontein van stoom en ze gaan weer onder. dat gebeurt nog een paar keer en dan bolt de rug voor een duik naar de diepte. Die duurt ongeveer vijf minuten en waar ze dan weer bovenkomen is volstrekt onvoorstelbaar.
Een mijl west van het Bonavista Lighthouse ligt een rotseiland dat wit ziet van de vogels. En daartussen dobberen er duizenden. Er zit blijkbaar veel vis. En daar komen ook humpback whales op af. We zien er tientallen, dichtbij, wat verder weg. De meeste duiken traag na een uit- en inadem, sommigen laten daarbij hun staart zien, en weer een paar anderen komen met geweld half uit het water en slaan dan met hun staart. Fabuleus. Ook als we rond Bonavista Cape draaien naar het zuiden blijven we blazende en springende walvissen zien.
Het is kil en grauw en er staat 7kn wind tegen, dus motoren, wat goed opschiet. In de loop van de middag trekt de wind aan en wordt de deining hoger - en als we tussen het Bay de Verde Peninsula en Bacalieu Island doorgaan ook korter en steiler. Als we bijna door de tickle - de doorgang - zijn varen we bijna tegen een walvis op, of de walvis overzwemt ons bijna. Een gigantisch beest, 2m van de boot. En nog een. En dan zijn ze weg. Onderdoor? Vlak langs ons gekeerd? De diepte in. Een paar minuten later zie ik achter ons een pluim "stoom".

En dan gaan we met wind achter naar een haventje dat donkerblauw op de kaart is (= minder dan 2m water) en een dubieuze beschrijving in de pilot. "Jachten mijden deze haven". Maar op de AIS is te zien dat er een paar vissersboten liggen waarvan een van 20m. Die steekt vast dieper dan 2m. Het blijkt een slim aangelegd haventje.
Ondanks de aanlandige wind wordt het water rustiger en varen we in bijna vlak water de haven in. Het is vol, maar er is een plekje aan een drijvende steiger.
Als de regen iets minder is wandel ik rond. Weer huisjes, een plek met uitzicht over zee voor campers zelfs, twee kerken en een conveniance store, een heel klein kruideniertje.
De volgende ochtend gaan we in de laaghangende motregen verder en botsen bijna tegen twee walvissen op. Daarna wordt het rustiger, de deining, wind, regen en walvissen verdwijnen en we varen rustig Conception Bay in naar de Royal Newfoundland Yacht Club in Long Pond. Vandaar zullen we over de weg naar St John's, aan de Atlantische kant van het Avalon-schiereiland gaan.

----------------------------------------------------------------------------------

St John's is een echte stad, met een grote natuurlijke haven. Een werkhaven met droogdokken voor grote zeeschepen. Niet echt voor kleine plezierbootjes, maar aan het einde van de kade, na de container-, survey- en supply-schepen liggen er een paar in het uiterste hoekje, langs de drukke Harbour Street.
Na ontbijt bij Willem's goede vriend Tim Horton ontdekken we een hop-on-hop-off-bus die langs de toeristische highlight gaat. We hoppen on en laten ons naar de Cabot Tower op Signal Hill rijden. Hier heb je een mooi uitzicht over de haven, een diepe inham met een nauwe doorgang van 200m. En van hier wist Marconi de eerste radiosignalen naar Europa te sturen en antwoord te krijgen.
De rest van de middag brengen we door in The Rooms, dat de geschiedenis en samenleving van NFL niet vauit de vis benadert, maar vanuit de bewoners van het eiland. De indianenstammen die duizenden jaren geleden kwamen en verdwenen. De laatste waren de Beothuks die de invasie na Cabot's ontdekking van het eiland en zijn visrijkdom niet overleefden. Maar er wonen nu naast de nazaten van Portugezen, Basken, Fransen, Engelsen, Scotten en Ieren, wordt met gevoel voor politieke correctheid verteld, Noord-Inuit, Zuid-Inuit, Innu (dat zijn Inuit van voor het IT-tijdperk legt Willem mij uit) en Mi'kmaq (de laatste indianen die in New England en Nova Scotia woonden maar daar in de 18e eeuw met de deportatie van de Franse Acadians   zijn verdwenen; lees mijn blog uit juli 2015).

Eerder had ik geconstateerd dat alle musea die we gezien hebben over gewone mensen en hun beslommeringen gingen. Geen Grote Politiek en Belangijke Veldslagen. Maar de laatste afdeling van de Rooms neemt je mee met de - meest jonge - mannen die enthousiast naar de loopgraven van de 1e WO gingen - en voor het grootste deel niet meer terugkwamen.
We hoppen weer op de bus die ons naar Cape Spear rijdt, de oostelijkste punt van Noord-Amerika. Na vijf minuten ben je St John's kwijt en rijden we door 'moose country', dichte begroeiing en natte bodem met meertjes en drasgrond.

Toevallig was ik jarig. W fetteert me op een maaltijd, kies maar uit waar en wat. Het regent intussen pijpestelen en we vluchten een micro-brewery in waar ze goed bier brouwen, constateer ik na een 'flight' (5 proefglaasjes). Ik zit er eigenlijk wel lekker (W trouwens ook), vind ik na mijn tweede glas. En er is geen Michelin-ster in St John's, had ik al uitgezocht op het internet. Zo (kies, eigen schuld, en) eet ik mijn origineelste verjaarsmaal in 71 jaar: een chicken-ceasar-salad-pizza.

De tweede dag gaan we (na weer ontbijt bij vriend Tim Horton, W wil er speciaal heen voor de maple-glazed-donuts die ze evenwel helaas niet hebben vandaag) met de hop-bus naar Quidi Vidi, een bijna te schilderachtig en ondiep haventje tussen benaaldboomde rotsen, een paar km van St John's. Het is niet alleen schilderachtig, ook staat hier de lokaal beroemde Quidi Vidi brouwerij (met als bestsellers 1892 en Ice Beer, gebrouwen met ijsbergwater).
Na Quidi Vidi slenteren we tot slot wat door Old St John's, met straten met houten Jelly Bean houses, allemaal, zonder bemoeienis van een welstandscommissie, in willekeurige snoepkleuren geschilderd. Old is trouwens betrekkelijk, in 1892 (van het bier) brandde St John's (voor het laatst) af - en werd weer behoorlijk identiek opgebouwd.
Dan gaan we terug naar de boot om ons op te maken voor een lange toch naar de NO-kant van Breton Island (deel van Nova Scotia) om daar de Bras d'Or Lakes in te gaan. Terwijl ik victualien insla, gaat Willem (voor de 2e keer) op zoek naar de oorzaak van het falen van de diesel-blaaskachel. Losgeschoten draden en gammel contacten bleek, en nu doet hij het weer.
Maar het is als met een paraplu: als je daarmee gaat wandelen gaat het niet regenen. In elk geval hebben we ten volle kunnen genieten van de bijna-vorst in Labrador en noord-NFL.

Na het laden van 60 gallon diesel vertrekken we donderdag 25/7 rond het middaguur. 20M noord, om Cape St Francis heen, dan zuid, langs St John's, 90M tot Cape Race en daarna ruim 300M tot de ingang van de Bras d'Or Lakes.
Na Cape Race, als we NFL langzaam verlaten, wordt het warmer, overdag warm, 's nachts met heldere sterrenhemel en kunnen we het hele eind aan de wind zeilen! We komen 30M te noordelijk uit but who cares! Op zondag 28/7, om 21 uur gooien we in Baddeck Hbr het anker uit.
Maandag verkassen we naar het town dock om makkelijk het schip op en af te stappen in plaats van naar de kant te roeien. We houden twee dagen vakantie. Ik bezoek het Alexander Graham Bell museum. Ik ken hem als uitvinder van de telefoon, maar dat is maar een klein deel van zijn bijdrage aan de mensheid. De telefoon was min of meer een bijproduct van zijn onderzoek naar het laten horen van dove mensen. Hij wist zelfs geluid door lichtstraling te laten transporteren, maar dat bleef zonder practische toepassing. Het patent op de telefoon bracht genoeg geld in het laatje om een fors buiten in Baddeck te laten bouwen en daar te experimenteren met vliegen, eerst met futuristische vliegers, eerst aan een lijn en daarna gemotoriseerd maar dat lukte niet. Toen maar in de voetsporen van de Wright Brothers het doorontwikkelen van hun type vliegmachine. En hij ontworp en bouwde foils, vaartuigen die over het water skien. Ikdacht altijd dat dat een recente uitvinding in de topzeilsport was, maar nee, op Bras d'Or Lake voeren ze al, motorisch voortbewogen, voor de 1e Wereldoorlog. Een heel bijzondere man.
De Bras d'Or lakes zijn een prachtig familie-vaargebied, met eilandjes en ankerplekjes. Als het zulk mooi weer is als wij nu hebben.
Aan onze pier ligt een schoener die vier keer per dag 18 mensen op dek laadt (op vastgezette witte plastic stoeltjes) en daarmee een uur gaat zeilen. Bij terugkomst staat er een doedelzakspeler te doedelen, please pay the piper. Dit is het Schotste deel van Nova Scotia.

Op woensdag 31/7 is de vakantie afgelopen en gaan we verder, tussen eilandjes door, over het grote Bras d'Ore Lake en weer van boei naar boei naar tussen eilandjes naar de sluis aan de westkant (aan de oostkant is het gebied open naar de zee). Liefelijk, mooi weer, zacht briesje, maar als we na 25M eenmaal zee insteken is de wind 20kn op de neus en staat er een hoge, korte zeegang. Dat vindt Willem niet leuk, maar hij draagt het manmoedig. Op 5M van waar we langskomen op weg naar de oceaan zie ik op de kaart het makkelijk aan te lopen Canso Harbour. Goed idee, why suffer. Het trekt ook dicht en de laatste twee uur varen we in potdichte mist op plotter en radar.50M, toch niet slecht voor een dag.

Donderdag is de mist weg en gaan we de oceaan op, koers ZW, met wind ZW. De hele dag piept de marifoon waarschuwingen voor severe thunderstorms. Niet verwonderlijk, gezien het warme weer van de afgelopen dagen. 's Nachts varen we langs een hoge onweersysteem, het lijkt of er vuur brand in de wolken. Maar om een uur of 2 houdt het gebliksem op en wordt het weer rustig.
Vrijdagochtend maken we vast in Mahone Bay Harbour, wellicht onze laatste haven in Canada.
Het plaatsje zou in New England kunnen liggen, in een mooie met loofbomen begroeide baai, mooie houten huisjes, het doet me sterk aan Camden en Boothbay Harbor denken. Hier vertrekken naar de VS maakt de overgang wat makkelijker.

zondag 14 juli 2019

Labrador

IJsberen is wel iets om bij stil te staan. Hoewel, als je er een ziet die jou gezien heeft... Maar wegrennen helpt ook niet, een ijsbeer loopt veel harder.
In de Labrador cruising guide staat een heel verhaal over wat te doen bij een ontmoeting met een beer. Over een black bear wordt niet erg paniekerig gedaan. Die zijn alleseters, voor ca 1/3 carnivoor,  en hebben met bessen, zalm, honing hun buikje meestal redelijk gevuld zodat ze het doorgaans niet de moeite waard vinden om achter je aan te hollen. IJsberen daarentegen zijn 100% carnivoren die altijd honger hebben en in (o.a.) zeilers lekkere hapjes zien. Dus kun je ze beter niet tegenkomen. Maar, zoals de cruising guide vervolgens stelt: als je in Labrador bent kom je vroeg of laat een ijsbeer tegen. Het beste dan is met een grote groep te zijn, dat schrikt hem af. Maar als (bootjes-) toerist in Labrador ben je niet in grote groepen. Met een geweer gaan wandelen en dan (weten te) schieten is ook geen garantie voor succes. De meeste mensen kunnen niet schieten, en wie raak schiet kan door de Canadese overheid vervolgd worden voor moord op een ijsbeer als niet tijdens het proces volsterkt duidelijk is dat het "of hij of ik" was.

We verlaten Port-au-Choix in de vroege ochtend van za 6/7, blij met de verwachting van 15-20kn uit W-NW. Maar de wind is 0, het zicht matig. We zien wat dolfijnen en er komen een paar humpback whales langs die met veel kabaal grote pluimen uit het neusgat boven op hun hoofd blazen.
Om 7 uur 's avond gaan we Red Bay in, met nog enig zicht, in fijne regen tot mist. Niet veel later is het dichte mist.
De Government Wharf wordt opgeknapt, uit het stuk waar we zouden kunnen vastmaken steken 15cm lange roestige spijkers. Iets verderop is een aanlegmogelijkheid bij wat het lokale museum blijkt te zijn, en er tegenover de lokale drink- en eetgelegenheid. De local caught cod is lekker en het bier na een tocht van 12 uur ook.

Zondagochtend bekijken we het museum. Red Bay was in de hele 16e eeuw het centrum van Baskische walvisvaart In deze streken. Het was hier vol met right whales (noordkapers?).  Er is een gezonken walvisvaarder uit ca. 1540 ontdekt. Potten, pannen, instrumentenen zelfs resten van kleren liggen in het museumpje. Het wrak op 10m diepte is geheel in kaart gebracht door duikers en op de bodem gelaten. Na 100 jaar waren de walvissen op en verdwenen de basken.
Door het gebrek aan wind en de grote afstanden die we motorend afleggen is het dieselpeil laag. Nergens hier zijn evenwel dieselpompen aan de haven. Zelfs langs de weg zijn ze schaars, veel pick-ups hebben een grote extra tank in de achterbak.
"Waar zouden we diesel kunnen krijgen?" Vraagt W aan de dame die kaartjes in het museum verkoopt. Die belt haar man, die even later met zijn pick-up met wat lege jerrycans aan komt rijden. Hij rijdt ons naar een pomp een paar km verderop langs de kustweg (die is er sinds 2000) en terug naar de boot.
"Yes, been here all my life, my father was a fisherman, I was a fisherman till the moratorium". (In 1992 was de kabeljauw bijna verdwenen door overbevissing en kwam de Canadese regering met een volledig verbod op kabeljauwvangst. De verantwoordelijke minister werd op een bijeenkomst om het verbod uit te leggen bijna gelynched door boze vissers. Er is nu weer wat cod die beperkt gevangen mag worden.)

Lijkt NFL het einde van de wereld, het is frivool vergeleken met Labrador, en dan zijn we alleen nog maar in het zuiden. Rotsen met alleen wat grauwgroene lage begroeiing. Plakken sneeuw tot op de kustlijn. Een dorp als Red Bay bestaat uit wat willekeurig neergezette houten huizen, wit of rood. Dennestammetjes om in de winter te stoken worden als wigwams te drogen gezet, houtstapels komen onder een dikke sneeuwlaag . Maar waar het hout vandaankomt? Wij zien geen bomen.

De wind is west waardoor we tegen de wharf liggen te rijen. We moeten daar weg. Ankeren? Of verder?  Dat laatste. Om 13 uur zwaaien we Red Bay gedag.
We gaan naar Battle Harbour, 50 M verder noordoost.
We moeten om Battle Island heen en dan uit noord naar de harbour. Er is een zuidingang die diep genoeg is maar heel smal en de oceaandeining dendert er naar binnen. Als de boot uit het roer loopt zit je op de rotsen. Liever 5 M meer dus. Als om  21:30 de zon achter ons ondergaat maken we vast aan de wharf.
Dit is een beschrijving uit 1904 (Dillon Wallace, The Lure of the Labrador Wild, over de onfortuinlijke Hubbard-expeditie), opgetekend op 6 juli:
 ".... there are treacherous hidden reefs at the entrance ... the place was in appearance particularly dreary; no foliage nor green thing to be seen - nothing but rocks, cold and high and bleak, with here and there patches of snow."
Onze eerste aanblik is niet zo dreary. Er staan wat huisjes met licht achter de ramen en voor we hebben vastgemaakt, staat Peter, de getapte manager van het eiland al naast de boot te vertellen hoeveel docking kost en dat als we een biertje willen we moeten opschieten, want hij wil om 22:30 afsluiten.
Wij haasten ons dus naar de Loft, boven de "General Store, een ruimte met fauteuils waar een houtkachel snort en bar met een vrolijk vrolijk gezelschap eraan. De wereld is klein, een van de drinkers is de goede vriend van een kanobouwer die ook Willem kent (een beetje, hij heeft ooit een kano van hem gekocht). Peter vertelt dat er vorige week aan de overkant van de haven een ijsbeer stond te turen naar mensenvlees. Er zit ook een welbespraakte jongen die de website van Battle Harbour aan het updaten is, o.a. met filmpjes vanuit een drone. Zijn kameraman zit stil achter zijn bier in het niets te staren. Een flink aantal biertjes later krijgt Peter ons eindelijk de deur uit.

Als ik de volgende ochtend maak ik een wandeling over het eiland. Er staan twee oude "Marconi towers", zendmasten uit de tijd van de radio-telegrafie. Battle Harbour was een telegrafie-knooppunt voor Labrador, van hieruit werden berichten doorgeseind naar St John's op NFL. De zendtorens van Battle Harbour zijn op hun manier beroemd omdat Peary van hieruit in 1909  naar New York telegrafeerde dat hij als eerste mens de noordpool had bereikt. Terwijl ik daar in mijn eentje rondloop moet ik aan die ijsbeer van de overkant denken en bezie of en hoe ik snel in zo'n mast omhoog kan klimmen. Met wat spoed loop ik terug naar de bewoonde kant van het eiland.

Battle Harbour is herbouwd als openluchtmuseum. In de jaren '60 begon de Canadese regering met resettlement van mensen in gehuchten langs de kust van NFL en Labrador, naar dorpjes met enige infrastructuur en beter bereikbaar (zoals St Mary's 9M verderop). Daarom zijn de dorpen die we zien op NFL en in Labrador (nou ja, in Labrador zien we er afgezien van Battle Hbr twee) allemaal wat eenvormig van golfplaat.
Battle Harbour werd voor 1 CAD gekocht door een stichting die de gebouwen opknapte. Een deel van de woonhuizen is voor toeristen die met een bootje vanuit Mary's Harbour worden aangevoerd. Maar er zijn ook nog huizen in prive-bezit.
Zoals van gids die een wandeling over het eiland leidt. Zijn grootvader was visser. Zijn vader was visser, hij was visser en nu woont hij er weer in de zomer in dienst van de stichting die Battle Harbour beheert.
Hij vertelt over de vloot schoeners die hier jaarlijks vis kwam brengen, het schoonmaken, drogen op rekken en zouten. 75 pond zout voor 225 pond cod. Twee dagen weken en spoelen om de vis weer eetbaar te krijgen. Ik krijg begrip voor Willem's reserve jegens mijn kookkunsten.  Bij het schoonmaken was de lever belangrijk: daar werd levertraan van gemaakt. De Canadese jeugd uit de jaren '50 blijkt daar evenveel onder te hebben geleden als de kindertjes in Nederland in die tijd (ik herinner me de vreselijke smaak nog steeds). Maar het moest toen van de regering, in Canada en in Nederland.
En er werd op zeehonden gejaagd, om hun huid en om het vet. Een volwassen zeehond leverde 5 gallon vet, vertelt de gids met ontzag. Het zeehondenvlees ging naar de sledehonden. En er was een ziekenhuisje, opgezet door de hier legendarische arts-zendeling Grenfell die eind 19e eeuw langs de kust van NFL en Labrador ziekenhuisjes voor de vissersgemeenschappen neerzette. Het ziekenhuis van Battle Harbour is, met de helft van het dorp in de jaren 1930 afgebrand en toen in St Mary, 10M naar binnen, herbouwd. De "Engelse villa" van de dokter staat er nog.  

Overdag is de temperatuur redelijk, oplopend naar een graad of 17C als de zon doorbreekt. Maar 's nachts is het koud. Als we opstaan wijst de thermometer in het stuurhuis onder de 10 graden C aan, en in de kajuit is het minder. Helaas, de heteluchtkachel wil niet aan. En de "open haard" die in de kajuit hangt is leuk, maar laat de warmte als we hem branden hoofdzakelijk door de schoorsteen naar buiten gaan.
Troost biedt het al genoemde boek The Lure of the Labrador Wild dat ik lees, over de Hubbard-expeditie in 1904, die jammerlijk mislukte door slechte planning, pech en daardoor honger en kou. In gierende sneeuwstormen zitten de drie expeditieleden, met alleen nog wat vodden aan hun lijf, achter een tentzeiltje honger te lijden. Op het laatst bestaan de maaltijden uit gekookte schoen en boomschors. Dat laatste stoppen ze ook in hun pijp, want gerookt moet er worden. De honger is blijkbaar erger dan de kou: zij praten over voloptueuze maaltijden, lievelingsgerechten, gebraad, taarten, wat hun moeders kookten, avond aan avond, bladzijde na bladzijde. Van honger is met Willem's regime van eenvoudige - dat vooral - edoch voedzame maaltijden  geen sprake, maar eenmaal in mijn slaapzak lig ik te dromen over open haarden, potkachels, centrale verwarming en sauna's.
Willem is hard, met voor mij zekere understatement zegt hij soms, als het heel koud is "het is fris vanochtend!"

Maandag 8/7 is een rustdag, met een wandeling en weldadige warmte in de Loft. Als we na het eten een biertje gaan halen, zit een man, die eerder vertelde uit Ontario te komen, met gitaar luid zijn heimwee naar Newfoundland te bezingen.
"And now a song from my dear friend John who lives in Vancouver". En weer een lied, gedragen door twee accoorden, hoe hij zijn oudelijk huis in NFL mist. "It only had one room, the cat was snoring on the kitchen bench". Couplet na couplet. Willem sluipt bij het 12e couplet de deur uit.

Dinsdag gaan we verder naar St Mary's, door wat tussen regen en mist inzit langs kale eilanden, riffen met branding erop en een gestrande ijsberg. We maken vast aan de public wharf naast een grote visfabriek. Hier worden grote hoeveelheden snowcrabs verwerkt, de volgende slachtoffers van overbevissing.
St Mary's is ook weer een verzameling van golfplaten huisjes aan een onverharde weg. De overheid hier is heel streng en geldbelust. Roadworks. Max fine $ 1500 zegt een bord. En bij een grote parkeerplaats aan het water No Overnight Parking. Fine $ 45. Er is een general store, tevens het enige "restaurant", waar we een hmm'burger met oude friet eten.
Aan de wharf liggen kost overigens slechts $10 per nacht, of $80 per jaar als we willen blijven.

We nemen geen jaarligplaats, we gaan weer naar het zuiden, om te beginnen naar L'Anse aux Meadow op de noordpunt van NFL. Hier zijn opgravingen gedaan van een Vikingen-nederzetting van meer dan 1000 jaar geleden, die we willen (Willem nog eens) bekijken.

vrijdag 5 juli 2019

Zoute Vis

Om te beginnen: ondanks hun voorgeschiedenis zijn de huidige bewoners van NFL zonder uitzondering aardig, vriendelijk, behulpzaam, regelen een lift als je geen zin hebt in lopen, zijn dol op het maken van een praatje. Veel zijn, als we ernaar vragen, born and raised in het dorp waar we aanleggen, en ze vissen bijna allemaal. Er zijn meestal een of twee kleine trawlers, maar het wemelt van de kleine bootjes met buitenboordmotor waar een paar lobster pots inkunnen. Anders dan in Nova Scotia (31 mei) eindigt het lobster season hier begin juli. Het was een uitzonderlijk windstille voorzomer, zodat de vissers elke dag naar buiten konden - en er dus nog maar weinig kreeften zijn, hoorden we van een visserman.

Maar goed, nu op de biechtstoel.
Ik heb het verbruid bij Willem. Ik had de beste bedoelingen, maar het pakte helemaal verkeerd uit. In jeugdige onschuld en enthousiasme deed ik wat ik beter had kunnen laten.
Een visje bakken.
Na een avond matige fish&chips in de/het bar/restaurant iets verderop (de/het enige op wandelafstand) dacht ik voor betere gebakken vis te kunnen zorgen. De vissers verderop hadden niks voor me, dus wandelde ik door naar de food market waar ik, naast zeehondenvellen, vis had zien liggen, hele zalmen voor $30. Beetje te groot en W houdt NIET van zalm, teveel als vliegtuigvoer toegediend gekregen.
Er waren ook moten cod, 1kg, ook nog te veel, en heilbot, een pond, juist goed. Maar wel salted.
Ach, dat spoel ik er wel af, dacht ik in mijn al aangehaalde onschuld. Stokvis en klipvis moet je dagen weken en slaan, maar een beetje zout is er zo afgespoeld.
Niet dus.
Heerlijk gepeperd (zout leek me niet meer nodig), door de bloem, gebakken in boter, perfecte kleur en structuur. Maar .....
Je raadt het. Dus ging er van de schipper het decreet uit dat als we vastliggen er aan de wal wordt gegeten.

Ik voorzie evenwel een herkansing. Willem heeft hoog opgegeven van een stuk vistuig dat aan boord is: een blinker van een kilo met een grote haak eronder, aan een 2mm dikke lijn. "Je laat hem vieren tot hij de grond raakt, dan een paar keer op en neer, en je hebt een kabeljauw". Hij heeft me zelfs een foto laten zien van zijn vangst ermee tijdens een vorige reis. Zoals de Portugesen de Grand Banks beschreven. Dat je er over de kabeljouwen heen kon lopen, lijkt lichtelijk overdreven, maar in het museum in Lunenburg hangt een plaat waar de bemanning van een 16e eeuuws vissersschip over de zeereling hangt met lijnen met haken, snel en moeiteloos het ruim vullend met kabeljouw.

Zaterdag 29/6 gaan we op weg, voor een "overnight" naar we zien wel hoever we komen. Na dagen van mooi weer is het grijzig en tussen droge perioden door regent het. Het Port au Port Peninsula waar we omheen moeten is langs de kust dicht bebouwd en lijkt in het donker op de Belgische kust. Daar eenmaal voorbij (dat duurt een paar uur) wordt het weer leeg en donker.
In de vroege ochtend zien we donkere dolfijnen - kleine walvissen, maar welke? - uit het water springen. In Little Harbour, net onder de Bay of Islands, een kleine inham in de kust (well protected except in strong westerlies, maar het waait nauwelijks) gaan we na 115M naar binnen. Na mijn 3-7 wacht kan ik even slapen. Anders dan een government wharf en een vriendelijke visser is er niemand en niets. Om 10 uur maken we weer los en varen tussen de eilanden aan de buitenkant van Bay of Islands verder. Op een plek waar de kaart een ondiepte stopt W de boot en haalt het hierboven beschreven vistuig tevoorschijn. Omlaag, als lijn slap is beetje ophalen en op en neer bewegen, en ... niks. Nog een paar keer, maar nee. Er staat ook wat stroom, we liggen stil op het water maar de boot beweegt met 1 knoop (in de goede richting) en dat is niet goed bij deze manier van vissen. Volgende keer zorgen we dat we stil liggen en dan komt er een vis boven!
En, haha, daar heeft hij niet aan gedacht, die moet dan heerlijk in boter gebakken worden......

De kust waar we dicht langsvaren is prachtig, hoog, rotswanden, soms rood zandsteen, met erop een gazon van sparren. Naast de boot komt traag  een walvis - een bultrug, zegt W - langsglijden. Spectaculair.
Na 40M gaan we  Bonne Bay in, een baai met een paar haventjes, omsloten in Gros Morne National Park. We mogen vastmaken aan het terras van het lokale restaurant, maar het is te ondiep. Als we wegvaren naar de Goverment Wharf iets terug denkt W dat er iets in de schroef zit, we varen 2kn bij 1000 toeren, dat zouden 6kn moeten zijn. Achteruit, voouit, het lijkt geklaard. Terug naar het restaurant is een gezonde wandeling langs vissersschuurtjes in verschillende stadia van verval.

Volgende ochtend maakt W "praatje met de buren". Een verweerde visser en een mooie jungfrau die op een klein open bootje hun lobsterpots aan het binnenbrengen zijn: aan het eind van de week houdt hier het lobster-season op. Willem informeert naar cod fishing met een haak. Verboden! Vanaf volgende week alleen in het weekeinde toegestaan voor amateurs. Intussen Willems ontzag voor autoriteit kennende zie ik mijn herkansing op de lange baan geschoven.

Maandag 1 juli, Canada Day, intussen. Mooi zonnig weer. We gaan dagjeszeilen in Bonne Bay en meren af in Norris Point, waar bussen komen met mensen die een boottoer op het meer maken. Er is een maritiem museumpje waar een enthousiaste studente ons rondleidt. Ze smelt helemaal weg bij de zeesterren die in verschillende aquaria zitten en wordt opgewonden bij het zien van een piepklein visje met zuignap op de buik dat toevallig is meegekomen met de zeesterren. De zeeegels vindt ze minder boeiend. Er is een blauwe kreeft, een op de 3 miljoen (kun je nagaan hoeveel ze vangen, dat ze dit weten, zegt W), en een bijna even schaarse gevlekte kreeft. En, relatief nieuw, zijn de snow crabs, een soort spinkrabben, waar de vissers hun geld op inzetten nu de lobstervangst zo gereguleerd is. Daarvoor gebruiken ze ronde vallen waarvan we er al veel hebben gezien naast de rechthoekige lobster pots.

Dinsdag is er geen wind, we wachten die nog een dag af. Ik maak een wandeling door boreaal bos. Als ik bijna weer in het dorp ben begint het te stortregenen. Ik vlucht de lokale food market (klein supermarktje) in waar "Bakery" boven de deur staat. Er is van alles een beetje, maar geen brood. "Already sold out of bread?" vraag ik.
Ik word door een paar deeurtjes geleid en sta dan in heerlijke versbroodlucht in een bakkerij waar een dametje mij trots haar baksels aanprijst. Als de regen wat minder is ga ik met een warm multigrain en 12 dadel crumbles naar de boot.

Voor woensdag is westenwind beloofd, maar de belofte blijkt loos. Na 30M zijn we het gemotor beu en gaan Cow Head in. Op de Navionics-kaart droogvallend, volgens de vaargids een goede haven. Dat blijkt het te zijn, groot met nieuwe kades. We hebben nog niet vastgelegd of er stopt een pickup naast de boot voor een praatje. Hij wil ons wel naar het restaurant brengen, wat we ons graag laten doen, het is een half uur lopen. Het is een groot en mooi motel, dit is de noordkant van Gros Morne National Park waar blijkbaar genoeg toeristen komen. We worden door iemand van het motel ook weer terug naar de boot gebracht. En dat na een bier en een hamburger.

Terug op de boot klauterend zie ik een gele lijn in de schroef. Voor we het eens zijn hoe die eruit te krijgen - ik ben voor pielen met pikhaak, W denkt dat hij moet snorkelen - begint het hard te regenen en stellen we de operatie uit tot de volgende ochtend.

7:30 Het regent niet meer, maar verder is de lucht grauw en nat. We beginnen met de pikhaak. Vanuit het bijbootje, W laat het zakken uit de davids. In zeilpak daal ik af. Er staat water in na een nacht regen. Eerst hosen. Ik leun wat naar een kant om het water daar te krijgen om het beter te kunnen uitscheppen. Het bootje helt iets te enthousiast en ik ga te water. Met linkerhand grijp ik nog net de zeereling en ik kan gelukkig na een paar keer schoppen de onderste trede van zwemtrap vinden.
"Als je eenmaal door bent valt het wel mee", zegt Willem, "wacht even!"
En hij gaat naar binnen om zijn fototoestel te pakken.
De watertemperatuur is 10 graden C, maar mijn laarzen en zeilpak werken als een wetsuit - inderdaad is het al snel niet zo koud meer. Nu ik toch nat ben, moet en zal ik die lijn uit de schroef krijgen. Na wat gepiel krijg ik er een knoop uit, de lijn is langer en ik weet hem te pakken. Alles met de rechterhand, met links hang ik aan de boot. Na wat trekken en sjorren komt de lijn los. W is blij dat hij niet hoeft te duiken, ik ben de held van de dag.

Droge kleren aan en losmaken. Weer geen wind. We tuffen verder in matig zicht naar het noordoosten. Toch is er even opwinding.
"There she blows!" Twee keer hebben we een etende bultrugwalvis niet ver naast de boot, met zwermen meeuwen erboven die ook een visje willen meepikken.
N 60M gaan we om zes uur Port-au-Choix in, een onverwacht grote en volle vissershaven, waar we zowaar een drijvende steiger vinden. Geen 2 meter tijverschil tegen een wharf met grote zwarte vrachtautobanden.
Onmiddellijk duikt er weer een vriendelijke NFL-er op uit het niets.
"Oh, yes, we have showers, and laundry, in the second red building over there".
Maar de gebouwen met showers en laundry die hij zou kunnen bedoelen zijn dicht.
Ik heb het idee dat we aan het einde van de bewoonde wereld komen. Schijnbaar lukraak neergezette eenvormige golfplaten gebouwen. Als we naar de lokale bar/eetgelegenheid lopen denk ik, wat een vreemde vakantie, in kou en mist naar een industrieterrein varen.
Maar dan, als we teruglopen naar de boot, komen ons, langs de straat, drie rendieren tegemoet, de voorste zo groot als een behoorlijk paard. Iets maakt ze aan het schrikken en ze beginnen te hollen. Het flapt alsof ze op zwemvliezen lopen. Ze verdwijnen tussen de huizen. Het is raar, zoiets zien maakt je blij.

Vrijdag 5/7    Om te Lekker te douchen en al dan niet zoute kleren te wassen blijven we een dag. Een zonnige warme dag, naar zal blijken. Naast ons is de wharf van de coast guard. Een coast guard-man legt kleine visjes op een rek van gaas.
"Caplin (spiering, hij heeft een emmer vol van een visboot gekregen), I brine them myself, with salt and molassus, 5 minutes, longer they get too salt, then I dry them and at home put them in the freezer till the go on the barbeque". Hij neemt me mee naar binnen om zijn zoutbad te laten zien.
Hij komt uit Port-aux-Basques, twee weken. Op bij de coast guard hier, twee weken af thuis. Ik maak een foto van hem met zijn drogende vissies.
Twee uur later vaart de coast guard boot uit, om een visser met motorpech naar binnen te slepen, zien we later. Als ik 's middags de was terugbreng van de laundry, is het een gekrijs van jewelste bij het CG-station. Meeuwen, die er met zijn gedroogde visjes vandoorgaan. Als onze CG-man weer aan wal stapt is zijn visdroogrek leeg.  

We staan later op de kade te kijken naar wat lijkt een gigantische stofzuiger, wij denken om caplin uit het ruim van een visboot te zuigen. Een truckdriver die blijkbaar grote containers met caplin gaat meenemen maakt een praatje. Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn.
"My son is went fishing, took my grandson with him. He sent me this".
Hij laat een foto en een flilmpje zien van een zwemmende ijsbeer.
"Five miles from here. Unusual. Very unusual."
Wij gaan daar morgen langs .... Brrr

vrijdag 28 juni 2019

Nfndlnd

In 2015 ben ik tot Lunenburg gekomen en heb er een aantal dagen aan een ankerbal gelegen. Nu liggen we aan een floating dock, veel makkelijker. Het is een mooi stadje, gekleurde houten huizen en vijf kerken tegen een helling. De havenmeester (een student wiskunde) rijdt ons naar een hardware store (voor boutjes en moertjes om een lier vast te zetten) en daarna naar de golfclub aan de overzijde van de baai, het mooiste uitzicht over Lunenburg, zegt hij. En zo is het ook.
We zetten de lier vast zetten en hebben een luie dag.
In mijn blog uit 2015 staat meer over Lunenburg, de MicMac-indianen die er vredig met Franse Acadians leefden, de verdrijving van de Acadians - en het verdwijnen van de MicMac door de Britten - de Duitsers en Zwitsers die er vervolgens geplant werden, maar onder geen beding Duitstalige dominees mochten aantrekken, en over de Grand Bank Schooner Blue Nose 2 en het mooie visserij-museum. De geinteresseerde kan terugbladeren.

Na een herenoverleg besluiten we van het stabiele hogedrukgebiedweer te profiteren en van Lunenburg in een keer door te halen naar Port-aux-Basques aan de zuidwest-punt van Newfoundland (spreek uit Nfndlnd, met de klemtoon op de eerste lettergreep). 230M langs de zuidoost-kust van Nova Scotia tot Cape Breton en dan nog 100M bijna pal noord. Op de terugweg gaan we dan door Bras d'Or Lake in Cape Breton Island (het noordoostelijkste deel van Nova Scotia, van het vasteland gescheiden door de nauwe Canso Strait).
Alle weerberichten geven wwind uit rond ZW, maar weinig, geen mist, geen regen en 0-1m golven. Mariner is een motor-sailor, met voor dit stuk varen grote nadruk op motor. Voordeel is dat we 130-140M per etmaal maken.
Dinsdag op een herentijd op weg, donderdagavond op bier- en etenstijd in Port-aux-Basques.
De hele tocht is het onvoorstelbaar helder. De maan is in zijn laatste kwartier en komt pas na middernacht op, zodat als er niet een wolkje boven ons zit, de bijkans ontelbare sterren een feest zijn om naar te kijken vanuit de kuip - ware het niet dat het erg koud is en het stuurhuis erg behagelijk, zelfs al zegt de thermometer 12 graden.
Het is zo helder dat ik op donderdag aan het eind van de ochtend mijn oorlam verdien: op 40M afstand is land te zien. Als we wat dichterbij komen zien we dat er nog sneeuw op de niet erg hoge heuvels boven Port-aux-Basques ligt.

Ik bestudeer wat de reisgids die aan boord is te melden heeft over NFL en Labrador.
Negen soorten walvissen zwemmen rond het eiland. Geen ervan hebben we tot nu toe gezien, maar we houden hoop. Er groeien veel bomen, maar niet aan de randen want daar is het weer, vooral de wind te bar. Boreale vegetatie. En dan is er de aurora borealis, het noorderlicht.
De oorspronkelijke bewoners van NFL kwamen uit het noorden, indianen en eskimo's, allemaal behoorlijk boreale mensen, zou je zeggen. De laatste indianen die hier neerstreken waren de Beothuks. De Vikingen die hier rond het jaar 1000 vanuit Groenland een kolonie probeerden te stichten noemden ze Skrealings. De woeste vikingen die in Europa twee eeuwen dood en verderf zaaiden, lieten zich door deze indianen wegjagen.
Maar toen kwamen de Basken, Portugesen, Engelsen, Schotten, Ieren en nog wat beschaafde mensen. In 1769 kwam er een wet dat je geen indianen mocht doodschieten, maar zoals wel meer liet de handhaving te wensen over.  In 1829 ging  de laatste Beothuk dood. Tot zover mijn bijdrage aan het boreale geklets van sommige politici in Nederland.

Vrijdagochtend (28/6) is het havenkantoortje dicht. Er tegenover is een outfitter, een vriendelijke man doet het havenkantoor voor ons open zodat we kunnen douchen - "The harbour master will be in later" - en regelt voor ons een pick-up die diesel komt brengen, want er is geen pomp aan de haven.
De havenmeester blijkt een goedlachs meisje van begin dertig met een weelderige tatoo op haar rechterkuit. Ze kan niet uit over het mooie weer (evenals een aantal mannetjes die langs de boot lopen om een praatje te maken). De winter was erg, een storm blies vijf drijvende steigers los en het dak van het restaurant aan de haven. Maar nu was het al dagen mistvrij en zonnig warm, heel uitzonderlijk.
Willem vertelt dat hij hier eerder geweest is, binnengelopen bij potdichte mist. Ergens in het gesprek:  "Sorry. I didn't catch your name".
"Nikita" zegt ze.
Van de film, welke ook al weer... Of de song van Elton John? vragen wij.
"No, my father was a carpenter and his favourite tool was a Makita, and that is what he wanted to call me, Makita. But my brother studied Russian and he thought Nikita, after Chrutchev, sounded better".
Ze is born and raised hier, en gelukkig dat ze hier een baan heeft. Veel mensen moeten met de ferry naar Nova Scotia om daar een vliegtuig te pakken naar de teervelden in Saskatchewan voor werk.

In de haven van Port-aux-Basques ligt een gigantische politieboot. Blijkbaar vervelen de mannen zich, als we koffie drinken komen er drie politiemannen met kogelvrije vesten en pistolen op de heup aan boord om onze paspoorten te controleren, maar vooral om een tijdje te ouwebetten over van alles en nog wat, half in het Engels, half in het Frans want de boot komt uit Quebec. We krijgen een kaartje met telefoonnummer: "...if youy notice something suspicious, call us!" Dat beloven we.
In de haven liggen verder, afgezien van de ferry naar Nova Scotia, wat kleine dagvissersbootjes bij een rij vissersschuurtjes. Uit een bootje worden manden vis aan land gebracht, zeeduivels?, hoofdzakelijk grote enge kop met een beetje lijf erachter.
De huizen van Port-aux-Basque zijn wat schots en scheef neergezet, zich aanpassend aan de rotsen. De bouwvorm is piepschuim met kleurige golfplaat er tegenaan. Het doet me aan IJsland in 1978 denken, en aan plaatjes van dorpen in Groenland.
Maar we zitten hier op 47 1/2 graad noorderbreedte, dat is in Europa onder Parijs, waar nu een hittegolf heerst. Hier is het lekker 20 graden in de eerste helft van de middag, maar ondanks de zon wordt het daarna snel kouder.
En wij moeten nog een stuk verder naar het noorden, langs de westkust omhoog richting Labrador .....

maandag 24 juni 2019

Chesapeake to Nova Scotia

De oceaanoversteek met Windarra van Bob en Robin leverde mij genoeg zeemijlen op voor dat jaar en Selena bleef op de kant.
Eind januari 2018 betekende, na een ski-ongeluk, dat er in 2018 zeker niet alleen gezeild kon worden door mij. Gelukkig wilden Bob & Robin Monique en mij (ik met een slecht functionerende rechterarm) graag aan boord heebben. Uiteindelijk zeilden we van half augustus tot de laatste dag van september van Split de kroatische kust langs naar Montenegro, vandaar naar (de hak van) Italie en verder naar Griekenland waar we uiteindelijk in Galaxidi in de Golf van Corinthe van boord gingen.
Dit voorjaar was ik "uitbehandeld": mijn rechterschouder en -arm doen het voor 75%. Niet genoeg om aleen in een boot de oceaan op te gaan.

Maar hiet komt Willem het verhaal in. Ik ken hem nu ruim 10 jaar. Mijn leeftijd. Solozeiler die een rondje Atlantic deed en aangetrokken wordt door noordelijke wateren. Hij voer al een paar keer naar NS en NFL en een keer naar Labrador. En nu ben ik opstapper bij hem op zijn Fisher 37' (met stuurhuis!), op weg van Cambridge MD aan de Chesapeake Bay, waar hij woont, naar Labrador.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

DAAR GAAT ME GOEIE GAS

"Daar gaat me goeie gas!" roept Willen als ik voorstel wat oppiepbroodjes mee te nemen. Er is ten slotte een oven aan boord. Het bereiden van maaltijden ipv het al dan niet opwarmen van een blikje of pakje waar alleen water bij moet, vindt hij verspilling van gas. Smakelijk (nou, ja) kon hij vertellen hoe hij de oceaan overzeilde op  blikjes koude ravioli en doperwten . Alleen omdat ze anders niet zacht worden deed hij een gaspit aan om water op te warmen voor het weken van pakjes ramen-noedels. En om oploskoffie te "zetten". Dat ik daar andere ideeen over heb, tja, vooruit dan maar.

Maandag June 10.
Na boodschappen voor weken aan boord zonder bezoek aan land, gaan we 's maandagmiddag na de lunch weg.
Zuidelijke wind, beetje klam, in de middag zijn onweersbuien voorspeld.
We motorsailen de Chaptank River uit. Willem wil niet laat eten, dus zoeken we na 25M een ankerplaats op, in Baby Owl Creek, voorbij Oxford.
Het VHF weerstation waarschuwt voor felle buien en waterspouts die kleine boten uit het water tillen in het zuidelijke deel van de Chesapeake Bay.
Wij liggen beschut en prettig voor anker. Ik maak wat voorgekookte rijst, sla met een niet onbetamelijke vinigraitte, bak twee filet mignons, maak het braadvet af tot een mooie rodewijnsaus.  Willem moet toegeven dat het een goed alternatief is voor koude ravioli.

Di 11/6
Na een wat moeizame nacht - warm, vliegen, te krappe kooi achter tafel -  gaan we weg om 7 uur.
De wind is naar noordelijk gedraaid, 20+ knopen, niet veel later vlagen van 30 kn (=6-7 Bf). We gaan naar de overkant van de Bay voor een beetje hoge wal en evt een ankerplekplek om te wachten tot wind wat minder wordt. Maar dat is niet nodig, in de loop van de ochtend neemt de wind af tot 15-20 kn en besluiten we door te gaan. Naar de Bay Bridge kunnen we doordat we wat westelijker zijn gekomen net motorsailen, maar na de brug ruimt de wind iets naar noord en gaan we er recht tegenin. Om 19:00 na bijna 40M gaan we voor anker in Worton Creek. Strandje, een klein vakantiehuisje en verder bos. Er komt een stroompje uit een meertje (zien we op de kaart) uit in het strand. Daar zit een dikke wild turkey. Er vliegen en piepen ospreys. Ik zie iets lopen over het strand. Hond? Wolf? Nee die zitten hier niet. Vos dan? Hij duikt het bos in. Even later duikt hij weer op en zie ik hem door de verrekijker. Hij loopt op zijn gemakje verder langs het strand. De dikke turkey probeert hij niet eens.

Wo 12/6
8:30 anker op.  Het is 24M naar het begin van het Chesapeake & Delaware Kanaal, waar we om een uur of een moeten zijn om de stroom mee te hebben naar de Delaware Bay. Motoren, de wind is wat verder geruimd naar NO, 8kn, en staat dus nog steeds pal tegen. Maar het is zonnig weer. Om een uur gaan we het kanaal op, langs Chesapeake City (bestaande uit bar, hotel en halve straat, Monique en ik hebben er in 2014 op onze tocht naar New England een dagje doorgebracht).
Met stroom mee worden we twee uur later het kanaal, na 40M, aan de andere kant uitgeslingerd Delaware bay in.
 Om de nacht door te brengen gaan we ipv linksom naar Delaware City naar de overkant, naar Salem NJ. Op de D-Bay is het behoorlijk choppy. Het toegangskanaal gaat langs droogvallende banken. Binnen kunnen we volgens de kaart in 2-10m water een rondje om een eiland varen. Langs een containerkade, een wat desolaat aandoende boatyard met ondiep haventje, langs scharrige marina met bord SALEM SAILING CLUB - MEMBERS ONLY met daarnaast op een gammele steiger TRANSIENTS. We varen wat verder en doen een poging tot ankeren. Harde wind en sterke stroom tegen elkaar in. Mariner wordt over zijn anker gezet.
"Weet je wat?" Zegt Willen, "we gaan naar de jachthaven, we zijn immers transient".
Anker op en terug naar het gammele steigertje met hele kleine kikkers. Ja hoor, we mogen er liggen, zegt iemand die komt kijken en vraagt waar we heengaan, en wanneer. Als we goed en wel vastliggen komt er een zorgelijk kijkend baasje langs dat - heel onamerikaans - niet groet maar naar onze landvasten kijkt.  Na overleg met eerste man worden we gevraagd naar andere, zwaardere steiger te verkassen. Een derde man komt langs om ons welkom te heten. "Do you need shopping?" Nee, we hebben genoeg aan boord. "That's good, because there ain't no shops here".
Ik maak spirelli met tonijn en zo, ook deze keer tot W's welbevinden. (Verder zal ik zwijgen over eten en koken a.b.). Het loont verder niet om de boot uit te gaan, het doet allemaal desolaat aan. Als het hoog water is,  staat de loopbrug van onze steiger naar de parkeerplaats omlaag en de parkeerplaats staat geheel onder water. Ik moet waden om onze vuilniszak kwijt te raken. Het is nog dagen voor springtij, dus dat zal wat zijn dan. Met wat zeespiegelstijging komt Salem onder water. Maar gelukkig is dat maar fake news.

Do 13/6
's Nachts regent het, heeeel hard. Het drupt op mijn knieen, het drupt op mijn hoofd, uit het vooronder komt water de salon in, het voorluik stond nog open.
Bij wakker worden pijpe(n)steelt het nog steeds hard en is de wereld loodgrijs.
We gaan toch maar weg, met regen vastliggend of met regen varend maakt weinig uit. We kunnen altijd stoppen in Cape May. Maar al snel wordt het droog en breekt er een zonnetje door. Er is zelfs een paar uur mooie wind om 6kn bij te zeilen. Maar rond Cape May, vlak langs het strand, de surfers op de branding kunnen bijna de boot inspringen, moet de motor bij. Er staat sterke tegenstroom O vlak langs de kust, maar naar stuurboord liggen banken waar je niet op wilt zitten.
18:00 Pieren Cape May (Atl. Kant) dwars, trip 1680. 180 M onderweg, 540M naar Shelburn, Nova Scotia.
Met 2-3 knopen worstelen we langs de pieren van Cape May en dan kunnen we we naar buiten sturen en neemt de snelheid weer toe. WInd WZW, is bijkans pal achter. Niet lekker, temeer vanwege de deining die er staat.
We zeilen de nacht in, schommelend, met af en toe een klap van het grootzeil omdat de winddruk bij een schommel even weg is en er dan, klabam, weer is.
Willem vindt het benedendeks niet leuk, behalve liggend te kooi, verder zit hij in het stuurhuis. We maken 3-uurs-wachtjes.

Vr 14/6
Zo gaat donderdagavond over in de vroege nacht van vrijdag. Een tijd gaat de motor bij omdat we nauwelijks voortgang hebben, en dan weer uit. Onze koers is een gijpkoers, dus overwegen we wat op te sturen en door het Cape Cod kanaal te gaan.
Bij een bijna-gijp breekt het D-sluitinkje (wat onderbemeten voor zijn taak zogezegd) van het onderste blok van de grootschoot en zeilen we op fok en bezaan - en dat gaat veel beter op de bijna-voordewindse koers. Toch geen Cape Cod, maar zoals gepland onder de shoals onder Nantucket langs.
Nu en dan komen er dolfijnen kijken, verder water om ons heen, en afnemende wind, golven en voortgang. Monique heeft de Satfone opgeladen en ik bel dat alles goed is.


Za 15/6
En zo wordt het zaterdag. Slapen gaat beter dan nacht één, Willem moet een paar keer roepen voor ik wakker wordt, en v.v.
Zonnig, warm weer, we motoren vanaf ergens in de nacht want de wind is zwak en met 2 knopen duurt het wel heel lang voor we in NS zijn. De barometer gaat niet omhoog en niet omlaag. Monique, in de satfoonsessie, waarschuwt dat we rekening moeten houden met NO 20-25 knopen vandaag. De lucht en barometer wijzen daar niet op, het weerkanaal op de VHF blijft het over ZW 10-15 kn hebben. We zullen zien. De motor ronkt zachtjes, we maken goede voortgang. Af en toe komen er weer dolfijnen langs en 50M uit de kust van Long Island liggen, precies op onze koerslijn grote (vissers?-)dobbers, zo een met drijver en aan een lijn het baken. Als je daar tussendoor vaart 's nachts heb je een groot probleem.1Willem bekijkt waar we langs moeten in NS op weg naar verder NO, na Shelburn in elk geval  Mahone Bay en Halifax.
Wind gekrompen naar ZW en aangetrokken naar 20-22kn. We zeilen lekker, boot slingert 20gr over bb en sb, Willem vindt dat niet leuk.

Zo 16/6
Monique's windbericht +180 graden klopt goed, de wind ruimt een beetje naar W en krimpt dan weer een beetje naar ZW, trekt wat aan naar nu en dan 25kn en neemt weer af. De dag verloopt zonder spannende dingen, zelfs dolfijnen die zich nu en dan naast de boot laten zien bekijken we met weinig interesse.
Mariner zeilt niet goed met wind achter - en laat dat nu onze koers zijn.  We moeten daardoor 25 graden van de wind afsturen, een koers die ons naar oud in plaats van Nieuw Schotland brengt. Voor de afgenomen wind gaan we niet hard, rond de 2kn (de schijnbare wind is heel zwak) en de grootzeilgiek klapt naar midscheeps. En weer uit. Als we niet helemaal op koers liggen en hard gaan - en dat doen we nu en dan, 7-8kn - is dat niet erg, betoogt Willem, dat weegt op tegen de extra afstand. Het gaat om de Velocity Made Good. Die wordt echter niet op het scherm van de plotter+ aangegeven. Ik blader alle manuals door, maar nergens een referentie naar VMG.
In de de aanloop naar de nacht neemt de wind af, maar de zeegang niet. De genua geeft klappen als er weer een paar extra hoge golven het schip optillen en weer laten dalen, en daarbij we 30gr scheef naar SB en vandaar naar 30gr scheef naar BB slingeren. Het grootzeil gijpt net niet, maar geeft wel harde rukken aan de schoot. Eerder hebben we hierdoor al een sluiting van het onderste schootblok moeten vervangen. Er is weinig aan bij te sturen, tenzij we een koers naar de Kaap Verden of (terug) naar Long Island Sound willen.

Dan, tijdens mijn 21-24 wacht begint de motor (die meestentijds zachtjes bijstaat om koers en snelheid  te houden) onregelmatig en hikkend steeds langzamer te lopen. Vuil in de brandstofleiding. Willem gepord. Motorluik open, handels van filters omgezet, maar het wordt niet beter, in tegendeel. Dan maar de motor uit. We zeilen richting Schotland-UK.

Ma 17/6
"Bas, je moet me helpen!" buldert W als ik net lekker een uur lig te pitten. Het lummelbeslag van de grootzeilgiek is getweeendeeld, het grootzeil schuift de de giek heen en weer over het dek. W weet het zeil in te draaien, ik bind de giek vast bij de kuip "met een lullig klein touwtje" vindt W, maar hij hij zit vast. Er is een splitpen losgeraakt, heeft W geconstateerd, waardoor de spie aan de giek uit de vork aan de mast is gewrikt.
Ik kruip weer in mijn slaapzak terwijl we richting La Coruna zeilen. Nova Scotia komt steeds verder weg te liggen, Salvages Lt is 110M op 40gr. S Tijdens mijn wacht spelend met de verschillende schermen die de B&G navigator biedt, kom ik toch een VMG tegen. Die is intussen overtuigend negatief.
Als W om 6 uur opkomt gijpen we en kunnen goed koers houden naar Shelburne.
Voor ik nog wat nachtrust ga pakken, doe ik een plas buiten, kijk om me heen - en omhoog. Ook uit de lummel van de bezaan is de splitpen verdwenen, de spie zit er nog net in. Nog een rampje is voorkomen.
Het zicht is intussen twee scheepslengtes, we zijn in Canadese wateren. De mist is van die vette, natte Canadese die ik zo goed van mijn tocht uit 2015 ken. Op het scherm ritselen op veilige afstand de AIS-symbooltjes van vissers om ons heen. De VMG is weer positief.
Om 9 uur wordt ik wreed gepord, het is 9 uur, en na de koffie die de steward ons bereidt duikt W onder een luik en komt met brandstoffilters en lappen terug. Een nieuwe filter voor bij de opvoerpom heeft hij niet. We ontdekken voor de opvoerpomp niet een maar twee filtertjes, met omzethandel. Handel om en eerst proberen of dat helpt alvorens de brandstoftoevoer uit elkaar te halen. De motor hoest, niest, stottert en vindt dan weer zijn bekende regelmatige gebrom. Met 5 knopen gaan we recht op Shelburne aan - wat nu te snel is, want dan zijn we er om 2 uur 's nachts - als er niet weer iets tussenkomt.

I ALSO FOUND A BOTTLE OF WINE

Dinsdag 18/6
Maar de wind neemt weer af, de motor gaat op 800 toeren (ook omdat de fuel-meter naar empty loopt. Langzaam komt in de mist Shelburne naderbij. In de ochtend wordt de mist dunner en om 7:30 varen we in de zon langs Cape Roseway (trip 2230) voor de laatste 8M de baai naar Shelburn in.
Om 9:30  maken we vast aan de gastensteiger van de jachtclub van Shelburne.
740M from Cambridge so far.

Het clubgebouw van de Shelburne Yachtclub is een week eerder uitgebrand. Er staat een container als kantoor, met een poepcontainertje ernaast. Geen bier bij ondergaande zon vanaf het deck deze keer.
Willem's iPhone wil niet openen: authorisation required met een optie dismiss, maar om te dismissen is authorisation required. En hoe de iPhone uit en weer aan te zetten, daar is geen knopje voor. "Kleutertechnologie" briest Willem, maar, in weerwil van verhalen over wereldzeilers die hun fornuis en toilet gefrusteerd over de muur mieteren, gooit hij de iPhone toch maar niet overboord. De havenmeesteres belt de douane. W moet telefonisch scheeps- en bemanningsgegevens doorgeven en wat vragen beantwoorden op "hebt u wat aan te geven". Nee, dat hebben we niet.

De douane komt, een vriendelijk dik meisje - met pistool op de heup - begint te vragen waar we vandaan komen, wat onze vaarplannen zijn. Willem weidt wijd uit over waar hij geweest is en nog eens wil bezoeken, en over de nieuwe Viking-vondsten. En waarom we toch maar geen geweer aan boord hebben hoewel dat in Labrador op sommige plekken vereist als is als je er gaat rondlopen.
De vroeg-middelbare douaneman zegt niets, doet het papierwerk met paspoorten en bootpapieren en kijkt strak weg.
"Did you report if you have liquor on board?" vraagt hij.
Willem opent het whisky-kastje met een aangebroken en een gesloten fles. "This is what we have".
"But you didn't report it on the phone" zegt doaneman.
"I understood they asked me if I had to declare something, like on an airport", probeert Willem te sussen. Intussen telt douaneman de blikjes bier.
"Six cans", probeert Willem te helpen.
"Do you have tabacco or mariuana?"
"Oh no, neither of us smokes!"
"You can stay there" zegt douaneman ijzig en wijst ons naar boven. W en ik zitten in de kuip. Beneden is het is stil.
"Dit is foute boel, zegt Willem.
"Zouden ze ...?" vraag ik zachtjes als ze vrij lang in het vooronder blijven. Dan komen ze weer in zicht en gaan alle deurtjes en laatjes in de salon open. "You have cans of food, you didn't report them. Is there anyting else you did not tell me?"
We zouden niet weten wat. De kombuis wordt onderzocht. En de bathroom met de Nature Head. Ik beeld me in dat hij in de poep zit te graaien. Af en toe vang ik een blik op van het meisje dat probeert niet opgelaten te kijken.
Uiteindelijk komen ze naar boven het stuurhuis in.
"I also found a bottle of wine in the fridge" zegt douaneman alsof hij 5 kilo coke heeft gevonden.
Uiteindelijk komen ze boven. Het meisje lacht ons opgelucht toe.
"If you do not report everything, we have to search the boat", zegt douaneman met een zweem van een vileine glimlach. We mogen de wal op de komende twee maanden, zonder een "Welcome to Canada!" zoals ik in 2015 kreeg.
Op naar een douche en daarna de Sea Dog Saloon.
Hazel, de tourist information dame wijst ons een constructiebedrijfje voor reparatie van de lummel van de giek, die belooft het voor morgen te doen (en dat ook doet).
De man van een telefoonwinkel zegt dat niets van authorisations weet, maar het lukt hem uiteindelijk toch Willem's iPhone aan de praat te krijgen.
En dan kunnen we nog even de toerist zijn alvorens aan een vroege en lange nacht te beginnen.
De kuiperij is overgenomen door iemand uit Holland, heeft Hazel verteld. George, een jonge oudere retired aannemer of zo uit Ontario zocht rust in Shelburne. Zijn vrouw komt uit Ermelo. Hij maakt nu traditioneel houten tonnen en vaten met 100 jaar oude zaagapparatuur.
De dory-shop mogen we van een pinnig dametje niet in zonder te betalen.

Op de steiger komen drie in uniform gestoken en met pistolen bewapende jongeren met drie lobster pots aanlopen.
"Do you shoot lobsters?" vraag ik. Nee, ze zijn visserij-politie en zeggen dat het illegale pots zijn, het seizoen is al een paar weken voorbij (anders dan in de VS waar het hele jaar dobbers liggen). Maar: "It could be a mistake, sometimes lobstermen loose them".

Shelburne hangt vol met Britse vlaggen. Op onze 2e avond lopen er redcoats te trommelen. Een roeisloep voert een grote red ensign.  Shelburne was en is loyalist, dat is duidelijk. Waarschijnlijk hebben ze ook een mening over de Brexit. Het wordt tijd dat we verder gaan.

GEEN WIND, GEEN ZICHT, GEEN MOTOR

Vr 21/6
8:30 Atl.Time maken we los nadat er een paar fuel-filters zijn gebracht die Willem toch wel aan boord wil hebben na het motor-gedoe op weg naar Shelburne. We gaan op weg naar Mahone Bay, ca. 75M weg. Het is niet duidelijk of het drizzelt, de bewolking heel laag hangt of dat het gewoon mist. Na een aantal mijlen is duidelijk dat het het laatste is. Het vuurtorentje halverwege de  Shelburne-baai waar we op 200m langsvaren, zien we niet. Op de kaart en op de radar zien we tonnen, maar als we er niet heel dicht langgaan niet in het echt. De wind is heel zwak uit zuid, 5 a 6 knopen. Dus blijft de motor zachtje bijstaan. Tot hij gromt, stottert, hikt en afslaat. We zijn net langs Old Cow Reef gegaan, bij LW boven water. Er ligt een whistle bouy bij, die zonder motorgeluid nog dichterbij lijkt dan hij al dichtbij ligt. En de branding op het rif is ook akelig duidelijk hoorbaar.
Terwijl Mariner ligt te deinen, wisselt Willem de twee vanmorgen gearriveerde filters op de motor. Maar die wil (natuurlijk) niet meer starten, er zit lucht en vuil in het systeem. Willem denkt dat het membraan in de opvoerpomp stuk is; mij lijkt, met de ervaring van een reis naar Schotland in herinnering, vuil in het systeem Het meest waarschijnlijk. Maar goed, getheoretiseer hierover komt later wel. We moeten hier WEG. Met een zenuwslopend gebrek aan snelheid en roerdruk weten we de afstand tussen schip en de Old Cow te vergroten.
Hoe nu? Dichterbij dan helemaal terug naar Shelburne ligt Lockeport, een vissershaventje dat betere tijden gekend heeft, zo zegt de pilot. Na twee uur voortkruipen over 1 1/2 mijl op fok en bezaan - het grootzeil klapt alleen maar - kunnen we noord sturen, voorzover er roerdruk is. Met rond een knoop varen we op een halve mijl langs de landtong met aan het eind Lockeport. Ook nu weer is luid branding te horen over bakboord. W stuurt op de tonnen die er liggen en die we zien als we ze bijkans kunnen aanraken. En dan is er opeens het BB pierhoofd. De haven van Lockeport is ruim, we gaan erin, om te proberen langs de steiger van de White Gull Marina and Restaurant te komen. Anders ergens aan een kade of vissersboot, of als dat niet lukt ankeren.
De eerste poging om de haven in te komen mislukt niet genoeg vaart, we dreigen op de SB pier te worden gezet. Tussen de pieren draaien we, Willem aan te roer met hulp van de boegschroef, ik fok los, fok bak, fok door. De tweede poging lukt maar net, ik sta met een pikhaak klaar om af te houden van de keien van de SB-pier, maar we blijven 2m vrij. Dan - bij 4kn wind - heel langzaam op de fok kruisend dieper de haven in. Of de ene kant, of de andere kant van de haven is zichtbaar als we die naderen, maar niet beide kanten, de mist is nog steeds potdicht. Bij de 4e slag is de steiger die we zoeken zichtbaar. Willem weet Mariner er langs te sturen, ik weet hem op een spring te stoppen. Dat valt niet mee, een boot van 15 ton die 1 knoop gaat is zwaar. Maar het lukt voor de neus tegen dwarssteiger de boot stopt. High Five.
15M afgelegd zonder zicht, waarvan de helft zeilend zonder wind.

In de White Gull voert Liz de scepter. Een mooie donkerharige dame die als ze onze situatie gehoord heeft onmiddellijk in de telefoongids duikt en op Roger van Lockeport Welding uitkomt als de diesel-expert in Lockeport. Maar Roger gaat dit weekeinde stock-car racen. Een dieselman uit Shelburne ziet pas licht in zijn agenda in oktober, maar hij beschrijft het brandstoftoevoersysteem en hoe het schoon en in welke volgorde weer luchtvrij te krijgen. We wandelen nog naar Rockeport Welding in de hoop Roger te vangen, maar die is echt weg.
Het is intussen half vijf, we hebben een biertje verdiend, morgen gaan we sleutelen.
Willem maakt een praatje met Liz hoe leuk Lockeport is een plaatsje met een paar honderd inwoners dat drift op (lobster)visserij en een beetje toerisme. Heel leuk, maar na 25 jaar zou ze wel weg willen. Maar - op vrijdagavond, en zaterdag is het niet beter! - met drie tafels bezet in het restaurant en maar een bootje aan haar steiger zal de omzet niet veel bieders aantrekken als ze haar restaurant zou willen verkopen.

Zaterdag is het mooi, zonnig weer. We gaan na koffie en boterham aan het sleutelen. Het kost een paar uur. Alles is goed bereikbaar, maar wel als je je als slangemens in allerlei bochten weet te wringen. Ondanks opvangbakjes en oliedoekjes wordt het een dieselilge operatie. Maar het lukt, om 12 uur start de motor weer en blijft ook een half uur lopen. Weer een high five en een bier (bij de lunch) op de goede afloop.
We Gaan niet meer varen, maar proberen onszelf en onze omhulselen schoon te krijgen. Ik wandel 20minuten naar de tourist office en zie dat Lockeport niet alleen een werkhaven, maar ook een strand heeft. De dame van de tourist office heeft een douche, maar die is koud, "very cold", waarschuwt ze. De camping, 2km verderop, heeft wel een warme douche en een wasmachine. Ze wil ons wel ophalen bij de boot als ze om zes uur sluit. Het is 4 uur. De dame van de belendende souvenir-shop sluit eerder en wil ons om half vijf oppikken. Ik snel naar de boot met het goede nieuws.
De lift blijkt zeer welkom, het is eerder 5 dan 2 km naar de camping. Na douche en was rijdt de camingbaas ons weer naar de boot.
Wat Lockeport mist aan schoonheid en charme wordt goedgamaakt door de behulpzaamheid van de Lockeporters.
Maar we gaan toch maar weer verder.

Zondag 7:30 gaan we op weg. Het is vroeg, nog maar 15 graden C, maar de lucht is strak blauw en er staat, zoals het weerbericht beloofde een matige wind uit W. Zeilen, eindelijk zeilen. De wind krimpt iets, trekt aan en we gaan steeds sleller. 6 knopen, 7 knopen soms (er moet 15 ton door het water gesleeurd worden). In de middag gaat het steeds harder waaien, 20kn, 25 kn, uitschieters van 30 kn. De zeilen worden wat ingerold, we gaan toch nog soms 8 kn.
Het gaat hard, hard genoeg om bij licht voor Mahone Bay te komen, maar niet om na dan nog 15M in licht in Mahone Harbour aan te komen. Dus verleggen we koers iets naar Lunenburg waar we om 19:30 na 63M vastmaken aan een drijvende stijger bij Zwicker & Co Ltd.
Een topdag.